|
|
In Nederduitsch gewaad. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1760-1820
Vertaalhistorie. Deel 4
samenstelling Luc Korpel
Inhoudsopgave
Inleiding
Teksten
1 D.K. [= J. de Kruyff sr.], ‘Spoore tot eigen
vinding, aan een gezelschap van beroemde dichteren’. In: Algemeene Oeffenschoole . Afd. 6,II (1763). Amsterdam, P. Meyer. pp.
15-22.
2 ‘Onderzoek waaröm men voor vertaalde geschriften zo veel verä[c]hting
voed’. In: Oordeelkundige aanmerkingen, over
verscheidene zaken, kunsten en wetenschappen . Amsterdam, J. Kok, 1766.
pp. 49-64.
3
Ontwerp van een nieuw op te rechten kunstgenoodschap van
toneel-spel-vertaling-makers. Onder de zinspreuk ‘Chrusea
chalkeioon, hekatomboi enneaboioon’ . Utrecht, Spruyt en
Schoonhoven; etc., [1766]. 28 pp.
4 J. Lublink d.j. (vert.): Nachtgedachten over het
leven, den dood en de onsterfelykheid der ziele, uit het Engelsch van den
eerwaarden Heere Eduard Young vertaald, en met ophelderende aanmerkingen,
enz. voorzien . 2 dln. Amsterdam, P. Meyer, 1766. ‘Voorrede
des vertaalers’ (pp. iii-xlviii).
5 H.J. Roullaud, ‘De eer der Nederlandsche geleerden
verdedigt. Tegen den Philosooph N o : 93. Dienende tot
voorafspraak van eene vertaling van 't eerste boek van L'art poëtique
van Boileaú. Den 12. den November 1767 in 't
kunstgenootschap Diligentiae Omnia voorgeleezen’. Gepubliceerd in De Philosooph No. 102. Den 14 den December
1767. Amsterdam, P. Meyer en Wed. K. van Tongerlo & zn. pp. 393-400.
6 S.L., ‘Algemeene aanmerkingen wegens de
vertaalingen’. In: Vaderlandsche Letteroefeningen .
1768/II. pp. 33-40.
7 ‘Oversetten’. In: Algemeen
huishoudelijk-, natuur-, zedekundig- en konst-woordenboek [...] door M. Noel
Chomel. Tweede druk geheel verbetert, en meer als de helfte vermeerdert door
J.A. de Chalmot . Leiden, Joh. le Mair; Leeuwarden, J.A. de Chalmot,
1778. p. 2501.
8 Anonymus (vert.): Vergelyking tusschen de muzyk,
de schilderkunst en de poëzy. Naar het Fransch. [van J.
Harris] . 's-Gravenhage, J.A. Bouvink, 1778. Voorrede (pp. iii-viii).
9 J. de Bosch, ‘Antwoord op den vraag: welken zyn de
beste en duidelykste kenmerken van zoodanige regelen, die, om dat zy in den aard
van 't ontwerp te vinden, of met de form van 't gekoozen dicht-stuk verknocht
zyn, niet mogen noch kunnen veronachtzaamd of te buiten gegaan
worden?’ In: Verhandelingen, uitgegeeven door Teyler's
Tweede Genootschap. Tweede stuk, bevattende eene dichtkundige verhandeling
over de regelen der dichtkunde, ter beantwoording van eene vraag over de
dichtkunde, uitgeschreeven voor den jaare 1780, en aan welke de gouden
eer-prys is toegeweezen in den jaare 1781 . Haarlem, J.
Enschedé & zn. en J. van Walré, 1783. 262 pp.
10 C. Groeneveld (vert.): De Messias, in twintig
zangen, van Fr. Gottl. Klopstock [...]. Uit het hoogduitsch vertaald .
Dl. I. Amsterdam, Wed. A.D. Sellschop en P. Huart, 1784.
‘Voorrede’ (pp. [v-xx]).
11 ‘Verhandeling tot aanprijzing van het vertaalen
en naarvolgen, met opgave der daar toe vereischt wordende hoofdtrekken; voor
aankoomende dichters’. In: Nederlandsche dicht- en
tooneelkundige werken, van het genootschap, onder de spreuk: Door natuur en
kunst . Amsterdam, W. Holtrop, 1786-87. pp. 254-62.
12 J. Lublink d.j., ‘Verhandeling over het
vertaalen’. In: Tweede zevental verhandelingen,
voorgelezen in het genootschap ‘Concordia et
Libertate’ . Amsterdam, 1788. [Zonder uitgever]. pp. 151-85.
13 Anonymus (vert.): Nagelaten werken van Frederik
den II, Koning van Pruissen. Uit het Fransch . Eerste deel. Amsterdam,
J. Yntema en d'erven P. Meyer en G. Warnars; Dordrecht, P. Blussé;
Leiden, L. Herdingh, 1790. ‘Voorreden van den vertaaler’
(pp. v-xxxii).
14 P.L. van de Kasteele (vert.): De gedichten van
Ossian in 't Nederduitsch . Amsterdam, J. Allart, 1793.
‘Voorrede’ (pp. i-xxxviii).
15 W. Bilderdijk (vert.): ‘Ontwerp eener
Nederduitsche dichtmatige vertaling van de gezangen van Ossiaan, den zoon van
Fingal’. [ongepubl. hs., 1795. UBL/Ltk 1097]. 8 pp.
16 C. Loots (vert.): De Indianen, Treurspel. Het
Engelsch [van W. Richardson] vry gevolgd [...]. Nederduitsche
Schouwburg . Amsterdam, A. Mars, 1799. ‘Bericht’ (pp.
v-x).
17 O.C.F. Hoffham, ‘Recept eener vertaaling in 't
algemeen’. In: De Boerenschouwburg, kluchtig blyspel; de
kluchtige opera, toneelfragment; gedichten; en losse gedachten .
Amsterdam, P.J. Uylenbroek, 1801. p. 212.
18 P. van Winter, Nsz. (vert.): Horatius
lierzangen. In Nederduitsche dichtmaat gevolgd . Amsterdam, P.J.
Uylenbroek, 1804. ‘Voorrede’ (pp. i-xvi).
19 A.L. Barbaz, ‘Het vertalen uit vaerzen in
vaerzen’. In: De Fortuin . 1805. Amsterdam, W.
Vermandel & zn. pp. 171-74 + 178-83.
20 W. Bilderdijk (vert.): Fingal in zes zangen.
Naar Ossiaan gevolgd . 2 dln. Amsterdam, J. Allart, 1805.
‘Over Ossiaan, en deszelfs Fingal’ (Dl. II, pp. 73-200).
21 M. Siegenbeek (vert.): Proeve eener dichterlyke
vertaling van de Ilias van Homerus . Amsterdam, J. Allart, 1807.
‘Aan den heer Jeronimo de Bosch’ (pp. iii-xxii).
22 W. Bilderdijk (vert.): De Mensch. Popes Essay
on Men gevolgd . Amsterdam, J. Allart, 1808.
‘Voorbericht’ (pp. iii-vi).
23 P.H.A.J. Strick van & tot Linschoten (vert.): Tien lierzangen van Horatius, in de Nederduitsche taal in dezelfde
voetmaat overgebragt . Amsterdam, P.J. Uylenbroek, 1808.
‘Voorbericht’ (pp. [i-iv]).
24 G. Dorn Seiffen (vert.): Liederen van Anakreon
en Treurzang van Moschus bij den dood van herder Bion. Uit het Grieksch, in
de oorspronglijke maat, in het Nederduitsch gebragt . Amsterdam, J.S. v.
Esveldt-Holtrop, 1809. ‘Voorrede’ (pp. v-xvi).
25 F.E. Turr (vert.): Homerus, vertaald .
Eerste deel. Amsterdam, Immerzeel & comp., 1810. ‘Aan den
lezer’ (pp. [v-xii]).
26 B.H. Lulofs (vert.): Louise. Een landelyk
gedicht in drie idyllen naar het Hoogduitsch van Voss . Groningen, J.
Oomkens, 1811. ‘Voorrede van den vertaler’ (pp. vii-xvii).
27 N.G. van Kampen, ‘Over de nuttigheid der
vertalingen van de geschriften der oude Grieken en Romeinen, in 't Nederduitsch,
en over de wijze op welke die vertalingen behoren vervaardigd te
zijn’. In: Letter- en oudheidkundige verhandelingen van
de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem . I. Haarlem,
A. Loosjes Pz., 1815. pp. 1-57.
28 J. Kinker, (vert.): Shakespeare, All's Well
That Ends Well . ‘Het waare schoone [...]’.
[Ongepubl. hs. UBA/ZKW XIV G 32; z.j.]. 8pp.
Geraadpleegde literatuur
Personenregister
|
|