terug  begin  verderprepost

III Zedenleer

Het belangrijkste werk op ethisch gebied van de hand van Dirk Volkertszoon Coornhert (1522-1590) is getiteld Zedekunst, dat is Wellevenskunste. Coornhert zelf beschouwde het als de oudste ethica in de volkstaal. Dit zeldzame boek verscheen in 1586 anoniem, zonder aanwijzing van een plaats of een drukker. De opdracht aan Hendrik Laurenszoon Spiegel (1549-1612) was echter ondertekend met de naam Thiroplusios Laoskardi, een graecisering van Dieryck Volckharts. Het boek is overigens ook geschreven op aandrang van Coornherts vriend Spiegel.

De Zedekunst is een spiegel van Coornherts denkbeelden over zonde en deugd. Het werk gaat niet uit van de bijbel. Onder zedenkunst verstond de auteur de kunst om deugdzaam te leven onder leiding van de rede. Deze kunst kan geleerd worden door kennis van de mens met zijn zonden en deugden. Gekozen is voor een fragment uit de opdracht van de Zedekunst.

[p. 196]

1My ghedenckt Jonstighe Spieghel dat een droncken buys / een Oostersch 2 bootsman / als een buys in zee / lanx der straten quam zwieren ende 3 laveren: hy ghevoelde verscheyden drancken in zyn borste vast walghen en 4 balghen / en̄ brack ten laatsten uyt met deze woordē. Ick zegghe dy du 5 Hamburgher / du Bremer / du Pruysser karel / dat du dy mit eyn ander 6 vereynighen scholste / edder ick werpe dy al te hope inden ghoten: 7 Dit was ghezeyt / oock flux ghedaan. daar lagh het onreyne mengsele 8 van 't Hamburger / Bremer ende Jopen bier inder ghoten. Ghave God dat 9 desghelyx noch oock mocht gheschieden in vele Luyden: op dat zy alzo 10 eens grondlyck wtghebraackt hebbende die menighvuldighe verwerringhen 11 by henluyden blindeling inne ghezwolghen / daar af noch bevryet / 12 benuchtert ende totten heylzamen dranck des louteren Waarheyds bequaam 13 mochten werdē. Ghelyck nu de nuchtere luyden lichtelyck an den slimmen 14 ghanghen mercken dat iemand droncken is: zo ist weder onmoghelyck 15 voor den droncken luyden te zien / dat een ander ende zwaarlyck dat hy 16 zelve droncken is. Datter nu vele dronckē zyn in ghoeddunckenheyd 17 vande ware Lere: ende den zelven niet nodigher noch nutter en magh 18 zyn dan te komen tot kennisse van huer dronckenheyd / of ten minstē 19 tot lezinghe van hare onware meyninghen: weet elck ander daar af 20 berispende meer vele te zegghen / dan zelf van zich zelf zulx inder 21 waarheyd iet te verstaan. welck verstaan van eyghen dwaasheyd d'eerste 22 trappe is tot ware wysheyd.

23Hier toe merckte ick dit myn werck vā Wellevens (of zo ghyt noemt) 24 Zedekunste ofte Zedevorm / te moghen velen nut ende niemandē schadelyck 25 wezen; want alle t'zelve voornementlyck handelt vande middelen om te 26 komen tot grondlycke kennisse vanden mensche zelve / van zynen state / 27 handel ende wandel. Deze zaken zyn niemand te hooghe / yghelyck van 28 noode / ende licht om te ondervinden in zich zelf / zomer maar op wil 29 acht nemē want dit myn schryven niet en styght boven inde Hemelen / 30 maar diep nederdaalt inder menschen helle zelve. zo dat elck dit 31 naspuerende licht zal moghen verstaan / of ick waarheyd dan loghen betuyghe.

Zedenleer

Vragen

1 Hoe noem je een werkwoord als ghedenckt (zie par. 6.4.1.)?
1/3 Ontleed de zin My ... laveren in zinsdelen.
1 Jonstighe =
buys =
Oostersch =
1/2 Benoem een Oostersch bootsman redekundig.
2 buys =
lanx: welk klankverschijnsel doet zich hier voor (zie hfdst. 4)?

[p. 197]

3/4 hy ... balghen: is hier sprake van een a.c.i. (zie par. 6.7.2.)?
3 vast =
3/4 Vertaal walghen en balghen.
4 brack [...] uyt =
Benoem dy taalkundig (zie par. 5.1.4.).
4/5 du ... karel: tot wie zijn deze woorden gericht?
5 Benoem dy taalkundig (zie par. 5.1.4.).
6 scholste: van welk werkwoord komt deze vorm en welke wijs van het werkwoord is dit (zie par. 5.2.3.)?
edder =
al te hope: heeft men hier te maken met een of twee zinsdelen?
7 ghezeyt: is dit participium deel van het werkwoordelijk gezegde of een participiumconstructie (zie par. 6.6.)?
Vertaal Dit ... ghedaan.
8 Jopen bier: benaming voor biersoort uit Dantzig.
Ghave: waarom wordt hier de conjunctivus gebruikt?
9 Vertaal desghelyx.
9/13 op dat ... werdē: begrens en benoem de participiumconstructies in dit gedeelte. Zijn deze neven- of ondergeschikt ten opzichte van elkaar?
11 daar af =
9/13 op dat zy ... werdē: los de samentrekking op (zie par. 6.8.1.).
Hoe is deze te beschouwen?
12 Wat voor genitivus is des louteren Waarheyds (zie par. 6.1.2.)?
13 lichtelyck =
slimmen =
14 Los de enclisis op in ist (zie par. 5.1.2.).
weder =
15 den droncken luyden: enkel- of meervoud?
Benoem zwaarlyck redekundig. Vertaling:
16/9 Datter ... meyninghen: welk zinsdeel?
16 Wat is het subject bij zyn?
16/7 Wat wordt bedoeld met in ghoeddunckenheyd vande ware Lere?
17 Waarnaar verwijst den zelven? Benoem den zelven taalkundig (zie par. 5.1.4.). Vertaling:
Benoem niet redekundig. Vertaling:
Benoem en taalkundig (zie par. 6.3.).
19 lezinghe =
20 Begrens en benoem de participiumconstructie met berispende.
Benoem meer vele redekundig.
Verklaarde uitgang in zulx (zie par. 6.1.2.).
20/1 zulx [...] iet =
21/2 welck ... wysheyd: de verbinding met het voorafgaande heeft de vorm van een ... (zie par. 6.8.4.)
23 Waarnaar verwijst Hier toe (zie par. 6.8.2.)? Waarbij fungeert Hier toe als bepaling? Van welk syntactisch verschijnsel is hier sprake?
Wat is het lijdend voorwerp bij merckte? Welk syntactisch verschijnsel doet zich voor?

[p. 198]

23/4 Geef de binnenbouw van de woordgroep dit ... Zedevorm. Vertaal deze woordgroep.
24 moghen =
Benoem velen redekundig.
25 Wat wordt bedoeld met alle t'zelve? Vertaling:
voornementlyck: verklaar de -t- (zie hfdst. 4).
26 van =
state =
27 yghelyck =
27/8 Deze ... zelf: los de samentrekking op.
28 Vertaal in zich zelf.
Los de enclisis op in zomer (zie par. 5.1.4.).
28/9 Vertaal zomer ... nemē.
30 Geef de binnenbouw van de woordgroep -der menschen helle zelve.
31 dan =
betuyghe: welke wijs? (zie par. 5.2. en 5.2.2.)?

prepostterug  begin  verder