Ik was naar Europa gegaan om er een punt achter te zetten. Definitief. Het huisje dat ik gedurende al die jaren als pied à terre in Amsterdam had aangehouden, doekte ik op. Zo ook het huis in Frankrijk. M'n spullen konden weg. Bezit was niet meer nodig. Ook de kunst hoefde niet meer. Wat ik te zeggen had, was gezegd. De kindertransporten hoefden niet meer. Wat ik had kunnen doen, was gedaan. Ik was aan m'n eind - de zaak waarin ik verwikkeld was eveneens: Da Nang stond op het punt te vallen, Saigon was ingesloten. De Vietnamese oorlog zou afgelopen zijn. - En ik ging een klooster in, een boeddhistisch klooster, in Laos of Thailand, en nu niet voor een paar weken of maanden, dit keer voorgoed. Ik had het allemaal gehad. Nooit meer oorlog.
Laat in de avond arriveerde ik in Amsterdam. De volgende ochtend ging ik naar mijn galeriehouder om hem op de hoogte te stellen van een onherroepelijk besluit. Maar hij was er niet. Wel was daar een assistente, een meisje van Indo-Chinese afkomst. Ik kende haar niet. Een halfuur lang keek ik vanuit een hoekje toe hoe ze een bezoeker te woord stond. Het waren mijn etsen die ze toonde: mijn tekens, ooit in zink gegrift. Ik zag dat ze ze las. Ze verstond de taal...
En ik verdween, zonder een woord met haar gewisseld te hebben, zonder haar naam zelfs maar te weten.
Diezelfde middag vertrok ik naar Frankrijk. Maar ik ging niet langer om er het huis op te doeken. Ik maakte het er schoon. Er wachtte me een ticket voor Seoel. Ik ging. Ik keerde terug via de Pool. In Kopenhagen leverde ik zes Koreaanse baby's af. Ik vloog naar Amsterdam.
Opnieuw de galerie. Ze was er. En dit keer sprak ik haar aan. Ze heette Hi-en. Ze was zevenentwintig. Ze studeerde Spaans.
Die zomer zouden we samen in Frankrijk zijn, die herfst zou ze haar studie voltooien, in december zouden we trouwen, onze huwelijksreis zou naar Zuidoost-Azië gaan, we zouden Indonesië bezoeken, haar geboortegrond, we zouden samen kindertransporten begeleiden, van Tokio naar Stockholm, van Korea naar Parijs, niet lang daarna zou het tijd worden om naar een grotere woning uit te zien, een huis met meer modern comfort dan het zelfgebouwde paleis... - Maar dat alles wisten we toen nog niet.
En op een stralende augustusmiddag, in een ziekenhuiskamer met uitzicht op de Middellandse Zee, zou jij geboren worden, Carolynne.
Een dochter. Je werd me aangereikt, ik hield je op. Je ogen waren even helder en blauw als de hemel en de zee die ze spiegelden.
Dit is de wereld, Carolynne.
We zullen ons best doen dat je het goed krijgt.