
Lizzy Sara May, 1950.
Lissie Sara Maij nuanceerde haar eerder Duits dan Engels klinkende naam al bij het verschijnen van haar eerste bundel gedichten tot Lizzy Sara May.
Blues voor voetstappen (1956) vergde wel haast zulk een ingreep. Met
Weerzien op een plastic-huid (1957) vormde deze bundel het beste van haar melodieuze poëtische werk, zoals dit later, in 1978, gebundeld zou worden onder de titel
Gebruikspoëzie.
Wat deze gedichten een grote verstaanbaarheid en in de vijftiger jaren een niet geringe populariteit heeft gegeven is het gebruik van de stijlfiguren parallellisme en repetitio. Beide figuren verleenden aan haar poëzie een sterk hymnisch karakter, dat bijvoorbeeld met de titel van haar eerste bundel. Blues voor voetstappen, aardig wordt aangeduid, terwijl diezelfde titel inhoudelijk verwijst naar Mays betrokkenheid bij de gemeenschap, naar de verwoording van een zoekend en tastend mens-zijn.
In sommige gedichten bereikte zij zo een sereniteit die doet denken aan van Ostaijens Melopee of Luceberts Visser van Ma Yuan.
Toch is Lizzy Sara May als prozaschrijfster van grotere betekenis gebleken, ook al is haar populariteit niet in evenredigheid daarmee. In werken als Het lokaliseren van pijn (1970), De tennisspelers of De som der mogelijkheden (1972), Mimicri (1973) en Vader en dochter (1977) heeft zij het overtuigend bewijs gegeven van de efficiency waarmee ze de werkelijkheid in fragmenten tot leven wekt.
May is een geëngageerd auteur. Om een voorbeeld te noemen: in Het lokaliseren van pijn roept zij in zevenendertig schetsen de positie op van de vrouw die zichzelf probeert te zijn temidden van de krachten van buitenaf. Het cliché dat alle mannen hetzelfde zijn wordt hier op vele manieren tot leven gebracht en geloofwaardig gemaakt. May lokaliseert de pijn in de eenzaamheid en in de slijtplekken van een relatie, tussen vrouw en man, tussen vrouwen onderling, tussen een vrouw en de mensen die zij tegenkomt. Zij opponeert tegen het wanbegrip dat mannen en vrouwen hebben over de alleenstaande vrouw, maar ook tegen moeders die hun zonen met straffe hand opvoeden tot oorlog, voor wie een bevel een bevel is en de liefde niet meer dan een verpakking. Elke licht en fijn geschreven schets is een poging om de ander nader te komen, de kwetsuren inderdaad bloot te leggen en dan een genezingsproces op gang te brengen.

Ansichtkaart (1971), uitgegeven door de NVSH, met een gedicht door Lizzy Sara May uit Weerzien op een plastic-huid (1957). Tekening: Ingeborg.