terug  begin  verderprepost
[p. 76]

11
De Dante van Verwey - II

Martinus Nijhoff, ‘Dante’, in: id. Verzameld Werk, dl. 2 ‘Kritisch proza’, Den Haag: Bert Bakker, pp. 220-230. Oorspronkelijk verschenen in Nieuwe Rotterdamsche Courant, 8 en 15 september 1924.

Dat niet iedereen even ingenomen was met de de Dante-vertaling van Verwey mag blijken uit de reacties op de vertaling. Martinus Nijhoff gispt Verwey met name op het punt van de keuze voor de rijmvorm en het ontbreken van verklarende aantekeningen. Nijhoff toont groot respect voor de positie van Verwey in de Nederlandse letterkunde, maar lijkt Verwey toch vooral het graf in te prijzen.

Men zal eerst later de daad van dit vertalen, de grote onderneming zelve, naar haar waarde in het leven van Verwey weten te bepalen, in dit leven, geheel aan de bewustwording en weerbaarheid van een bijna abstract en onpersoonlijk dichterschap gewijd. Niemand onder de groten van '80 was zo weinig een geboren dichter, maar niemand heeft zijn talenten zo vruchtbaar ingezet, niemand heeft zozeer geheel zijn hart en geheel zijn verstand dienstbaar gemaakt aan een onvermurwbare Muze.

[...] [E]en zelfde gevoel van heldhaftige voortzetting en dieper renouveau deed me bewonderend zijn Dante-vertaling ter hand nemen, en één ogenblik was ik als zij, die in dit land laag langs de zee leven en voor wie herhaaldelijk een gebaar, dat hen van de Noordwijkse duintop bereikte, de richting aanduidde. En ik meende te begrijpen dat deze wenk thans een andere lering wees dan voorheen: dat de zin en de kracht van de wenk nog wel steeds bestond in een dringend wijzen op binding en vorm, maar dat, maande het, nu de onverzettelijkheid der levensverschijnselen ons tot de droom beperkte, het onze grootste daad moest zijn deze droom tot een werkelijkheid te formeren, die waarlijk een wereld, voor onze ziel bewoonbaar, moge blijken. Dit zal het geheime gebaar zijn van de Dante-

[p. 77]

vertaling voor ieder voor wie elk nieuw werk van Verwey de betekenis van een teken heeft, en ik zag in de nacht, waarin wij allen tasten, een zoeklicht over Europa zwenken en zijn richting van Weimar naar Ravenna verleggen.

Dat ik al deze beschouwingen over de persoonlijkheid van Verwey maak naar aanleiding van een vertaling, heeft misschien zijn oorzaak hierin, dat aan deze vertaling een inleiding vooraf gaat waarin wij, als naar mijn weten nergens duidelijker in de tien delen ‘Proza’, Verweys persoonlijkheid werkzaam bezig zien zich een toegang te hameren in dat ‘ontzaglijk wereld-, staats- en kerkgebouw’, zoals Stefan George de Divina commedia genoemd heeft.

 

[...] Zonder er hier nader bij stil te staan, of zulks veel of weinig zegt, zonder vergelijkingen te gaan opstellen tussen enige vorige vertalingen, moet men wel aannemen, dat Verweys vertaling de beste Nederlandse ‘Goddelijke komedie’ is, althans nog de minst onbevredigende. Men moet zulk een zware, gepredestineerd ondankbare arbeid met de grootste welwillendheid tegemoet treden, men moet zich door alle mogelijke taalbochten en stijlkronkels niet laten ergeren, men moet zeker de vertalers vrijheid ruimer stellen dan de zogenaamde dichterlijke vrijheid, - al deze verplichtingen worden in grote mate de lezer opgelegd, - dan bereikt men, langs hoeveel omwegen dan ook, het doel, dat de vertaler zich stelde: een benadering van Dante.

Deze benadering trachtte de grote Duitse dichter Stefan George te geven door enige zeer scherp gekozen en zeer sterk beeldende fragmenten in onvergelijkelijke Duitse terzinen te herdichten. Maar hij bracht nog niet het twintigste van de gehele stof. Verwey heeft het geheel aangedurfd, en al evenaart hij nergens, zelfs plaatselijk, zelfs op een enkele langere plaats, de machtige dictie van Georges verzen, voor mijn besef wordt dit vergoed door het feit, dat hij, met al de vrijheden en forceringen, die men bij zulk een arbeid wel moet toestaan, in ieder geval een complete en in zijn geheel leesbare Dante heeft afgeleverd. En wanneer ik thans enige opmerkingen over de vertaling ga te berde brengen, onthoude men, dat ik daarachter van de diepste waardering bezield blijf.

I. Mijn eerste opmerking betreft het ontbreken van aantekeningen. Hoe is het mogelijk dat Verwey niet voelde, dat die in een vertaling,

[p. 78]

welke een inleiding tot het geheel der Divina commedia wil zijn, juist daarom niet mogen ontbreken. [...]

De nodige aantekeningen zullen toch nooit meer ruimte innemen dan de tekst zelf, en met het oog hierop stel ik me een ideale uitgave van een vertaling als volgt voor: op de rechterbladzijden de tekst, op de linkerpagina's de daarop betrekking hebbende aantekeningen. Want om telkens naar het slot van de zang, zoals bij Kok, of naar de laatste bladzijden van het boek, zoals bij Boeken, te moeten omslaan, zonder dat dan meestal nog ter plaatse in de tekst daarnaar verwezen wordt, zoals bij Rensburg, is storend voor wie het er vooral om te doen is de gang van het gedicht te blijven volgen. [...]

2. Mijn tweede opmerking betreft het rijm. Noch de proza-vertaling van Boeken, al is dit proza dan ook nauwkeurig tekenend en hier en daar kernachtig, noch de rijmloze van Kok, al is hier in metrische vorm de letterlijke tekst op de voet gevolgd, zijn in staat de lezer in de gespannen, in zekere zin opgetilde staat te houden die voor het lezen van meer dan één zang achtereenvolgens nodig is. Verwey en Rensburg hebben gelijk: de Commedia is een rijmgedicht en zelfs een gebrekkig bereiken van dit essentiële is boven het vrijwillig zwichten naar een lager plan te verkiezen.

Maar nu een zuiver technische kwestie, een kwestie van gehoor. Verwey merkt terecht op, dat al Dantes rijmen tweelettergrepig zijn. [...]

Belangrijker echter dan het vraagstuk van de ‘voorraad’, had dat der kwaliteit moeten zijn. Want een tweelettergrepig rijm in het Italiaans is niet hetzelfde als in het Nederlands. Het verschil schuilt vooral hierin, dat de tweede lettergreep, die het rijm slepend maakt, in het Nederlands bijna aanhoudend door een stomme e, daarentegen in het Italiaans door alle vocalen van het alfabet gevormd wordt. Waarbij men nog dient in 't oog te houden dat de Nederlandse stomme e meestal in een gesloten, de Italiaanse volle klinker merendeels in een open syllabe optreedt. Die eindeloze herhaling van stomme e's in de tweede lettergreep werkt, ondanks de grootste voorraad van klankwisseling in de eerste, voor een gevoelig oor op de duur onherroepelijk eentonig. De klassieke Fransen en Hollanders hebben dit bij de samenstelling van hun alexandrijnenvorm ook terstond ingezien, en zowel Racine als Vondel wisselen paren van staand en slepend rijm beurtelings regelmatig af. Hetgeen bij het verkrijgen van het eenvoudige voordeel van over een rijker woordkeus en

[p. 79]

dus een nog rijker rijm te doen beschikken, het nadeel van een mogelijke eentonigheid der klankloze uitgangs-e's vermijdt. Waarom zou men dit bij een vertaling van zulk een groot ‘rijmgedicht’ in terzinen ook niet in overweging nemen? Waarom niet mannelijk en vrouwelijk rijm om beurten gebezigd, waarbij de Nederlandse rijmkracht ten volle in werking zoude zijn gesteld en dan werkelijk in niets tegenover het Italiaans had behoeven onder te doen? [...]

3. Een opmerking over de grenzen der ‘vertalersvrijheid’. Deze is groot, en ‘vraagde’ in plaats van ‘vroeg’ is geoorloofd. Erger zijn germanismen als: ‘versteuren’, ‘zwimmen’, ‘tuischen’, ‘stork-geklapper’; woorden als ‘bevremmen’, ‘pramen’, ‘bedrongen’, maar bepaald hinderlijk en stotend werkt op mij het weglaten van het tussenwoordje ‘te’ in werkwoordverbindingen. Zo iets maakt zijn taal (Verwey doet het in zijn eigen verzen ook) amorf en verschrompeld. Hij schrijft b.v.: ‘gij pleegt warmen’[...] [en] ‘wenscht verkrijgen’[.] [...]

4. Zoals al boven bij het achterwege laten van aantekeningen opgemerkt werd: Dante vergt een grondige kennis van oude geschiedenis, de Bijbel, en zo meer. Nu komt het echter herhaaldelijk voor, dat, terwijl Dante een zeer verstaanbare toespeling maakt op een Bijbels of Grieks verhaal, met de daarvoor gebruikelijke en algemeen bekende termen, Verwey dit dan in zeer vage omschrijving weergeeft. (Het omgekeerde zou ik geoorloofd achten). [...]

prepostterug  begin  verder