terug  begin  verderprepost
[p. 102]

Orlando Emanuels
De duivel verkoopt zijn ziel

‘Vergeten die ellendelingen dan wie ik ben?’ Hij beukt met zijn vuisten op het bureau. Zo vroeg op de morgen schenkt hij zich al zijn vierde borrel in en drinkt het glas in één teug leeg.

‘Verdomme... ver-dom-me!’ Hij schenkt zich nogmaals in en ook nu verdwijnt de whisky in één slok. ‘Geen enkele uitgever weigert zomaar een manuscript van Edward John Mesquita, wiens boeken jaren achtereen op de bestsellerslijst hebben geprijkt!’

De ellebogen op het bureau geplant en met de vuisten zijn kin ondersteunend kijkt hij neer op het schrijven dat opengevouwen voor hem ligt. De inhoud liegt er niet om, duidelijk staat er dat het toegezonden manuscript enigszins teleurstellend is en dat men dan ook niet tot uitgeven ervan kan overgaan.

‘Met mooie woorden geven ze mij te kennen dat mijn manuscript is afgewezen! Ondankbaar tuig! Het is toch voornamelijk mijn werk waar ze hun kapitaal mee verdiend hebben! Zij zijn heus niet de enige uitgevers in het land. Voor een schrijver van mijn kaliber staan de deuren van alle uitgeverijen wijd open!’

 

De drankverslaving van Edward John Mesquita was de uitgevers niet onbekend gebleven en hoewel die het erover eens waren dat zijn latere pennevruchten bij lange na niet het niveau van zijn eerder verschenen werk haalden, hadden ze rekening gehouden met zijn status en de manuscripten toch geaccepteerd. Maar de duidelijke teruggang die ze vooral bij zijn laatste werk hadden geconstateerd, had een vernietigend oordeel tot gevolg gehad.

 

Na zes shots zit Edward John Mesquita nog steeds over de brief heen gebogen, zijn ogen zijn rood doorlopen en hij beeft van woede: ‘Ik ga die shits hun eigen braaksel laten slikken! Ik ga ze tonen waar ik met mijn 72 jaar nog toe in staat ben. Ik ga het beste verhaal schrijven dat ooit uit mijn pen is gevloeid! Als honden laat ik hen naar mij toe kruipen om mij te smeken het te mogen uitgeven. Als honden! Ik zal me revancheren, al moet ik daarvoor bij de duivel aankloppen.’

Als hij wakker wordt, is het reeds middag. Hij leunt niet meer op zijn vuisten, maar ligt uitgestrekt over het bureau. Flarden van een gesprek dwarrelen door zijn hoofd. Iemand had gesproken over het onrecht dat de uitgevers hem hebben gedaan. Die vreemde gast had hem assistentie bij het schrijven van zijn verhaal aangeboden. Iemand. Wie?

‘Die belediging moet je hun betaald zetten! Prestigekwestie. Laat die kloten ervoor boeten! Heb je er echt alles voor over om het beste verhaal van je carrière te schrijven? Met mijn hulp is succes gegarandeerd.’ Heeft hij gedroomd? Is hij weer bezopen geweest of heeft hij hallucinaties gehad, die zo sterk waren dat hij zich nu zelfs zijn eigen arrogantie in het gesprek met de bezoeker kan herinneren?

[p. 103]

‘Natuurlijk heb ik er alles voor over, maar wie ben jij dat je meent mij, Edward John Mesquita, te kunnen helpen schrijven?’

‘Ach, dat doet er niet toe. Je wil je beste verhaal schrijven, maar je weet zelf dat je daar niet toe in staat bent! Dat is waar het tenslotte om gaat.’

In het toilet laat hij het koude water over zijn hoofd lopen. Steeds duidelijker wordt het gesprek. Op zijn vraag welk percentage van het auteurshonorarium er van hem verlangd werd, had zijn bezoeker haast fluisterend gereageerd: ‘Ik verlang geen enkele beloning. Je moet er alleen mee instemmen dat dit verhaal je laatste is. Zoals een topsporter op het hoogtepunt van zijn roem afscheid weet te nemen, zo zal je met dit verhaal de kroon op het werk zetten en de pen voorgoed in je zak steken.’

‘Akkoord’, roept hij dan opeens luid, ‘kom maar op met je verhaal.’ De stem heeft gelijk. Het enige wat telt is het produceren van een verhaal dat zijn beste moet worden.

 

Voor hij aan het bureau gaat zitten haalt hij alle schakelaars over. Het huis baadt in het licht. Hij sluit de whiskyfles weg. Voor één keer sterk zijn, niet drinken, helder blijven en schrijven.

Het moment waarop hij de pen in zijn hand neemt, beginnen zijn vingers op de hem zo bekende wijze te tintelen. Hij weet wat dit betekent, zo zijn al zijn bestsellers geboren. Hij schrijft met een inzet als nooit tevoren, zo totaal met alle registers open. Zijn opgekropte zelfminachting als alcoholist, de teleurstelling van het niet halen van de bestsellerslijst van zijn laatste boeken, zijn vernedering door de uitgevers en het vooruitzicht op wraak geven hem een ongekende vitaliteit. Hij is weer jong en lanceert zijn eerste boek, dat al heel snel de Top Tienlijst haalt. Applaus, uitnodigingen, contracten, geld. Het applaus wordt luider en laat geen seconde af. Edward John Mesquita schrijft en blijft schrijven. Het tintelen van zijn vingers heeft zich over zijn hele lichaam verspreid, het is alsof zijn geest uitstroomt en verhaal wordt op het papier dat voor hem ligt.

 

Eerst laat in de morgen legt de schrijver zijn pen neer. Hoewel zonlicht in overvloed naar binnen valt, zijn alle lichten nog aan. Het verkeersrumoer dat tot de kamer doordringt gaat aan hem voorbij. Voor de zoveelste keer herleest hij zijn verhaal en streelt hij de dichtbeschreven vellen. Vóór hem ligt zijn levenswerk, het verhaal waarvoor de heren uitgevers in de rij zullen staan.

‘Pico bello’, fluistert een bekende stem hem in het oor. ‘Zo briljant hebben de uitgevers je nog nooit gekend. Maak de verrassing compleet voor die leeghoofden. Je beste verhaal verdient zeker een feestelijk tintje. Doen!’ Met moeite sleept hij zich van de stoel en slingerend bereikt hij de kast waar hij zijn kleurpotloden in weet staan. De poppetjes die in verschillende kleuren dwars over de beschreven vellen van het manuscript verschijnen stellen zijn uitgevers voor, kinderlijke figuurtjes met armen en handen als bladerharken en hoofden als voetballen.

De chauffeur, die voor de dagelijkse rit is komen voorrijden, treft een ver-

[p. 104]

schrompeld, haast seniel mannetje aan, dat met een schaar in de hand op de vloer zit. Overal om hem heen liggen papierresten van een manuscript. Met zijn mond wijd open lacht Edward John Mesquita. ‘Kijk’, zegt hij, ‘ik heb de mooiste poppetjes die ik ooit getekend heb, uitgeknipt.’

 

Als de chauffeur hem hete koffie en boterhammen uit de keuken brengt, zit de schrijver niet langer in de papiertroep op de vloer en alsof hij een gedaanteverwisseling heeft ondergaan, blikt hij zelfverzekerd van achter zijn bureau op. Met vaste hand neemt hij de koffie aan en zijn ogen schitteren als hij met een sarcastische lach nu ook de papieren poppetjes verknipt en de snippers van zich afwerpt. Veerkrachtig staat hij op, zet de taperecorder aan en neemt de microfoon in de hand: ‘Scenario. Beroemde aan drank verslaafde schrijver krijgt voor het eerst in zijn leven een manuscript geretourneerd, afgewezen door zijn uitgevers. Wil zich met het schrijven van een allesovertreffend verhaal wreken, maar mist de potentie daartoe.

De duivel komt bij hem op bezoek en biedt hem zijn diensten aan. De op wraak beluste schrijver verkoopt zijn ziel aan Satan. Zonder nadenken stemt hij met de voorwaarde in, dat hij als enige tegenprestatie voor diens hulp een punt achter zijn schrijversloopbaan zet.’

Hij pauzeert even en spreekt dan verder in de microfoon: ‘De opzet van de duivel gelukt. Met zijn assistentie slaagt de schrijver erin het zo begeerde verhaal op papier te zetten, maar door in één nacht tot het uiterste van zijn vermogen te gaan, vloeit zijn energie tot de laatste druppel weg. In die noodlottige nacht wordt de schrijver seniel en heeft de duivel dan ook geen moeite hem te beïnvloeden het verhaal met poppetjes te bekladden, die karikaturen van de uitgevers moeten voorstellen. In zijn seniliteit raakt de schrijver zo vertederd door de poppetjes dat hij een fatale stap verder gaat. Op ingeving van de duivel knipt hij de poppetjes uit, waarmee hij tevens het verhaal vernietigt. De duivel heeft zijn verhaal terug, volgens hem heeft hij de schrijver tot zijn slachtoffer gemaakt.

Waar hij in zijn boze opzet echter aan voorbijgaat, is de mogelijkheid dat de schrijver alsmaar veinsde hem niet door te hebben. De schrijver, alert en uiterst behoedzaam, weet zelfs een totale seniliteit voor te wenden. Door het spel tot het laatst mee te spelen neemt hij een enorm risico. Hij gokt hoog, en wint. De duivel is de grote verliezer, want hij doet met het verijdelde plan de schrijver onbewust een heel nieuw verhaal aan de hand.’

 

Edward John Mesquita zet de taperecorder af en verfrommelt wat van de snippers tot een bal, die hij met een boog in de prullenmand doet belanden. ‘Kijk’, zegt hij terwijl hij zich in de handen wrijft, ‘daar gaat het verhaal van de duivel. Edward John Mesquita heeft niemand nodig om voor hem te schrijven!

Chauffeur, je kunt gaan. Vandaag rijden we niet uit. Met de energie die ik angstvallig hiervoor bewaard heb ga ik mijn beste verhaal schrijven: De duivel verkoopt zijn ziel.’

prepostterug  begin  verder