We zullen hier proberen in het kort een aantal bronnen op te sommen die de lezer verder kunnen helpen op verschillende deelgebieden. Daarbij beperken we ons tot literatuur over taalcontact in het algemeen en tot de Surinaamse taalsituatie.
Er bestaat nog steeds geen goed boek of zelfs maar een groot artikel over taalcontact in het algemeen, waarbij alle of het merendeel van de aspecten worden belicht. Het meest in de buurt komt een boek in het Frans van Mackey (1978). Op verschillende deelgebieden bestaan wel redelijke handboeken en overzichtsartikelen. Dat is jammer genoeg voor stabiele meertaligheid nog niet het geval. Hier blijft het werk van Fishman (1966 e.a.) actueel. Op het gebied van de psychologische aspecten van tweetaligheid is er Albert & Obler (1978), waarin neurologische aspecten zwaar benadrukt worden. Giles (ed., 1978) geeft een belangwekkend sociaal-psychologisch perspectief. Paradis (ed., 1978) is een algemene verzamelbundel met artikelen over tweetaligheid. Over taalverschuiving is er de recente studie van Gal (1979), gebaseerd op gegevens van een Hongaars sprekende minderheid in Oostenrijk, en op het gebied van taaldood het boek van Dorian (1981), gebaseerd op de situatie van het Gaelic in Schotland. Het artikel van Poplack over Spaans-Engelse code-vermenging van Puertoricanen (1980) geeft een goed overzicht van de stand van zaken op dat onderzoeksgebied, maar op het terrein van ontlening en convergentie zijn er geen recente overzichtsstudies. Daar biedt Haugen (1953) nog steeds het meest volledige perspectief.
Hoewel het op een aantal punten een klein beetje verouderd is vormt Todd (1974) nog steeds de helderste en eenvoudigste inleiding op het gebied van de taalgenese, de studies van pidgins en creolentalen. Een goede bundel is Valdman (1977), met een aantal overzichtsartikelen. Een monografie waarin de universalistische hypothese in haar meest recente vorm wordt uiteengezet en verdedigd is Bickerton (1981). Over de taalsituatie van Suriname willen wij de volgende bronnen vermelden. De Encyclopedie van Suriname (1975) biedt een zeer gevarieerde hoeveelheid informatie aan over Suriname. De onderdelen over de bevolkingsgroepen, hun geschiedenis, talen en culturen zijn zeer ‘up to date’ samengesteld en bieden de belangstellende lezer de mogelijkheid zich snel te oriënteren.
Een andere zeer informatieve bron is het Cultureel Mozaïek van Suriname van Albert Helman (1977). Het boek draagt als ondertitel ‘Bijdrage tot onderling begrip’, en is het resultaat van een unieke samenwerking van kenners van de Surinaamse taal en cultuur. Bovendien zijn een zeer groot deel van de medewerkers Surinamers van verschillende etnische origine. Hoewel sommige onderdelen van het boek moeilijk te verteren zijn is het als eerste informatie-bron alleszins aan te bevelen.
R. van Lier's Samenleving in een grensgebied (1977) is een historisch-sociologische studie van de Surinaamse samenleving. Deze studie gaat uit van de stelling dat de Surinaamse samenleving pluraal van aard is. Het is een onvolprezen bron van informatie over de verhoudingen in de kolonie Suriname vanaf haar vestiging. Suriname - neo-kolonie in rijksverband van de hand van G.J. Kruijer (1977) is een diepgaand eigentijds sociologisch onderzoek van de Surinaamse maatschappij.
Tenslotte is er op journalistiek gebied het foto- en reisverslag van W. Diepraam en G. van Westerloo: Frimangron (1975) te vermelden. Het is een indringend verslag van het Suriname van voor de onafhankelijkheid. Het gaat op een zeer actuele wijze in op de culturele maar ook sociale en politieke omstandigheden van Suriname.