Didactische letterkundeTenslotte dienen nog enkele werken van didactisch karakter uit deze periode genoemd te worden. Zeer vermaard was een verzameling eenvoudige spreuken en zede-lessen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling: De Disticha Catonis, zo genoemd omdat het werk lessen van de Romeinse wijsgeer aan zijn zoon behelzen zou; het werd in vele talen bewerkt; in 1253 werd de Dietsche Catoen 2 op de scholen van Ieper als leerboek gebruikt. In korte, overwegend vierregelige dichtjes geeft het tal van voorschriften voor het praktische leven en de zedelijke vorming. Grote bekendheid genoot het zedendicht Miserere of Rinclus 3 , zo genoemd naar een zekere Renclus (kluizenaar) van Moiliens, naar wiens Franse tekst Gielijs van Mollem (er ligt een dorp van die naam bij Affligem) en een Heinrec (die men met Hein van Aken heeft menen te kunnen identificeren 4 ) onze tekst met zekere vaardigheid bewerkten. Het handelt over de mens, wekt op tot vermijding van de zonde - met name van de hovaardij - en tot heiliging van leven. Er ligt, intussen, een diepe kloof tussen b.v. de Brieven van Hadewijch en de overige didactiek, al blijft deze didactiek, althans die van de Rinclus ‘nog poëzie, omdat zij de diepere levensvragen behandelt, niet op abstract-redeneerende wijze, maar in hun levensverband en in hun levensbeteekenis’ 5 . |
2 Dietsche Catoen, uitg. W.J.A. Jonckbloet, Leiden 1845; A. Beets, Groningen, 1885. Over het werk en de auteur ervan M. Boas, TNTL, 1910, 181 en J. van Mierlo, Martijn van Torhout, VMA, 1938, 331 vlg.
3 Renclus of Miserere, uitg. P.C. Serrure, Vaderl. Museum 3, 225-286; P. Leendertz, Het Mnl. leerdicht Rinclus, Amsterdam, 1893.
4 L. Willems, VMA, 1924, 239; W.E. Hegman steunt NiTlg, 1955, 77-81, de stelling dat Hein van Aken het tweede deel bewerkte.
5 J. van Mierlo, Gesch. Lett. Ned. I, 241.
|