15. Over de gesloten en de cyclische roman. Over stilstand, het middelpunt van de roman en over afzwaaiers
Sommige romans beginnen bij het eind. De eerste bladzij bevat een beschrijving van de afloop van het verhaal. Compositorisch geldt zo'n aanpak als sterk: het verhaal begint met de essentie, de lezer is er meteen bij betrokken en het eind van het boek zal opnieuw deze essentie bevatten, zij het in een andere zetting.
Een fraaie variant van deze gesloten opzet levert de roman die, rechtlijnig in de tijd, eindigt zoals hij begonnen is, de cyclische roman, die op deze manier wil aangeven dat er eigenlijk niets gebeurd is. Er is natuurlijk wél wat gebeurd en alleen als de geschiedenis overtuigend verteld is, kun je je als schrijver veroorloven dit te ontkennen, daarom is het zo'n sterke figuur. Wat beide genres eigenlijk beogen is: laten zien dat de vertelde historie niet een fragment is, maar een geheel en dat is het doel waar je als schrijver naar streeft: eenheid. Ook de lezer waardeert dat.
Het cyclische en gesloten genre hebben het nadeel dat het zo bewonderde effect van eenheid bereikt wordt met eenvoudige middelen. Het is een foefje dat je gauw geleerd hebt en het nagestreefde effect is vaak niet meer dan een suggestie. Veel goedkope boeken zijn in hun opzet cyclisch c.q. gesloten. En het is om die reden dat een schrijver die zijn vak verstaat in zijn streven naar eenheid nog wel 's wil omzien naar andere middelen dan de geijkte, of op z'n minst kiest voor een verfijning ervan.