terug  begin  verderprepost

IV De Zilvervloot

Antwoorden

1 Bijwoordelijke bijzin van tijd.
Pluralis; ‘de Spanjaarden’.
Wederkerend voornaamwoord.
2 ‘na’.
‘twee aanvallen’.
‘vuurwapens’.
via sy (1) naar De Spaensche (1).
3 Onderwerp; genus -n.
Aen ... kommende: verbonden via een verzwegen meewerkend voorwerp met de strekking ‘voor hem en zijn mannen’ bij de werkwoordelijke gezegdes in het gedeelte wasser ... enteren (4) in het vervolg van de zin.
5 ‘Hangen’.
5/6 ‘waarlangs een matroos naar boven klom’.
6 alleenlijck ... klom (5/6) / boven ... maken (6/7).
Touwen.
6/7 Samengetrokken is om die (6).
7 De andere leden van Piet Heins bemanning.
socht ... werpen (6/7); relatieve aansluiting.
8 Betrekkelijk voornaamwoordelijk bijwoord; ‘waar [...] bij’.
9 ‘Bij’.
10 Absoluut (onderwerp: de Spaensche (10)); relatieve aansluiting.

[p. 199]

11 Vrije predicatieve toevoeging.
11/3 De generaal zendt een gevangen genomen Spanjaard naar de Spanjaarden om zo te laten uitkomen dat hij de Spanjaarden in leven zal laten.
13/4 Constructio ad sententiam.
In het schip van de admiraal, de Ammirael (13).
14 ‘zonder verweer’.
15/6 Hoofdzin.
16 eenighe ... gheladen (15/6); absoluut.
17 ‘vooruitziende blik’.
17/8 ‘ieder onheil, zoals brand’.
   
19 ‘Aldus’.
‘kostbare’.
‘eenvoudigweg’.
19/20 ‘bijzondere leiding’.
20 Genitivus subjectivus.
‘als het ware’.
21 ‘zonder dat ze zich daarvoor erg moesten inspannen’.
Relatieve aansluiting.
21/2 Piet Hein.
22 Onpersoonlijk werkwoord.
22/8 ghedenckt: werkwoordelijk gezegde
dat ... seyde: onderwerpzin
my: meewerkend voorwerp
wel: bijwoordelijke bepaling
23 weder ... zijnde (22/3) + siende ... gaven (23/4); conjunct bij verzwegen onderwerp van seyde (= de Generael (21/2)).
24 't volck (23); constructio ad sententiam.
Gebiedende wijs.
24/8 Directe rede.
25 Enclisis: ‘groot’-‘een’.
‘ick’.
26 ‘terwijl’.
27 Comparativus.
De verovering van de Zilvervloot.
Ontkenningspartikel.
27/8 ‘heeft men zich nauwelijks om mij bekommerd’.
28 Betrekkelijk voornaamwoord.
‘En dat is inderdaad zo’.
29 De Laet.
‘door’.
30/1 by ... aen-gherecht (29/30) / met ... uyt ghewroght (30/1); conjunct bij de dinghen (29); nevengeschikt; door de toevoeging van het nevenschikkende voegwoord ‘en’.
32 ‘ick’.
33 ‘voor ogen gehouden’.
34 ‘toewijding’/ ‘inzet’.

[p. 200]

35 de meeste mensen.
die (35), met als antecedent de meeste menighte (35); constructio ad sententiam.
36 ‘behalve’.
deughden (35).
nut ende voordeel (36); in het zestiende- en zeventiende-eeuws is de constructie van een meervoudig onderwerp met een enkelvoudige persoonsvorm niet ongebruikelijk.

prepostterug  begin  verder