terug  begin  verderprepost

Biografie Jacob Campo Weyerman 1

Verhalen over een beroemd ingenieus oplichter en diens stompzinnige slachtoffers: daar smulden Kerstemans lezers van. Verhalen waarin Kersteman het niet zo nauw nam met de grens tussen feit en fictie. Verscheidene malen verwijst hij wel, omwille van zijn geloofwaardigheid, naar zijn zegslieden, zijn bronnen.

In hoeverre men de anekdotes over Weyerman geloofde, weten we niet. Maar wel gaat hier het gezegde op: waar rook is, is vuur. Met andere woorden: Kersteman zal wel overdrijven maar er zit in zijn biografie een grote kern van waarheid. Bovendien, zo redeneerde men, zal een schrijver met zo'n lasterlijke pen wel meer op z'n kerfstok hebben dan alleen afpersingspraktijken.

[p. 7]

Inmiddels is er een groot aantal biografische gegevens over Weyerman bekend. Niet in de laatste plaats is hijzelf er debet aan geweest dat we het relaas van Kersteman kunnen verifiëren (hoewel we ook auto-biografische gegevens altijd kritisch moeten bezien) 1.

Jacob Campo is geboren op maandag 9 augustus 1677 in het legerkamp bij Charleroi. Zijn vader heet Hendrick Weyerman, ruiter in het regiment blauwe garde van de Graaf van Portland. Of hij lakei is geweest, is niet bekend 2. Over zijn moeder, Elisabeth Sommerell, doen vele verhalen de ronde, mede dankzij Kersteman 3. In werkelijkheid is ze marketentster geweest; zo heeft ze haar toekomstige echtgenoot leren kennen. Jaren later wordt ze eigenaresse van een goedlopende herberg in Breda. Op 11 oktober 1676 vindt het huwelijk plaats van Weyermans ouders 4. Vanaf oktober 1680 woont de familie Weyerman in Breda. In 1695 overlijdt Weyermans vader, in 1723 zijn moeder.

In Breda neemt de jonge Weyerman naar eigen zeggen schilderlessen bij Ferdinand van Kessel. Van onmin met zijn moeder zijn geen gegevens

[p. 8]

bekend 1. Wel legt hij het aan met de herbergiersdochter Catharina Snepp bij wie hij in 1703 een zoon krijgt 2. Nadat hij volleerd is, vertrekt Weyerman in 1704 als reizend schilder naar Londen om diverse schilderopdrachten in de wacht te slepen. Ook later, terug in zijn geboorteland, werkt hij als schilder in diverse steden. Af en toe haalt hij in zijn geschriften uit naar zijn opdrachtgevers, als die hem slecht betalen. Of hij in Rome is geweest, en daar bijvoorbeeld de Nederlandse schildersbent heeft opgezocht, is niet bekend. Verder weten we dat hij in Frankrijk is geweest en - vaker en langer - in Duitsland.

Behalve met schilderen houdt Weyerman zich ook bezig met schrijven. Zijn eerste toneelstukkenverschijnen al spoedig. Daarnaast is hij actief in de kunsthandel, waarvoor hij enkele malen de Noordzee oversteekt.

In 1720 laat hij de eerste aflevering van de Rotterdamsche Hermes in druk verschijnen, zijn eerste satirische tijdschrift uit een lange reeks. Twee jaar later krijgt hij een verhouding met Adriana Simons-de Visser, met wie hij enige tijd samenwoont. Hij trouwt met Johanna Ernst 3, in 1727, bij wie hij al twee zoons heeft. Drie jaar later wordt zijn enige dochter geboren. Zijn financiële positie is intussen dermate verslechterd, en het aantal schuldeisers zo toegenomen, dat hij de wijk neemt van Amsterdam naar de vrijplaats Vianen. Hij gaat gewoon door met zijn schrijversactiviteiten: een historische werk als De Leevens van paus Alexander VI en zyn zoon Cesar Borgia, de criminelebiografie Levens byzonderheeden van Johan Hendrik, Baron van Syberg, de ‘pilot’ over Viaanse oplichters Den

[p. 9]

voorlooper van de kronyk der bankrotiers, en tijdschriften als de Adelaar, de Talmud en de Laplandsche Tovertrommel. Als een tijdschrift niet loopt, stopt hij en begint een nieuw. In een andere formule, met een andere naam.

In zijn geschriften nagelt Weyerman bij herhaling anderen aan de schandpaal. Tegen betaling kunnen zijn slachtoffers dit voorkomen. Dit is onder meer het geval bij weduwe Anna Bruinsteen wie het twee zilveren kandelaars kost. Deze chantagepraktijken leiden tenslotte tot zijn arrestatie (1738) en veroordeling (1739) tot levenslange opsluiting in de Gevangenpoort te Den Haag. Daar houdt hij zich bezig met schrijven en schilderen om zo de kost te kunnen verdienen voor vrouw en kinderen. In 1747 is Weyerman overleden.

1Voor een gedetailleerde biografie en bibliografie zie P. Altena [e.a.],‘Jacob Campo Weyerman - Overzicht van leven en werken’. In: Het verlokkend ooft, Proeven over Jacob Campo Weyerman. Ed. P. Altena, W. Hendrikx [e.a.]. Amsterdam 1985 p. 16-35; G.J. Rehm, ‘Jacob Campo Weyerman en zijn familie [...]’. In: Nederlandsche Leeuw 75 (1958), k. 353-365; T.J. Broos: Tussen zwart en ultramarijn. Amsterdam 1990. [Atlantis 1]. Proefschrift Nijmegen 1990, p. 2-42 en 258-263; M. de Vries: Aanzet tot een bibliografie van de gedrukte werken van Jacob Campo Weyerman (1677-1747). Amsterdam 1990.
1Jacob Campo Weyerman: De leevensbeschryvingen der Nederlandsche Konst-schilders en Konst-schilderessen (Dordrecht, Ab. Blussé 1769). Deel IV, en her en der verspreid in zijn geschriften. Een contemporaine bron is ook de Sententievan den Hove van Holland, tegens Jacob Campo Weyerman, Gepronuncieert den 22 July 1739 ('s-Gravenhage, Paulus en Isaac Scheltus 1739).
2A.J. Hanou, ‘Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid, enkele nieuwe gegevens over Campo's vader’. In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman (hierna: MedJCW) p. 329-331.
3In het Aanhangzel van de Zeldzaame levens-gevallen dist Kersteman fraaie verhalen op over haar belevenissen als soldaat Tobias Morello. Waarschijnlijk heeft hij zich op haar wederwaardigheden laten inspireren in zijn biografie De Bredasche heldinne, of merkwaardige levens-gevallen van Maria van Antwerpen [...] ('s Gravenhage, Ottho en Pieter van Thol 1751). Zie hierover de editie van F.L. Kersteman: De Bredasche heldinne. Ed. R. Dekker [e.a.]. Hilversum 1988.
4P.J.H. Goossens, ‘Rectificatie en nieuwe vragen’. In: MedJCW (okt. 1981) nr.42, p. 448.
1In 1695 zou Weyerman volgens Kersteman het huis uit gesmeten zijn. Maar in 1694 had Weyerman een testament laten opstellen waarin hij zijn moeder begunstigde. Dit gebeurde 3 dagen nadat zijn vader hem 1000 Rijnsgulden schonk. In 1699 woont hij nog bij zijn moeder. Rehm, o.c., k. 362.
2Vermoedelijk bedoelt Kersteman met de jonge herbergiersdochter, die Weyermanop zijn reis richting Parijs verleidt, zwanger maakt en vervolgens aan de kant zet, deze Catharina Snepp. Zeldzaame levens-gevallen p. [7-9]. In 1712 heeft Weyerman deze zoon in Delft opgezocht. Rehm, o.c., k. 362. Zie Zeldzaame levens-gevallen p. [93-94].
3Johanna Ernst heet bij Kersteman Gerritje Arends, nicht van chirurgijn Jan Arends. Bedoeld is meester Jan Ernst, burger en chirurgijn te Breda. Hij heeft zijn kleindochter Johanna bij zich in huis, omdat haar vader, Nicolaes Ernst, eveneens chirurgijn, begin 1693 naar Oost-Indië was gevaren. Rijk was ze overigens niet. Zie hiervoor Rehm, o.c., k. 363-365.
prepostterug  begin  verder