Van een schrijver met een haartje aan zijn pen zullen alle letters die hij ermee schrijft, in zijn manuscript, de sporen van dat haartje vertonen. Een typmachine waarvan bijvoorbeeld de e wat hoog uitvalt, zal een tekst leveren waarvan alle e's hoger staan. Van een produktiemechanisme dat een afwijking heeft, zullen alle produkten een afwijking vertonen, dezelfde afwijking, en als die produkten niet gelijk zijn, bijvoorbeeld de zinnen van een boek, dan zullen ze een wat genoemd wordt, systematische afwijking laten zien.
Een schrijver die systematisch afwijkt van de gangbare schrijftaal geeft aan alles wat hij schrijft zijn stempel mee. Dat stempel noemen we: zijn stijl. Een schrijver wiens ideeen systematisch afwijken van de gangbare ideeën - zo'n afwijking noemen we: zijn neurose.
Een schrijver die er prijs op stelt zich te onderscheiden van zijn collega's, moet een stijl hebben, en een neurose. Een en ander houdt met elkaar verband natuurlijk, maar hoe dat verband eruit ziet, weet niet iedereen.
De constructie is eenvoudig. In de vorige paragraaf werd uitgelegd dat een schrijver, als hij een bepaalde geschiedenis beschrijft, zich in die geschiedenis moet inleven en dat 'm dat alleen lukt als hij een soortgelijke geschiedenis zelf al 's eerder beleefd heeft. Ik vergeleek beide activiteiten, beleving en inleving, de invloed die ze op elkaar uitoefenen, met het inductiebegrip uit de elektriciteitsleer: de ene stroom wekt, door te beginnen, of te stoppen, de andere op. Het zijn ver-
schillende stromen die door verschillende, niet met elkaar verbonden gebieden gaan.
Je kunt deze constructie op alle mogelijke gevoelens toepassen; vreugd en leed, gevoelens die iedereen kent en makkelijk door beschrijvingen kunnen worden opgeroepen. Maar hier (14) hebben we het over neuroses, d.w.z. uitsluitend over leed, en bovendien leed dat niet iedereen kent. En het is ook nog 's leed dat verborgen is, dat is n.l. het kenmerk van een neurose. Het wordt bedekt gehouden door een laagje lust en het is deze lust die de schrijver aan het schrijven houdt. De neurotische schrijver zou je je kunnen voorstellen als een wandelaar met één slecht been en één goed been. De neurotische schrijver herken je daaraan dat hij altijd maar wat in de rondte draait, hij schrijft steeds maar over hetzelfde. Hijzelf ziet dit niet. Hij denkt dat hij vooruit gaat. Hij maakt zelfs vorderingen op zijn manier.
Er zijn schrijvers die geen neuroses hebben. Het aanvankelijk neurotische leed is bij hen op een gezonde manier allang vervangen door het gewone, alledaagse leed, het leed van iedereen. Het zijn schrijvers die, omdat iedereen weet waar ze het over hebben, makkelijk woorden als wanhoop, verdriet enz. uit de pen laten vloeien, zonder zich daarvoor te schamen. Ze beschrijven immers gevoelens die iedereen wel heeft. Ze worden, in hun schriftuur, uitstekend verstaan. Hun afwijking echter hebben ze verspeeld; originaliteit is niet hun sterkste kant.
Er is nog een derde groep schrijvers. Schrijvers die in principe tot groep 1 behoren, schrijvers dus die gestuurd worden door hun afwijking, maar die alles in het werk stellen een schrijver van groep 2 te worden, een schrijver zonder afwijkingen. Het is het soort schrijver die zichzelf genezen wil; zijn werk is een analyse van zichzelf hetwelk een analyse van zijn onmiddellijke omgeving inhoudt. Nu is dat voor een vreemde lezer niet bepaald interessant, dus de kunst zal erin bestaan dat hij, de schrijver, zijn bevindin-
gen vertaalt, zodat de lezer hem begrijpt en hij zelf zich niet hoeft te schamen. Dat doet hij dan ook niet. Integendeel, meestal heeft hij, net als de schrijver van groep 1, met zijn eigenaardige conclusies de lachers op z'n hand.