terug  begin  verderprepost
[p. 46]

Bijlage III.
Een nakomertje1).

Te laat om nog in den rij van zijn broeders in de onkunde te worden geschaard, kwam ook ‘Krino’ eenige gal gieten op de Nieuwe Gids en wat wierook ontsteken voor Guido.

Over het eerste zullen wij zwijgen: ons te verdedigen tegenover lieden, ‘die zich ten onrechte verbeelden aan literatuur te doen’ zou een onbegonnen werk wezen: wij zijn geen dwazen, die maar zoo iets doen en zeggen in het wilde weg: ieder onzer woorden kunnen wij verantwoorden tegenover ieder die toont zelf gedacht en gevonden te hebben; onze opinies liggen daar, rustig tusschen al de aanvechtingen der recensenten, en zij zullen doorwerken, langzaam, langzaam. Dat is een kwestie van eenige jaren.

‘Krino’ prijst Julia, maar met aanmerkingen: deze zijn echter meest alle van grammatischen en technischen aard, eenige gegrond, andere weder niet. Men kan die bij honderden op het werk van Bilderdijk en da Costa, etc., Fiore, Pol de Mont, etc. ook maken. Dat echter ‘Krino,’ met zijn wijsheid, al even dom is als de rest, wordt alleen reeds hierdoor bewezen, dat hij den geheelen belachelijken ‘Etna’ heeft geslikt, zonder een spier van zijn gelaat te vertrekken. Je moet eerst leeren lezen, voor je weêr recenseert, hoor, Krino!

Ziehier het gunstige, dat Krino van ‘Julia’ zegt:

Guido is ‘een man van smaak en dichterlijken aanleg.... stukken die getuigenis geven van talent, als: Liefdes-openbaring.... Evenals Stille Ure herinnert het aan Staring, zelfs in wendingen en woorden.... Zoo “Zomernacht”, zoo “Vlammende Gloed” dat een Hollandschen Heine waardig zou zijn, mits het eerste couplet werd weggelaten. Krachtig zou de aanhef klinken’, (doe toch geen moeite, waarde Krino, 't is alles voor niet):

[p. 47]
 
Straks slaan de vlammen om ons heen
 
En ik lig in uw armen verloren.

.... Zoo brokken op elke bladzijde b.v. uit “Sizilia.” Zoo “Klachte” (daar heb je 't waarachtig weêr) waarvan evenwel het eerste couplet alleen het werk had kunnen doen; het tweede en derde verwateren de gedachte’ (die Krino is verduiveld knap: die ziet ‘gedachte’ waar de schrijver zelf niets dan nonsens ziet)....... ‘Uit dit verhaal spreekt heilige liefde voor de Kunst; soms wordt de gloed hartstochtelijk en neemt de bezieling een hooge vlucht (och, arme Krino! ik krijg met je te doen: 't is of men Smit Kleine hoort) dan vloeien waarlijk schoone verzen uit Guido's pen en is hij meester over den vorm.’ (Hee, en die Fiore heeft gezegd, dat Guido het beste Hollandsch schreef van alle levende dichters, hoe zit dat?) ‘Vooral is dat het geval, waar hij als hekeldichter optreedt en met verontwaardiging spreekt over de ontaarding der kunst.’ (Dat 's een goeje slotzin; nou, dag Krino! 't is een zachte dood voor je geweest: we hebben geen tijd om ons langer met je op te houden: er zijn betere dingen te doen.)

1)Zie ‘Europa’ Mei 1886.
prepostterug  begin  verder