Frans de Cort (vert.), De schoonste liederen van Robert Burns (Uit het Schotsch vertaald door Frans de Cort), Brussel: L. Truyts, 1862, ‘Inhoudstafel’, pp. 89-95.
Frans de Cort (1834-1878) was voornamelijk werkzaam als journalist voor hij een betrekking kreeg als auditeur-generaal bij het hoge militaire gerechtshof in Brussel. Hij was vanaf 1861 hoofdredacteur van De Toekomst, tijdschrift voor opvoeding en onderwijs. Hij wordt herdacht als liberaal-Vlaams volksdichter. Hij publiceerde zelf twee bundels Liederen (1857 en 1859) en een boek over het gebruik der talen in België. Naast zijn Burns-vertaling gaf hij ook een vertaling uit van de Oden van Horatius.
[89...]
Wie de oorspronkelijke texten met de vertalingen ver-/ (90) gelijkt zal opmerken, dat ik mij, voor wat den vorm, de versificatie betreft, de taak heb opgelegd, talrijke niet geringe moeielijkheden te overwinnen. Vindt men, dat, bij voorbeeld, dit prachtige lied bij de overzetting al te veel van zijne waarde verloren heeft, zoo zal men toch, hoop ik, wel willen erkennen, dat ik, om de vele schoonheden ervan in het Nederduitsch over te brengen, tegen geenen arbeid heb opgezien.
Bladz. 4. - Peggy en Peg zijn verkortingen van Margaretha.
Onder Hoogduitsche schrijvers, die uit Burns' liedeboek het eene of het andere meesterstukjen vertaalden, zijn er enkele, die gemeend hebben, de Schotsche persoonsnamen door Hoogduitsche te moeten vervangen. Ik heb dat voorbeeld niet gevolgd, opdat de locale kleur zou behouden blijven. Luther heeft voorzeker geen ongelijk, als hij, met zijne gewone ruwheid, zegt: Man musz nicht die Buchstaben in der
lateinischen Sprache fragen, wenn mann soll deutsch reden, wie die Esel thun, sondern musz die Mutter im Hause, die Kinder auf den Gassen, den gemeinen Mann auf dem Markte fragen und denselben auf das Maul sehen, wie die reden, und darnach dolmetschen,24 - maar dat voorschrift neemt men geenszins volkomen in acht, als men slechts hier en daar eenen naam verandert. Er zou dan van geene vertaling, maar enkel van eene omwerking mogen sprake zijn. Burns' originaliteit ligt toch niet alleen in de namen zijner personagiën! - Overigens belet niets, dat men, bij het zingen, in stede van Johhnie, Maggy, Peggy, Bess, Hannes, Robbert, Leentjen, Grietjen, Beth of alle andere in het vers passende namen bezige.
[.../91...]
Het zou mij niet verwonderen, indien mij het gebruik diens lieven woordekens wonne verweten werde. Men is, bijzonder in Noord-Nederland, zoo belachelijk van zoogezegde germanismen vervaard, dat men wel eens woorden, die sedert eeuwen in onze taal bestaan, als zoodanig beschouwt. Hetzelfde geldt voor het meermaals door mij gebezigde vro.
Ge zijt 'ne flinke jonge meid
Het komt mij verkieslijker voor, 'ne in stede van een' of een te schrijven, eerstens, omdat alzoo de geslachtsvorm behouden blijft, wat, mijns inziens, allernoodzakelijkst is; tweedens, omdat het schrijven van 't voor het, 's voor des, 'n voor een (b.v. zoo'n voor zoo een), het bezigen van 'ne voor/ (92) eene volkomen wettigt. Ik zal hierover niet uitweiden. Hic non est locus. De gansche zaak is maar te weten, of ik, tegen het nagenoeg algemeene gebruik in, de geslachts- en verbuigingsvormen eerbiedigende, zoo als ze ons in alle spraakleeren voorgesteld worden, en zoo juist schrijvende als ik kan, er in geluk, verzen te maken, die niet lammer, gerekter, wanluidender, onverstaanbarer zijn, dan de voortbrengselen der dichteren, die de vormloosheid der
Engelsche taal in de onze willen overbrengen, en met de spraakkunst gekscheren! [...]