De Post van den Helicon. No. 31.Vervolg van den Prosaïsmiet op den Zangberg.Vyfde tooneel.Feithophila (welke door Dementia gevolgt wordt, zoekt haar te vergeefs te ontloopen.)
|
* Men leeze hier bij Pag. 49 Tweede
brief, van de brieven over verscheiden onderwerpen door Rhynvis
Feith.
|
Dementia.Zo waarlijk? is het bij u maar een plant? wat is het dan bij mij, gevoelige ziel?
Feithophila.Zoo een... soort van mosch dat om de boomen groeit.
Dementia.Om de Treurwillig van Klopstock hoop ik toch?...
Feithophila.Ja, maar gaa dan heen.
Dementia. (den Prosaïsmiet ziende)O jee! daar is die man die kookend water over dien schoonen Treurwillig gieten wil. (zij vertrekt)
Feithophila.De Hemel bewaar den boom! laat het mosch verzengd worden.
Zesde tooneel.De Prosaïsmiet, Feithophila.De Prosaïsmiet.Zo! dat heet spreken! ontdoe u toch eens van die lastige schepsels: en houd dan met een op lastig te zijn.
Feithophila.Ik ben niet gewoon lessen te ontfangen.
De Prosaïsmiet.Daarom juist wilde ik u overhaalen om die aan anderen te geven: want als gij keert valt alles wat sentimenteel is en gij zult blijven staan.
Feithophila.Neen, ik zal niet wat gij ook aan moogt wenden. Zou ik mijn landgenooten uit de woestheid waar uit ik hen gered heb - waar uit ik hen ‘niet met raisonnementen * maar hen doende gevoelen,’ gered heb - zou ik hen door mijn voorbeeld daar weder in te rugg' roepen! - Ik weet wel waar gij heen wilt, wanneer gij van lastig zijn spreekt - gij zult met het zogenoemde onnatuurlijke, ge-outreerde, en overdrevene aankomen - maar 't is gelijk d'Arnaud zegt: Nous sommes dominés par une secrette inpulsion dont la cause nous est inconnue, & qui nous porte sans cesse à nous faire plus grands que nous sommes; voila l'origine dès feés, des genies, des enchanteurs, de ces géans attaquès par des hommes d'une taille ordinaire.
|
* Eerste brief, pag 23 van de
brieven over verscheiden Onderwerpen door
Rhynvis Feith.
|
De Prosaïsmiet.Daar is 't geval, men wil grooter zijn dan men is, om kleinder te worden dan men geweest zou hebben. Geloof me! minder wartaal of minder Poësie, (als gij wilt) én meer gezond oordeel; minder maat en rijm (dat is) minder monotonie (eentonigheid) en meer vrijheid van uitdrukkingen, zou u minder na volgsters (dit is waar) maar tevens uw meester meer roem bij het meer verlicht gedeelte der natie (laat ik mij eens gelijk de recensenten uitdrukken!) verworven hebben. Men maakt Versen en wanneer zij gemaakt zijn, dan moet men de kunst weer te baat nemen om niet te doen opmerken dat het versen zijn: die dubbele moeite kan men uitwinnen met in Prosa te schrijven. Tot een voorbeeld - is het niet beter de vier Versen in de Merope van Voltaire, die ik om de rondheid die er in heerscht, schoon vindt; te declameeren of het Prosa was; op deeze manier:
Waar toe anders die kunstgreepen van de Acteurs; als om van die Versen goed prosa te maaken? Dikwils heb ik schoone Versen geleezen en ik verveelde me, zonder te weeten waarom: en 't is nog niet lang geleden, wanneer ik ontdekt heb, dat de maat en 't rijm door hun eeuwige cadans, die mij altijd nog twee uuren naderhand in de ooren nabromt, dit veroorzaakte.
Feithophila.Verveelt u de musiek dan ook niet?
De Prosaïsmiet.Veel al. Doch daar bemoei ik me niet meê.
Feithophila.Daar doet gij zeer wel aan: want daar zoudt gij zeker geen grein gezond oordeel in vinden. Ja, mijn vriend! gij redeneert over de Poësie als of gij Trublet van buiten geleerd hadt. Gelooft gij ook even als hij dat Boileau al te Poëtisch is?
De Prosaïsmiet.Ja!
Feithophila.Ik wil u wel verzekeren dat ik in dat geval mij niet verwonder over de antipathie die gij voor die goddelijke kunst gevoelt.
De Prosaïsmiet.Om den tijd niet met disputeeren door te brengen; is de vraag alleen deeze; of gij met uw' meester tot ons over wilt komen? Zo ja - dan zal deeze weg zich wel van zelve ontvolken en te niet loopen: zo neen; dan eisch ik uit naam van het Oratorie kasteel den weg op. Vel nu uw eigen vonnis en kies.
Feithophila.Wij zullen strijden?
De Prosaïsmiet.Bedenk dat wij met al de middelen die het Corps van Auctores classici ons aan de hand geeft, deeze plaats bestormen zullen. Wij weeten zeer wel uw zwakte en sterkte, om niet illotis manibus voor den dag te komen. De Latijnsche Zanggodinnen zijn oud (ik beken het) maar niet minder ondernemend als het Hollandsche negental. Deeze hebben wij in ons belang. En 't is zeer mogelijk dat wij een oorlogsdeclaratie in enkele versus Heroici doen zullen om ontzag in te boezemen, en dan vervolgens met een krijgsgeschrei geheel uit versus adonii bestaande, een terreur panique aan al wat hier ademt aanjagen.
En welk een tegenstand zullen wij hier aantreffen? - Traanen! ha! ha! ha! Traanen!
Feithophila.Ja komt ons maar bestrijden met wapenen waar van gij u door een
traag en onvermoeid zoeken meester gemaakt hebt. Ligt slaagt gij, zelfs zonder
de kracht te gevoelen, die gij, gelijk een dommekracht, te weeg brengen zult.
Al wat gij in uw voordeel hebt, is dat gij in uw kring volmaakter wezens zijt
dan wij. Maar onze nederlaag zal ten minste uw overwinning verduisteren. Dit volgende is mijn antwoord:
Zevende tooneel.Feithophila, de Prosaïsmiet, Thalia, Mercurius.Thalia.Zou ik wel weeten mogen, waarom hier zo ijsselijk geschreeuwt wordt, en dat zo geheel in 't Fransch?
De Prosaïsmiet.Laat ik de eer hebben, Mevrouw! van u te zeggen dat wij Prosaïsmieten voorgenomen hebben deezen weg in te nemen, de Zangsters er af te jagen, de omgehakte boomen weg te dragen; het Dolhuis tot een Templum honoris te maaken, op de vuursteen een monumentum aere perennius op te richten, daar alle de oude Schrijvers, zo Grieksche als Latijnsche, in Plijster op doen praalen, en nog iets... dat een secreet point is. En dewijl ik nu het geluk heb u te ontmoeten, kan ik niet nalaaten te vragen hoe gij er over denkt.
Thalia.Ik mag het wel lijen.
Feithophila (ter zijde)Een Cabaal! - zelfs onder 't zangkundig Godendom. Vaarwel verrukkelijk oord, u wacht een ijslijk lot!
Thalia.Neen, blijf Mejuffrouw, 't is altijd tijds genoeg heen te gaan,
wanneer men niet langer blijven kan. Mercurius haal mijn' stoel uit den Tempel... en... neen ik zal geen maske nodig hebben.
Mercurius.Welken stoel, Mevrouw?
Thalia.Dien grooten Fauteuil met rood satijn bekleed: want ik ben voornemens bij deeze Expeditie op mijn gemak te zitten lachgen.
De Prosaïsmiet. (ter zijde)Zonder maske... dit voorspelt iets... wonders.
Feithophila.Wat zal nu voortaan * de brief van Mevrouw *** uitwerken? ô Feith gij moogt voortaan met de woorden van Voltaire wel van mij zeggen:
* * * Zo op het oogenblik, eer ik deezen afzende ontfang ik een' nameloozen brief, dien in zeer onvriendelijke termen geschreven hier op neêrkomt: namelijk; - dat men de Romance in 't vorige No. geplaatst, met zeer veel ongenoegen daar in gezien heeft, als niet gedestineert om in mijn Weekblad te pronken. Bij deeze gelegenheid verzoek ik een ieder, mij nooit weêr Romances over te zenden.
Te Amsterdam, Bij J. ten Brink Gz., word dit No. à 1 ½ st. uitgegeven. |
* Derde Brief, pag. 59 van de Brieven over
verscheiden Onderwerpen. I. Deel.
|