Voor Meik,
Joris en Matthijs.
Een woord van dank zij hier gericht tot allen die mij bij het tot stand komen van dit proefschrift met raad en daad terzijde hebben gestaan. Van hen noem ik in het bijzonder:
prof. dr. A.L. Sötemann, mijn promotor, die steeds het volle vertrouwen in deze studie behield en die alle versies ervan uiterst nauwgezet en gewetensvol beoordeelde;
de overige leden van de beoordelingscommissie: prof. dr. P.J. Buijnsters, prof. dr. F.J. van Ingen en prof. dr. J.J. Oversteegen, die zich niet beperkten tot het formeel vereiste ‘nihil obstat’, maar die mij elk enige waardevolle suggesties aan de hand deden;
prof. dr. W. van den Berg en dr. L.H. Mosheuvel, die mij respectievelijk in de eerste en in de laatste fase van het schrijven van dit boek met hun kritische belangstelling over het dode punt heen hielpen;
de faculteit der letteren van de Rijksuniversiteit te Utrecht, die mij in betere tijden in de gelegenheid kon stellen me gedurende een half jaar uitsluitend te wijden aan het verrichten van onderzoek, door de toekenning van een halve zgn. ‘Hugenholtzpost’;
mijn collega's van de afdeling moderne letterkunde van het Instituut De Vooys, die door het overnemen van onderwijs- en bestuurslasten een verlenging van deze periode met nog een semester mogelijk maakten;
de toenmalige onderbibliothecaris, nu bibliothecaris, van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, drs. J. van Heyst, die gedurende dat onderzoeksjaar een werkplek bij de bronnen beschikbaar stelde;
mijn vakgenoten prof. dr. P.J. Buijnsters, drs. W.F.G. Breekveldt, drs. J.P.M. Groot, dr. A.N. Paasman en dr. J. Stouten, alsmede prof. dr. C.H. Blotkamp en drs. G. Kuipers, die allen steeds alert waren om mij te attenderen op Werther-plaatsen (‘Of ik deze al had?’);
drs. W.J. van den Akker, dr. L.H. Mosheuvel en dr. G.J. Dorleijn, die onmisbare hulp boden bij de correctie;
mevrouw dr. G. Gerritsen-Geywitz, die de Zusammenfassung corrigeerde (om niet te zeggen: herschreef);
uitgever S.S. Hesselink en zijn medewerkers, dankzij wier inzet en toewijding dit werk, in weerwil van allerlei complicaties, tijdig en welgeschapen het licht kon zien.
voorjaar 1985
j.j.k.