terug  begin  verder
[p. 91]origineel

Cantate, voor en na eene door mij in het gezelschap Harmonica den 11 sept. 1808 uitgesprokene lijkrede, ter viering der nagedachtenis van Jaques Kuyper; beide den heere Jan Brouwer, Junior en vrouwe Anna Sara Kuyper toegewijd.

 
RECITATIEF.
 
Stem onze harten tot treurigheid,
 
Godlijke toonkunst!
 
Maar lenig ook, met uw' streelenden balsem,
 
De bloedende wonden der vriendschap!
 
Zoo wijden wij uwe troostende Harmonie
 
Hem, dien wij beminden.
[p. 92]origineel
 
KOOR. (onmiddelijk voor de redevoering.)
 
Beziel den spreker, die de zangen
 
Van onze Reijen zal vervangen,
 
En kwijnend op uw' invloed wacht!
 
Bemoedig hem,
 
Gelei zijn stem,
 
Geef aan zijn woorden kracht!
 
KOOR. (na de redevoering.)
 
Laat, om der smart een' weg te banen,
 
De treurtoon heerschen in uw lied;
 
Weêrhoudt, ô broeders uwe tranen
 
In 't heiligdom der vriendschap niet!
 
Giet in den stroom van uwe zangen
 
Den bittren kelk der droefheid uit;
 
En laat den trippeltoon vervangen
 
Door dof en kwijnend maatgeluid!
 
RECITATIEF.
 
Hij stierf! -
[p. 93]origineel
 
A.
 
De kunst die van 't aandoenlijk hart
 
Den toon en maat bepaalt,
 
B.
 
De hoop en vrees, de vreugde en smart
 
En elke drift van 't menschlijk hart
 
Voor 't oor naar 't leven maalt,
 
A. en B.
 
Zinkt naast zijn grafterp treurig neêr,
 
Haar lievling, kuyper, is niet meer.
 
RECITATIEF.
 
Hij stierf! -
 
A.
 
De kunst, die door Natuur geleid,
 
Voor 't oog haar plaats bekleedt,
 
B.
 
Haar tooit met glans en Majesteit,
 
Haar tot ons hart het spoor bereidt,
 
Als ze aan haar zijde treedt,
 
A. en B.
 
Zinkt bij zijn graf onmagtig neêr!
 
Haar steun en lievling is niet meer.
[p. 94]origineel
 
RECITATIEF.
 
Hij is niet meer!.....
 
Die aan ons hart
 
Door vriendschap was verpand!
 
ARIA.
 
Aan beider zusterlijke hand,
 
Maar dartlend tusschen beiden,
 
Zaagt gij in dezen vriendenkring,
 
Harmonica, uw' lieveling
 
Den vreugdekelk bereiden.
 
RECIT. OBL.
 
Harmonica! betreur den kunstgenoot
 
Die van uw lier de gevoeligste snaren stemde!
 
A. en B.
 
Hij is niet meer, die hier de vreugd gebood,
 
Als somberheid ons vergenoegen stremde.
 
KOOR.
 
Laat, om der smart een' weg te banen,
 
De treurtoon heerschen in uw lied;
 
Weêrhoudt, ô broeders, uwe tranen
 
In 't heiligdom der vriendschap niet!
[p. 95]origineel
 
Giet in den stroom van uwe zangen
 
Den bittren kelk der droefheid uit;
 
En laat den trippeltoon vervangen
 
Door dof en kwijnend maatgeluid!
 
RECITATIEF.
 
Wat is verdienste, als trotsche waan haar voedt?
 
Wat roem en eer, voor een ontaard gemoed?
 
Niets dan gebrek, bij rijken overvloed!
 
DUO.
 
Kuyper paarde met verdienste
 
Vriendschap en gezelligheid:
 
Nimmer werd zijn kunstvermogen,
 
(Schoon bewierookt en gevleid)
 
Nimmer werd zijn kunstvermogen
 
Door verwaten' trots geleid.
 
vier kinderen.
 
Kuyper, wij strooijen
 
Kunstlooze bloemen,
 
Bloemen der liefde
 
Rondom uw graf.
 
 
[p. 96]origineel
 
Heilige stemming
 
Vul onze harten;
 
Wijk in de vreugde
 
Nooit van ons af!
 
 
 
Zalig herdenken
 
Aan onze vrienden
 
Wijk in dit leven
 
Nooit van ons af!
 
 
 
Kuyper, wij strooijen
 
Kunstlooze bloemen,
 
Bloemen der liefde
 
Rondom uw graf!
 
KOOR met SOLO.
 
Daal uit verhevener kringen neder
 
En stem ons lied,
 
Schenk, kuyper, ons uwen invloed weder,
 
Vergeet ons niet!
 
A.
 
Hij is niet meer.
[p. 97]origineel
 
B.
 
Hij leeft in onze koren:
 
Zijn geest zweeft om ons heen.
 
C.
 
Hij kan den toon der vriendschap niet meer hooren!
 
D.
 
Door haar bezield zweeft hij in onze koren,
 
Voelt onze smart, en matigt ons geween.
 
RECITATIEF.
 
Wat zachte galm volgt onze klanken na,
 
En fluistert zacht: - Harmonica?....
 
SLOTKOOR.
 
Strooijen we in deze
 
Heilige stemming
 
Bloemen der vriendschap
 
Rondom zijn graf!
 
 
 
Zalig herdenken
 
Aan den geliefde
 
Wijk in dit leven
 
Nooit van ons af!
[p. 98]origineel

Opdragt.

 
Kunt ge in deze enkle en ruwe trekken,
 
Gedrukt in ligt verstuifbaar zand,
 
Getrokken met een losse hand,
 
Den stouten geest mijns vriends ontdekken?
 
Hervindt ge, schoon verstrooid den zin
 
Van 's broeders kunstvermogen in?
 
Een zweem, een schijnsel van zijn wezen?
 
Kunt ge in dit onvoltooide beeld,
 
Waar in een vonkje stervend speelt,
 
Zijn vlammende gedachten lezen?....
 
Neemt dan, het zij u afgestaan! -
 
Dit offer mijner vriendschap aan! -
 
Verschillend zijn der kunsten talen;
 
Maar aller zin en doel is één,
 
Dringt stout door aller woorden heen,
 
Komt fonklend door haar teeknen stralen.
[p. 99]origineel
 
Al wat het oog of oor verrukt,
 
Zich in het merg der zinnen drukt,
 
En opwekt tot een hooger leven,
 
Is taal der kunst, is Godentaal;
 
Maar meer dan ijdle woordenpraal
 
Moet ons den zin te kennen geven.
 
Wie slechts met klank of teeken speelt,
 
Is schaarsch met kunstgevoel bedeeld.
 
Uw' broeder dacht in zigtbre teekenen,
 
En sprak de beeldspraak der natuur;
 
Hij wist haar kracht, haar licht, haar vuur,
 
In stijl en wending te berekenen.
 
Het geen hij dacht kwam voor zijn oog,
 
Als een tafreel, dat van omhoog
 
Uit ongeziene kringen daalde,
 
En zich door eigen scheppingsdrift,
 
In overal verstaanbaar schrift,
 
Met gloênde Hemelverwen maalde.
 
Heb ik zijn kunsttaal wel verstaan,
 
Neem dan mijn offer gunstig aan;
 
Maar, ô verschoont de taalgebreken!
 
Een vreemdling op zijn grondgebied,
[p. 100]origineel
 
Kende ik dier woorden reeglen niet,
 
En kon slechts door de mijne spreken.
 
Verschoont, wanneer ik, te algemeen,
 
Zijn kunst en, in zijn kunst, alleen
 
Zijn' geest en vindingskracht waardeerde!
 
'k Vermogt niets meer dan 't geen ik gaf,
 
En 'k bragt het weenende op zijn graf,
 
Toen gij het met een traan vereerde.
 
Meer dan uw lof streelt mij die traan.
 
Ja! neemt het, neemt het weenende aan!
terug  begin  verder