Jacob Geel, ‘Voorrede van den vertaler’, in: Sternes Sentimenteele Reis door Frankrijk en Italië, op nieuw uit het Engelsch vertaald door [Jacob Geel]. Amsterdam: Nayler & Co. 1837, pp. v-viii.
Jacob Geel (1795 - 1862) was aanvankelijk universiteitsbibliothecaris te Leiden en later buitengewoon hoogleraar klassieke talen aan diezelfde Universiteit. Hij speelde een grote rol in het kritische literaire debat van zijn tijd.
Zijn vertaling van Lawrence Sternes Sentimental Journey is de tweede integrale vertaling van dit werk. Volgens De Voogd (1990) is de vertaling gemaakt in opdracht van de uitgever B.S. Nayler, een Engelsman die in Amsterdam een uitgeverij hield. In een door hem in 1836 uitgegeven verhandeling van N.G. van Kampen over de invloed van Engelse literatuur op de Nederlandse cultuur maakt Nayler in de ‘Aanteekeningen’ gewag van een ware Sterne-cultus, waarbij ‘liberally educated young gentlemen [were] forming themselves into Sterne-Clubs’; Geel wordt door Nayler in diezelfde tekst omschreven als een ‘downright Tantalizer; he presents his readers with delicious morsels, sets them a-longing, and then waggishly enjoys their dissappointments: it is hoped however, that he may yet gratify his numerous admirers with something more than a mere taste of exquisite Tranlations - for, with him, Translation is a very different sort of thing to what it is with Translators in general, many of whom have yet to learn their own language - Heaven save the Mark!’18
De Vertaler is iemand die over dag in beurs- en kantoorzaken slooft. 's Avonds zoekt hij gewoonlijk een stil uur in zijn kamer, en bezigheid voor zijn geest. Maar zijn hoofd is niet sterk genoeg om, even als Yorick, met zijn neus tegen een staldeur te gaan staan, en ? gedachten te vinden. Hij heeft een goed boek noodig.
- Zoek het in de Engelsche literatuur, zeî hem eens een vriend, die in de oude talen werkt, daar is minder schuim en wind in, dan in de Fran-
sche, en minder hartstogtelijke nonsense, dan in de Duitsche: de Engelschen hebben het bijna van de ouden afgekeken.
De Vertaler ging aan het engelsch-studeren, en poogde boeken te lezen en te verstaan, waar hij het meest van hoorde spreken. Toen kwam zijn vriend,/ (vi) die in de doode talen doet, weêr bij hem - Wel nu, zei hij, hoe gaat het er meê? Gij ziet er zoo bleek uit - Ik heb hoofdpijn van het kijken en turen, antwoordde de Vertaler. - Het verwondert mij niet: ik heb al mijn microcosmische boeken weggedaan - Gij moet met mij zoo geleerd niet spreken; ik bedoel geen druk, maar inhoud. Die menschen hooren op een anderen hemelbol te huis, of het zijn geaffecteerde fatten - Hoe zoo? - Wel, één van beiden, zij spinnen een rag, waarvan wij in onze logge atmosfeer de draden niet volgen kunnen, of zij maken ons wijs, dat zij fijn rag spinnen - en vang dan de draden eens! -- Het hapert aan u en uw kantoor en beurs. Wij noemen dat te Utrecht vestigia ruris. Maar wat leest gij daar dan? -- Wel, Bulwer en -- Maar zóó had ik het niet bedoeld. Waarom zijt gij niet met Milton of Addison of Pope of Sterne begonnen? Eilieve! lees de Sentimental Journey van Sterne, en volg mijn raad: vertaal die kleinigheid in het Hollandsch, om ze te leeren begrijpen. Er bestaat een Hollandsche overzetting van, uit de vorige eeuw19. Zij is volstrekt niet te verachten; maar gij kunt het misschien nog beter.
/(vii) De Vertaler ging aan het werk, en zijn geweten was er van het begin af zoo gedurig bij, dat hij aan den titel alleen verscheiden avonden gearbeid heeft; en toen hij verscheiden avonden gedacht en overwogen had, vertaalde hij Sentimental Journey door Sentimenteele Reis - Het is geen Werther van Göthe, Mijneheeren Vertalers!
Een pak papier vol te schrijven, en het schrift te laten drukken, daar ligt maar één schrede tusschen. Men stapt van stil genot over op de mededeelzaamheid; zij liggen zóó vlak naast elkander, dat er maar weinig ijdelheid tusschenin kan: en wie deze fijne gedachte niet begrijpt, verstaat zijne eeuw niet.
De Vertaler heeft gemeend te bemerken dat het boek van Sterne luimig is - en nu hoort hij dat anderen, die het boek kennen, dit ook gemerkt hebben. De Vertaler heeft echter geen tijd gehad om een lang voorberigt te schrijven over de luim of over het luimige, hoewel er veel van te zeggen valt, dat even duidelijk is als het concert van de planeten, zoo als zijn vriend uit Utrecht eens iets verhevens noemde - Die het weten, de Ver-
taler wenscht hun geluk - die het niet weten, doen best, zoo zij in/ (viii) Sterne zelven (vooral in het Engelsch, indien zij kunnen) pogen op te merken, dat scherp vernuft, lummelige onnoozelheid, bijtende scherts, teêr gevoel, schalksche ondeugendheid en gemoedelijke ernst één geheel kunnen worden - maar het is een wijn, die voorzigtig gesneden wordt.
- Indien zij het dan nog niet weten, raadt men hun, zoodra de kantoorboeken gesloten zijn, naar - bed te gaan.
De Vertaler heeft iets af te doen met den Uitgever. Zonder dezen zou hij eene of andere nicety van Yorick voorbijgezien hebben. De man verstaat de Schrijvers van zijn land en het streep-systema van Sterne, dat iets bijzonders heeft, en waarvan de Vertaler geen hoogte kon krijgen.
- Mijnheer, zeî de Uitgever telkens, onder het drukken, gij hebt een streep vergeten - men zal Sterne niet herkennen; ik heb twee lange winternachten in uwe kopij zitten te strepen -
- In 's hemels naam, Mijnheer de Uitgever, als er maar geen streep doorloopt!