A. van der Hoop Jr. ‘Shakspeares MacBeth, in 't Hollandsch vertaald’, in: Idem, Bijdragen tot Boeken- en Menschenkennis, Dordrecht: J. van Houtrijve Jr., 1836, pp. 52-62.
A. van der Hoop Jr. (1802-1841) (‘jonggestorven Rotterdamse drogist’, aldus Stuiveling [19825: 35]) wordt wel een van de belangrijkste figuren uit de vroege Romantiek in Nederland genoemd (Knuvelder 19807: 325). Als vertaler doet Van der Hoop van zich spreken door versies van het werk van Byron, Th. Moore, De Lamartine en Victor Hugo, de contemporaine canon (in Nederland) van de romantiek (De Vooys 1948: 150). Dat een auteur die zich in zijn oorspronkelijk werk een volbloed romanticus toont er vertaalopvattingen op na kan houden die naar het classicisme neigen, toont onderstaand fragment aan.
[.../54...] De Heer jurriaan moulin, die onze letterkunde in het verleden jaar verrijkt heeft met eene overzetting van den macbeth, van welke vertaalproeve wij hier eenige vermelding wenschen te maken, behoort tot de onvoorwaardelijke vereerders van den grooten Brit, tot zijn voorvechters quand même. shakspere (zoo heet het in zijne voorrede) is een Orion aan den dichthemel, en zijne grootheid is onmetelijk; en in zijne ophelderingen roept hij op bladzijde 115 uit: groote shakspeare!
Deze misschien aan fanatismus grenzende vergoding, dan door enthusiasmus verwekte bewondering, waarborgt echter eene overzetting con amore, en alleen eene zoodanige is shakspeare waardig.
[.../55...] De vertaler is in het metrum den oorspronkelijken tekst getrouwelijk gevolgd, en ofschoon wij ondanks de geleverde proeven van kinker, lulofs en van den bergh[...] van gevoelen blijven, dat de zoogenaamde vijfvoetige blanke jamben niet met ons taaleigen strooken, en dat men het hartstochtelijke en levendige van den treurspelstijl in het Hollandsch, het best in de Alexandrijnsche voetmaat kan uitdrukken, mo-
ge wij echter dit verschil in opinie geenszins ten grondslag leggen van onze kritiek; maar behooren wij ons alleen te bepalen tot het onderzoek in hoeverre de Heer jurriaan moulin den geest van het oorspronkelijke in goede, vloeiende Hollandsche verzen heeft wedergegeven.
Wanneer wij de jamben van den vertaler met die van shakspeare vergelijken, dan ontveinzen wij niet, dat deze over 't algemeen met grote naauwkeurigheid den letterlijken zin van het Engelsch vertalen; maar wij zouden ook den waarheid te kort/ (56) doen, indien wij er tevens bijvoegden, dat uit deze getrouwheid hier en daar eene stootende stijfheid, een prozaïsche soort dictie ontstaan is, welke zelf somwijlen tot duisterheid aanleiding geeft.
[.../58...] Dat shakspeare bij eene vergelijking dier plaatsen misschien regelen bevat, weinig minder hard en den goeden smaak kwetsend als deze, kan niet als ver-/(59) ontschuldiging gelden. De Engelsche Dichter schreef in de kindschheid eener taal, die eerst onder hem ten krachtigen jongelings, onder milton ten mannelijken leeftijd rijpte, gelijk de onze, onder bilderdijk en anderen. Neen, geene woordelijke overzettingen, geene Engelsche constructiën den 17e eeuw, als dwangkeurslijven Hollandsche verzen aangeregen, geven de stoute gedachten van shakspeare in onze moederspraak weder. Wie den dichter van hamlet wil vertalen, doe het als dichter, niet als dweepziek bewonderaar Hij zij onafhankelijk genoeg, om de onkiesche beuzeltaal van den portiera uit het 2e Bedrijf van macbeth of geheel weg te laten, of zoo als schiller in zijne overzetting deed, te veredelen. Nog eens! Wie shakspeare wil vertalen, brenge zijne tal-/ (60) looze juwelen en paerlen en goudmijnen over, dan zonder zijne handen te bezoedelen door het vuilnis, dat de Dichter, ondanks zichzelven, op het altaar des wansmaaks zijner eeuw ten
offer moest brengen. Onze letterkunde heeft wel behoefte aan schoonheden uit vreemden gaard, niet aan onkruid en distelen. Om shakspeare te leeren kennen, zoo als hij is als mensch leere men Engelsch, maar om als dichter hem te doen kennen, zij men dichter. Zonder dat bezondigt men zich even zeer aan de eeuwige wetten der Poëzij, als aan de schim van den grooten man, die zoo dikwerf haar tolk was. Onverschillig zal het dan zijn, of men den onsterflijken Brit in jamben, alexandrijnen, trocheën, hexameters of pentameters vertale! Zijn geest zal spreken door alle vormen heen, en die geest alleen maakt levendig!