Otto Christiaan Frederik Hoffham (1744-1799) was Duitser van geboorte. Tussen 1760-1773 verbleef hij overwegend in Amsterdam, daarna vestigde hij zich definitief in Duitsland. Hij bleef echter in het Nederlands publiceren en onderhield goede contacten met Amsterdamse literaire kringen, onder andere via zijn vriend P.J. Uylenbroek. Zijn bijdrage aan de vertaalreflectie is vooral een hekelende. Behalve het ‘Recept’ bevat de bundel De Boerenschouwburg een vergelijking tussen een vertaler en een wichelaar. Bovendien wordt de vertaalpraktijk bij het toneel op de hak genomen in Hoffhams toneelstuk Al stond 'er de galg op! (Amsterdam, 1783). Ook in zijn schertspoëtica Proeve eener theorie der Nederduitsche poëzy (Amsterdam, 1788) is ruim plaats voor commentaar op het vertalen.100
Neem het eerste het beste boek, dat geene andere eigenschap hoeft te bezitten, dan dat het in eene uitheemsche spraak geschreven is, die gy ten naasten by half verstaat, en waarvan gy een goed woordenboek bezit. Onderzoek niet deszelfs inhoud, maar alleen of het nog onvertaald zy, en, vind gy dit, zo neem straks het besluit, om zulks in het Neêrduitsch te vertolken. Maak het begin met den titel, en, gelukt het u deezen wel te treffen, zo kan het werk zelf u niet missen. het is niet noodig om het boek, dat men vertaalen wil, te vooren te leezen; want dit is slechts tyd verspild: zo gy wilt, kunt gy het echter denkeloos doorbladeren. Het vertaalen zelf verëischt geen kunst noch leering, even min als het eeten, drinken, slaapen, enz.: het volgt geregeld van zelve, hebt ge slechts eene gebrekkige taalkunde en een' dictionair; doch verlaaten u ook deeze werktuigen, zo veränder, verbeter, verknoei en bederf naar believen. Zyt gy met alles gereed, zo hebt gy de verlangde vertaaling.