terug  begin  verderprepost

7 Liefdesverklaring

Het treurspel Rodderick ende Alphonsus is een van de eerste toneelstukken van G.A. Bredero (1585-1618). Het werd voor het eerst opgevoerd in 1611 op het toneel van de Amsterdamse rederijkerskamer ‘De Egelantier’. In 1616 is het in druk verschenen.

Het stuk vertoont enkele klassieke kenmerken zoals de verdeling in vijf bedrijven, maar het is geen klassiek treurspel. Zo worden de ernstige scènes afgewisseld met komisch optreden van volkse types.

[p. 112]

Onderwerp van het spel is de rivaliteit tussen de vrienden Rodderick en Alphonsus, die beiden verliefd zijn op hetzelfde meisje: Elisabeth.

In onderstaand fragment dwaalt Elisabeth door de ‘bogaert’ en horen we haar in een alleenspraak haar liefde voor Rodderick verklaren. Meteen daarop volgt Roddericks reactie die vanachter de struiken blijkt te hebben meegeluisterd.

1
Hoe macher swaerder pack ter werelt zijn te dragen,
 
Als heymelijcke Min, en niet te mogen klagen?
 
Ach! wat een harden Wet stelt ons de wreede schaemt,
 
Waer door 't versoecken ons in 't minste niet betaemt,
5
U streng heyloos Gebodt, ghy dwingt de swacke Vrouwen,
 
Dat sy haer hooghste lust gheblindthockt moeten houwen.
 
De sorge voor mijn eer, die voor de schande vreest,
 
Heel stribb'ligh wederstreeft, de Min, die in mijn geest
 
Soo vinnigh brandt en blaeckt op Rodd'rick d'uytverkooren:
10
Die van 't vermaert geslacht des Keysers is gebooren,
 
Van 't huys van Arragon, de naesten aen de Stoel.
 
Hoe ick de Min meer deck, hoe ickse meer gevoel.
 
O wond're brant, ghy brand' staagh, sonder te verteeren:
 
Het hert ghy gloeyend' stoockt, en sengt niet eens de kleeren.
15
Ach Edel Rod'rick! ach! ick smoor de vlam met smert,
 
Merckt op mijn voorhooft maer, die 'tboeck is van mijn hert,
 
En op mijn ooghjens die my deden gantsch verlieven:
 
Op u, die al mijn liefd' u lieff'lijck overbrieven
 
Al soeck ick nu met vlijt te dooven uyt mijn lust,
20
Dit Vuyr, mijn Min en sal niet werden uytgeblust:
 
Offschoon gewoont en eer verbieden my te schryven,
 
Ghy zijt mijn Lieffste, en ghy sultse eeuwigh blyven.
 
Ick ga naar huys, 't is tijt, wel an mijn voetjes stapt,
 
Eer yemant my alleen hier in dit groen betrapt.
Rodderick van achter ‘t groen, seydt dit volgend’:
 
Ay my, ick sterf van vreught, ick kan my niet bedaren,
 
Ick sorgh dat my mijn Ziel van blijdtschap sal ontvaren.
 
Wat is 't, of men de Min met moeyten nauw bewaert,
 
Haer klaerheydt metter tijdt hem selven openbaert.
30
Mijn Lief, mijn Licht, mijn Son, die socht haer Min te decken,
 
En komt my opentlijck haer reyne jonst vertrecken.
 
O wenschelijckste vreught! O onverwacht geluck:
 
O soete weder-loon van mijn geleden druck.
 
O triumphante Min: O Heerschap van mijn sinnen:
35
Ick socht, maer ick en mocht u groot gewelt verwinnen.
 
Maer na dat ghy met my sprongt omme soo ghy wout,
 
Versoet ghy nu mijn smert wel hondert duysentfout.
[p. 113]
 
Ach! mijn gedachten al haer in de vreught verstroyen;
 
Mijn Ziel verneuckelt haer met innerlijck verfroyen:
40
Mijn hart springt: in mijn Lijf, mijn vrolijck aengesicht
 
Sal, vrees ick, den waerom noch brengen in het Licht.
 
Ick twijffel menighmael in 't heughlijck overleggen,
 
Of mijn vreught of mijn min my lichter valt om seggen.

Opmerking:

 

U (5): lees O.

Liefdesverklaring

Vragen

1/24 Wie is hier aan het woord?
1/2 Hoe ... klagen: van wat voor soort vraag is hier sprake?
1 mach- =
swaerder: positivus of comparativus? Welk klankverschijnsel doet zich voor?
2 Als =
Vertaal heymelijcke.
3 Wat is het subject bij stelt?
Wat wordt bedoeld met de wreede schaemt?
4 Benoem ons redekundig.
Wie worden bedoeld met ons?
't versoecken: wat wordt hiermee bedoeld?
6 lust =
Benoem gheblindthockt redekundig. Vertaling:
houwen: welk klankverschijnsel doet zich voor in dit woord?
7 De sorge =
Wat is het antecedent van die?
8 Hoe vertaal je Heel stribb'ligh wederstreeft?
Wat is het subject van wederstreeft?
9 op =
Benoem d'uytverkooren redekundig.
10 van =
11 Waarbij is de naesten aen de Stoel een bijstelling? Wat wordt ermee bedoeld?
12 deck =
13 staagh =
verteeren kan een transitief en intransitief werkwoord zijn. Voor welke mogelijkheid kies je hier? Vertaling:
14 Benoem Het hert redekundig.
Wat wordt bedoeld met en ... kleeren?
16 Merckt: welke wijs?
maer =
Wat betekent die 'tboeck is van mijn hert?

[p. 114]

17 Wat voor functie heeft het werkwoord deden?
Hoe moet de dubbele punt na verlieven worden weergegeven?
18 Wat is het antecedent van die?
19 soeck =
uyt: is dit woord een voorzetsel of een deel van het werkwoord?
20 en: benoem als woordsoort.
21 Waarbij fungeert my als meewerkend voorwerp?
22 Ghy ... blyven: hoofdzin of lijdend voorwerpzin?
Waarnaar verwijst -se?
23 mijn voetjes: welke naamval (zie par. 6.1.1.)?
stapt: welke wijs?
24 Benoem alleen redekundig.
   
25 seydt: welke tijd?
26 Vertaal Ay my.
27 sorgh =
Benoem my redekundig.
ontvaren =
28 Vertaal Wat is 't, of.
nauw =
29 Benoem hem selven taalkundig.
30 Benoem die taalkundig. Waarnaar verwijst dit woord?
30/1 Mijn ... vertrecken: geef de hoofdzin aan. Wat betekent dit voor de vertaling van En in r. 31?
31 jonst =
vertrecken: transitief of intransitief? Vertaling:
33 Wat wordt bedoeld met weder-loon?
Vertaal van mijn geleden druck.
34 Vertaal Heerschap van mijn sinnen.
35 en: vergelijk r. 20.
Benoem u taalkundig.
Waarnaar verwijst u?
maer ... verwinnen: wat bedoelt Rodderick hiermee?
36 soo =
38 Benoem al redekundig.
Benoem haer taalkundig.
39 verneuckelt haer =
verfroyen =
41 Wat wordt bedoeld met den waerom?
42 Vertaal in 't heughlijck overleggen.
43 Wat is het subject bij valt?
Benoem my redekundig.

prepostterug  begin  verder