De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels
Gerrit Krol
verantwoording
©
2007 dbnl / Gerrit Krol
I. De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels
1. Over 's schrijvers ijdelheid, de dubbele spiegel, de 1ste en de 3de persoon, en de kwaliteit van de spiegels zelf
2. Over de stijfheid en de soepelheid in een roman. Over de korte vergelijking en de lange roman
3. Over de noodzaak, in een roman, van complexiteit, samenhang en emotie. Waarom een schrijver, hoe graag hij ook zou willen, geen automaat is
4. Waarom een schrijver boven zijn werk in slaap vallen kan
5. Over de behoefte van een schrijver uit de band te springen. Over ‘ander proza’. Over de functie van een gedicht. Over schoonheid als functie van het toeval
6. Over middelmatige en geniale schrijvers, twee- en drietrapsraketten
7. Over de noodzaak de ideeën die je hebt in de goede volgorde te krijgen
8. Over het gebruik van flashbacks en flashforwards. Over de nesten waarin de schrijver zich werken kan
9. Over het autobiografische in een roman. Over goedgelovige lezers die slechte verhalen lezen. Over echtheid
10. Over schitterende beelden en niet schitterende clichés, bijzondere en algemene, resp. zwakke en sterke verhalen
11. Over klutsen en over het woordje ‘niet’
12. Over evocatie van nieuwe gevoelens. Over het nut dat je daarbij van ervaring hebt
13. Over de weg van Le Bacarès naar Perpignan
14. Over het nut van neuroses, het genezen van neuroses en het onnut van genezen neuroses
15. Over de gesloten en de cyclische roman. Over stilstand, het middelpunt van de roman en over afzwaaiers
16. Over de omweg in de roman (= kortste weg), over snelheid en vertragingen. Waarom onze geest de ene keer holt en de andere keer stilstaat
17. Kan een roman illustraties bevatten? Over de waarheid in een roman en over de dode waarheid van aforismen. Over het lineaire van een roman
18. Over de twee manieren die er zijn om een gedicht te maken. Over de schrijver die zijn pen bij zich steekt om een frisse neus te halen
19. Over de traagheid van het schrijven en de massa van het boek
20. Over de functie van ‘The Waste Land’. Waarom schrijven lijkt op schaken. Over zetfouten
21. Over schaamte, stijl en plaatsvervangende schaamte
22. Over lezers en echte lezers: de interpreten
23. Over concreet en abstract. Over waarheid in termen van de retorica
24. Over diepte, schaamte en intimiteit
II. De literatuur en het plebs
III. Kunst in de kou
IV. De poëet aan het werk
V. De paradox van de roman
VI. De schrijver als versterker
VII. Literatuur: de kunst van het samenvatten
VIII. De schrijver en het succes
IX. Decommunicerende vaten
X. De schrijver en zijn echte schaamte
Verantwoording