(*)Er zijn Etymologische gissingen in zwang, die vrij wat minder grond hebben, dan dat eburonen, zamengesteld is van eber en hunnen; wanneer men aanneemt, dat er te Luik eene Hunnische volkplanting bestaan heeft. Hun is nog in 't Hungaarsch te huis, en hunnan, van huis zijn, omzwerven. Ebrenhunnan, krachtdadig van huis zijn.
(*)Dat er vele Nederduitsche woorden in 't Luiksch gevonden worden, gelijk: Forzumé (verzuimen) L'amor nò fai tò forzoumé. (De liefde doet ons alles veronachtzamen.) Ahafté. (aanhechten.) Stopé (stoppen) en een menigte andere; is zeer natuurlijk, uit hoofde van zoo vele omliggende plaatsen, waar het nederlandsch de volkstaal is. Wat hier echter van het Nibelungen lied schertsende gezegd wordt, moge men gelijk stellen met de afleiding van Keulen; enz. Waarschijnlijk is het, dat de Engelsche woorden welke men in het Luikerwaalsch aantreft, niet van het nieuwere Engelsch, maar onmiddelijk uit het Angels-Saksisch afstammen; gelijk: louk van locjan (kijken, bekijken.) van den zelfden oorsprong als ons luiken, lijken, enz.; deze en meer andere zijn tevens gelijkworteling met Nederduitsche woorden.
(*)Esztelen is in 't Hongaarsch woest, dolzinnig; ook is er nog een stad, in Hongarijen, Esztergam, dat is Staf van Eszter.