terug  begin  verderprepost

11 Spoken

In 1570 zag het boek De spectris, lemuribus et insolitis fragoribus et praesagitionibus van de Zwitserse predikant Ludwig Lavater (1527-1586) het licht. Daarin werd een nuchtere analyse gegeven van het verschijnsel van spokerij en spoken. Op grond van de bijbel, de kerkvaders, historieschrijvers en gegevens van tijdgenoten werd aangetoond dat ook spoken en geesten het werk van God zijn.

Het werk werd in het Duits, Frans en Italiaans vertaald. Uit 1610 stamt de Nederlandse vertaling van Sibrandus Vomelius onder de titel Een boeck vande spoocken ofte nacht-gheesten.

Het gekozen fragment laat zien welk plan de Dominicanen, een

[p. 128]

dertiende-eeuwse rooms-katholieke kloosterorde, bedachten om de Franciscanen, een kloosterorde uit de twaalfde eeuw, in discrediet te brengen. Tussen deze beide kloosterorden woedde namelijk een felle strijd die betrekking had op de wijze waarop het door beide voorgestane armoede-ideaal beleefd moest worden. De Dominicanen maakten daarbij gebruik van het feit dat hun overste beschikte over het vermogen om geesten op te roepen.

 

1Het is haer seer wel te passe gekoomen, dat op den selven tijt een 2 eenvoudig mensch genaemt Ioannes Ieserus, van sijn handtwerck een 3 snijder, in hare Orden is opgenomen: dese scheen haer tot haer voor-4neemen seer dienstigh te zijn, daerom soo hebben sy hem getemteert, 5 beproeft, en bevoghten, werpende by nacht steenen in sijn kamer, makende 6 een geluyt, ende veynsende haer Geesten te zijn.

7Het liet hem in den beginne aensien, dat de sake haer niet qualijck 8 soude gelucken, op eene vrydagh is de Supprior bedeckende hem met een 9 linnen laeken met sommige andere Geesten, welcke hy met sijn tooverye 10 daer toe hadde op doen koomen, in de kamer des voorgemelden Monincks 11 gevallen, ende dat met groot gewelt en geluyt, veynsende hem als of hy 12 met vele tranen hulp van den slechten Moninck begeerde. Maer sy hadden 13 al te vooren het wywater ende de overblijfselen der Heyligen in de celle 14 des broeders gebracht. Die vervaert zijnde, seyde: dat hy hem geen hulpe 15 konde doen, maer heeft hem gewesen aen Christum en sijne Moeder. 16 De Geest heeft geantwoort, dat het stondt in sijne en sijner meede-17broederen macht, dat hy uyt dese sijne elende verlost konde worden, en 18 sulcks soude konnen geschieden, waert sake, dat hy acht dagen lanck alle 19 dagen hem selven tot het bloet toe woude geesselen, en dan voorder 20 bestellen, datter tot sijnen besten acht Missen in de capelle van den 21 Heylige Ioannes gedaen wierden, en̄ soo hy dan ook, de wijle de Misse 22 gecelebreert wiert, soo langh met sijn uytgereckte armen op de Aerde 23 woude nederleggen. De Geest gaf oock desen broeder te kennen, dat hy op 24 den navolgende vrydagh voor middernacht wederom met een grooter gebeer 25 soude komen, ende vermaende hem, dat hy niet vervaert soude worden: want 26 de Duyvel konde hem, dewijle hy soo een heyligh man was, niet beschae-27digen. De sotte broeder heeft des anderen daegs de andere Monicken, die 28 als hoofden het spel dreven, de gantsche saeck te kennen gegeven, ende 29 heeft seer ootmoedigh van haer begeert, dat sy hem wouden helpen, ten 30 eynde de arme Geest en ziele, welcke hem geopenbaert was, mochte verlost 31 worden.

32De sake is terstont kenbaer geworden door de gansche stadt, daer zijn 33 oock openbaer van den predickstoel predicatien van dese dingen gedaen 34 door de Monicken, welcke presen de Heyligheyt van hare Orders, welcke 35 Heyligheyt daer uyt gemerckt konde worden, dat de Geest van haer, ende 36 niet van den godtloosen ende droncken Franciscanen hulpe begeerde.

[p. 129]

Spoken

Vragen

1 Benoem haer taalkundig. Wie worden daarmee bedoeld?
op den selven tijt: in de vijftiende eeuw, toen er ruzie was tussen de Dominicanen en de Franciscanen.
2/3 Benoem van ... snijder redekundig.
3 snijder =
Hoe moet de dubbele punt na opgenomen in de vertaling weergegeven worden?
Wat is het subject bij scheen?
3/4 Vertaal dese ... te zijn.
4 Welke functie heeft soo?
getemteert =
5/6 Zijn de participiumconstructies met achtereenvolgens het participium werpende, makende en veynsende nevengeschikt of ondergeschikt ten opzichte van elkaar?
6 Wat kan als direct object bij veynsende beschouwd worden?
Van wat voor syntactische constructie is hier sprake?
7 Benoem Het redekundig.
Benoem hem taalkundig.
7/8 Vertaal dat ... gelucken.
8 Hoe moet de komma na gelucken in de vertaling weergegeven worden?
Supprior =
Begrens en benoem de participiumconstructie met bedeckende.
9 Wat is het antecedent van welcke?
10 Wat wordt bedoeld met daer toe?
Welke functie heeft het werkwoord doen hier?
op [...] koomen =
Wat voor genitivus is des voorgemelden Monincks?
voorgemelden =
10/11 in ... gevallen =
Waarnaar verwijst dat?
Benoem hem redekundig.
12 slechten =
Maer =
13 Vertaal al te vooren.
der Heyligen: singularis of pluralis?
Wat wordt bedoeld met de overblijfselen der Heyligen?
14 vervaert =
Hoe moet de dubbele punt na seyde in de vertaling weergegeven worden? Waarnaar verwijst hem?
15 Welke functie heeft het werkwoord doen hier?
gewesen aen =
Waarnaar verwijst sijne?
16/7 Geef de binnenbouw van de woordgroep in sijne ... macht.

[p. 130]

17 Hoe zit de woordgroep dese sijne elende in elkaar (zie par. 5.1.4.)? Vertaling: Welke nevenschikking veroorzaakt en?
17/8 Wie wordt achtereenvolgens bedoeld met hy?
18 Benoem sulcks taalkundig. Vertaling:
18/21 Benoem waert ... wierden redekundig.
18 lanck: welk klankverschijnsel doet zich hier voor?
18/9 alle dagen =
19 voorder =
20 bestellen =
Los de enclisis op in datter. Welke redekundige functie vervult het tweede deel van de enclisis?
Vertaal tot sijnen besten.
21 Welke nevenschikking brengt het voegwoord en̄ tot stand?
soo =
dewijle =
22 gecelebreert =
Vertaal met sijn uytgereckte armen.
23 nederleggen =
16/23 De ...nederleggen: wat moet de monnik voor de geest doen?
23 Benoem desen broeder redekundig.
24 grooter: positivus of comparativus (zie par. 5.1.)?
gebeer =
25 sonde (voor worden): welke wijs? Verklaar het gebruik van deze wijs (zie par. 5.2.3.).
26 dewijle =
27 Wat voor genitivus is des anderen daegs? Vertaling:
27/8 Wat wordt bedoeld met die ... dreven?
28 gantsche: welk klankverschijnsel doet zich hier voor? (Vergelijk gansche in r.32)
30 Wat is het subject bij mochte? Wat valt daarbij op?
mochte: welke tijd en wijs? Verklaar het gebruik daarvan.
32 Hoe moet de komma na stadt in de vertaling weergegeven worden?
33 predicatien =
van (voor dese) =
34/5 welcke Heyligheyt: is hier sprake van een relatieve aansluiting?
35 Benoem daer uyt redekundig.
Waarnaar verwijst daer?
32/6 Wat was de bedoeling van het plan van de Dominicanen?

prepostterug  begin  verder