terug  begin  verder
[p. 66]

Sarnami

Inleiding 1

Sarnami - tegenwoordig bijna nooit meer Sarnami Hindustani genoemd - is de dagelijkse omgangstaal van een heel groot gedeelte van de Hindoestaanse bevolkingsgroep van Suriname.

De taal is in Suriname ontstaan uit een aantal uit India meegebrachte Hindi-dialecten (zie de bijdrage van S. Kishna). In Suriname heeft de taal uiteraard invloed ondergaan van het Sranan en het Nederlands, maar deze invloed is enkel lexikaal. In klankaspect en syntaxis is het Sarnami heel dicht bij de oorspronkelijke Indiase dialecten gebleven. Wel heeft de taal in Suriname enige vereenvoudiging in vervoeging en verbuiging ondergaan, en eveneens enigermate in stijlen. De thuistalen van de Indiase immigranten waaruit het Sarnami gegroeid is, hebben steeds verheven en formele variëteiten naast zich gehad, te weten Hoog-Hindi (gesanskritiseerd), Urdu (met veel Perzische woorden) en het standaard-Hindi (in Suriname vertegenwoordigd in o.a. de Indiase films). Meer over de verhouding tussen deze variëteiten en het Sarnami vindt men in de bijdrage van R. Motilal Marhé. Ondanks dat het Sarnami zich in een meervoudige diglossie-verhouding bevindt, nl. ook nog ten opzichte van het Nederlands als de officiële taal en de onderwijstaal van Suriname, terwijl het voorts in de informele sfeer, vooral in Paramaribo en omgeving, concurrentie van het Sranan ondervindt, heeft de taal zeker nog een aanzienlijke ‘linguïstische vitaliteit’. Direct buiten de conglomeratie Paramaribo zijn er al gemeenschappen te vinden waarin Sarnami de veruit dominante taal is.

Iets over het karakter van de taal kan de Nederlandstalige lezer te weten komen door de woord-voor-woord-vertaling van de Sarnami-tekst van Jit Narain te bestuderen. Direct in het oog springend is de woordvolgorde: in plaats van voorzetsels heeft het Sarnami achterzetsels, bijvoeglijke bepalingen komen voor de zelfstandige naamwoorden en de werkwoorden staan achteraan. De taal heeft voorts geen bepaald lidwoord. Een Nederlandse zin als: ‘De wortel van de taal Sarnami wordt in India gevonden’ moet dus ‘omgezet’ worden tot: ‘Sarnami taal van wortel India in gevonden wordt’ (zie verder

[p. 67]

Jit Narain's tekst en vertaling). Dit geeft enig idee van de mate van taalverschil die kinderen die Sarnami-sprekend opgroeien, moeten overwinnen als ze vanaf de eerste klas van de lagere school Nederlandstalig onderwijs krijgen.

Naast deze kennismaking langs indirecte weg hebben we geen aparte karakteristiek van de taal kunnen opnemen. De bestudering van het Sarnami is pas recent ter hand genomen. Aan een grammatica en een woordenlijst van het Sarnami wordt sinds een paar jaren gewerkt, maar ze zijn nog niet verschenen. Een spellingsvoorstel van J.H. Adhin uit 1963 wordt meestal in grote lijnen wel gevolgd, maar heeft niet alle problemen opgelost. Een beschrijving van de beginnende emancipatie van het Sarnami, tegelijk een pleidooi voor de noodzakelijkheid ervan, is te vinden in Marhé's ‘Waarom toch die emancipatie van het Sarnami’. Binnen de Hindoestaanse gemeenschap is er een groeiend aantal mensen die gedichten en andere teksten in het Sarnami schrijven en ook op andere manieren bijdragen aan de politieke en literaire emancipatie van deze taal. De Sarnami tekst is afkomstig uit het eerste nummer van het geheel in het Sarnami geschreven blad Sarnami, dat sinds 1982 door het collectief ‘Jumpa rajguru’ te Den Haag wordt uitgegeven.

terug  begin  verder