Ik had een keer een groene hagedis een prachtige blauwwitte-zwarte vlinder zien verslinden. Het beest had met één sprong het insekt gevangen. En nu zat hij hem op te schrokken, meedogenloos. Toen ik het zag, was het begin 1972, toen ik dus pas weer in Suriname woonde.
Ik schrok hevig. Alsof die twee daar in hun strijd mij iets wilden vertellen van ‘pas maar op, want dit zal jou gebeuren. Ze zullen jou als dichter die mooie verzen kan schrijven, misbruiken en jou daarna opslorpen, kapot eten. En daarna ben je weg!’
Toen ik thuis was - ik woonde niet zo ver van het voorval, namelijk in de nabijheid van drukkerij Eldorado - ging ik onmiddellijk aan het schrijven, en verwerkte het in de vorm van een soort fabel, hoe een onschuldig lief uitziend persoon misbruikt kan worden door sterkeren die honger hebben naar macht en geld. Om hem daarna weer links te laten liggen, of in ieder geval zodanig op te slorpen dat hij voetveeg van hen is en niks meer. Wat onheilspellend!
Maar wie weet, moest die stervende vlinder in zijn gehijg in de bek van die schrokkerige hagedis mij die les leren. En nu neem ik hem ter harte.
Michaël Slory, uit: Fabels, fabels
Dit is een van de impressies van het leven, die ‘Marcelle’ Gertrude Holtkamp-d'Abo in zich opsloot om ze weer eens in woorden als rode koralen terug te geven. Haar gedichten werden in 1983 uitgegeven in een dichtbundel, Rode koralen, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de Kennedystichting. Deze stichting zet zich in voor dove en gehoorgestoorde Surinaamse kinderen en beheert onder meer een school en een internaat. Het ontroert als Marcelle schrijft voldoening te voelen door iets van haarzelf aan deze gehandicapten gegeven te hebben. Wat is meer waard? Wat geeft meer hoop dan de hoop er eens in te slagen onze kinderen steeds te kunnen geven wat zij het meest nodig hebben?
De tere woorden van Marcelle, haar gevoelens en gedachten wekten in ons het verlangen op naar een nieuwe literaire uitgave waarmee wij de schrijvers, onszelf en vooral: de kinderen van de Kennedy-stichting gelukkig konden maken. De vraag was: op welke manier? Wij kwamen bij Michiel van Kempen terecht, op de avond dat de door hem samengestelde verhalenbundel Hoor die tori! aan de Surinaamse schrijvers werd aangeboden. Hij bleek onmiddellijk bereid te zijn een nieuwe verhalenbundel samen te stellen waaraan een ieder belangeloos zou moeten gaan meewerken en waarvan de opbrengst geheel ten goede zou komen aan de Kennedy-stichting.
Een oproep verscheen in de kranten, brieven werden uitgestuurd. De inzendingen waren overweldigend. Toen het typoscript gereed was, bleek een prachtig boekwerk met Surinaamse vertellingen te zijn ontstaan: Sirito! Wat een geschenk! Niet alleen voor de Kennedy-stichting, maar ook voor onze schooljeugd en voor ons land. Een blijvend en tastbaar bewijs van zijn rijke cultuur.
Het boek moest in grote oplage worden verspreid, wat een kostbare onderneming is. De Stichting Projectondersteuning Suriname te Amsterdam was evenwel bereid de boekuitgave mogelijk te maken, steun werd ook ondervonden van de Nederlandse Ambassade te Paramaribo. De Rotary Club Paramaribo Central zorgde voor de afname en verspreiding van het eerste aantal exemplaren. Fotograaf Michel Szulc-Krzyzanowski stond een van zijn opnames af voor het omslag, Ren Spoelstra gaf toestemming voor reproduktie van twee Kali'na tekeningen uit zijn collectie. disc, het computerdienstencentrum van de Universiteit van Amster-
dam, zijn directeur Emiel Kappner en zeer in het bijzonder Thomas van Wissen verleenden technische assistentie bij het screenen van een deel van de teksten. Tjebbe van Tijen stelde zijn laserprinter ter beschikking voor het maken van de print die ten grondslag lag aan het drukwerk. Veel dank gaat naar hen allen uit.
Wij zijn er trots op u nu een boek te kunnen aanbieden waaraan zovelen met heel hun hart hebben bijgedragen. Uit hun liefde en begrip putten wij kracht.
Wij danken Michiel van Kempen voor de samenstelling van de bundel en het opmaken van de kopij. Zijn kennis van de Surinaamse literatuur en zijn vele contacten met schrijvers hebben Sirito tot een boeiende bloemlezing gemaakt. Een woord van dank aan Jan Bongers voor het vele werk dat hij heeft verzet om het typoscript puntgaaf te verzorgen. Dank ook aan alle schrijvers voor wat zij geschonken hebben uit hun leven en ervaringen.
Tenslotte ook u. Het kopen van dit boek maakt u tot een vriend van de Kennedy-stichting.
Namens het Bestuur van de Kennedy-stichting,
drs R. Abrahams, voorzitter
Paramaribo, voorjaar 1993