terug  begin  verderprepost
[p. 140]

I. Vertoog over de Vryheid

Waarde Vrind!

 

GY hebt my menigmaal getroost, gy zyt de Beklaager myner deerniswaardige Ongevallen geworden, vergun dat ik myn Hart voor U open leg. Zeg my waar in bestaad het gansche Wereldsch beloop? Is 't niet een onstuymige Zée, een gedurige Eb, [109] en Vloet, eene gestadige verwisseling van welvreedentheid en onrust? Salomon had waarlyk geen ongelyk toen hy alle de Ondermaansche dingen Louter ydelheid noemde. Alles wel beschouwd wat onderscheid isser tusschen de Gevangenis en de Vryheid? Alleen de verbeelding. Gelooft my Myn Lieve Vrind, men kan midden in de Vryheid Gevangen wezen, en midden in de Slaverny vry zyn.

Wytluftige Pronknamen, ver-klinkende beroemtheid, aanmerkelyke bezittingen van een geleend goet, zyn inderdaat niets anders dan Hersenschimmen, dan bloote Machinen van een glansryk Niet.

Hoe veele Stervelingen, onnutte werktuygen voor de Zamenleving, die de Straten Slypen, behoorden niet opgeslooten te worden. Hoe veele Gekerkerde welke de Vruchten van hunne Geest tot welzyn van hun Vaderland konnen aanleggen, zouden misschien de Vryheid beter dienen. In beide die omstandigheeden is men nogtans vergenoegt, om dat men begrypt niet van de allerongelukkigste te wezen. De hoop [110] maakt onze vergenoeging uit, de vergenoeging ons geluk, en het geluk bestaad slegts in het denkbeelt van het te zyn.

Zie daar Vrind wat ik van de Vryheid gevoel, maar ik moet meer zeggen! Onder de Yseren heb ik geleerd wel te denken. In de Vryheid was ik daar onbekwaam toe; Waarom? Zult gy vragen, om dat de afwending der zelfsbeschouwing veroorzaakt door allerley nietwaardige voorwerpen die de Sinnen Streelen, door allerhande belaggelyke tydvermoording die de Ziel in onwerkzaamheid doet blyven, my de geleegentheid benam van de eigentlyke waarde der Vryheid te kennen. Zedert dat ik tussen vier Muuren zit, heb ik eerst een regte verbeelding konnen maken van dat Onschatbaar goet. De Menschen zyn voorzeeker blind, wanneer zy haar zelve kittelen met de ydele inbeelding, dat hun gelukstaad zo zy de

[p. 141]

Vryheid noemen, in het vermaak, de glorie, de tydkorting, en in een zeekere onafhankelykheid om te doen wat men wil, geleegen is. Ik noem dat een ingebeeld [111] geluk, gy zult het beeter begrypen Vrind, als ik my door voorbeelden verklaare.

Een Vorst gebied willekeurig, houd een Matres tot zyn byzonder vermaak, maakt zyn Onderdanen tot Slaven, en breyd zyn grenspalen hoe langer hoe meer door de voorspoet zyner Wapenen uit. Een Ryk Burger leeft in Weelde, in Pracht, in Dronkenschap en in Overdaat. Een Hoveling geraakt door Pluimstrykery in de hoogste gunst van een Monarch. Een galante Vrouw maakt Fortuin door haare bekoorlykheden openbaar te koop te veylen. Een Bedelaar trekt de hoogste Prys uit de Lotery. Een Levereydrager krygt een profytelyk Ampt, om dat hy de Bezwangerde Meid van zyn Meester Trouwd. Leven zy daarom onbekommert, zyn zy voor altoos ontlast van Zorg, hebben zy nu en dan haar verdriet niet? en om kort te gaan zyn zy meer bevreyd van de Sterfelykheid, dan zommige ongelukkige die onder de drukkende last der Gevangenis zuchte?

Ik beschey de dwaasheid der in[112]gebeelde Vrydom, en ik belag de Wereltlingen welke het verlies van hunne Vryheid beklaagen zonder ze ooit gekonnen te hebben.

Hoor eens Vriend wat ik my aangaande het wezentlyk genot, en de groote voordeelen der Vryheid verbeelde. Ik houde het daar voor, dat 'er geen Mensch beeter dat voorregt geniet, dan een vergeeten Burger die afgezondert van de Wereldsche Luister, vry van alle Gewoel, Kommer en Zorg, algemeenlyk over al zyne Bespiegelingen over kan laten gaan, zodanig een zeg ik is waarlyk vry, om dat hy onbelemmert denken kan, en dat kan men in de Gevangenis ruim zoo wel doen. Andere soorten van Wereldlingen verdienen de naam van Slaven, aangezien zy of van hun eige, of van een anders zinnelykheid afhangen. Daar verhaalt gy my dat die groote Staadsman die zoo veel gerucht heeft gemaakt gebuyteld is, daar komt men my zeggen dat een voornaam Man die een Paruyk van Hondert Daalders droeg Bankroud heeft gespeelt, dan verteld men my dat die beruchte Mevrouw zoo bekend [113] wegens een nagebooste Godvrucht, op Overspel betrapt zynde, vervolgens van haar Echtgenoot is gescheiden: Hier komt men my in 't Oor luysteren dat een zeeker Jong Heer na de moode, zig voorleeden week op een Bruyloft mors Dood gedanst heeft. Och denk ik by myn zelve als ik diergelyke Gekheeden overpeins, hoe groot is myn geluk van Gevangen te wezen. Ik dugte nog de Nyd, nog de Laster: Niemand kan over myne Daden oordeelen, om dat niemand 'er agt op slaan kan, ik Leef nu geruster, vrolyker, en vergenoeg-

[p. 142]

der dan menig Prins, die misschien myn zorggelooze Staad benyden zou. Wat behaal ik derhalven een groote Zegenpraal over de kwaatwilligheid myner Vyanden, die my deeze welverdiende Straf gunnen. &c. [114]

prepostterug  begin  verder