De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels


auteur: Gerrit Krol


bron: Gerrit Krol, De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1981  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 76]

24. Over diepte, schaamte en intimiteit

Over oppervlakte en diepte. Sommige romans zijn oppervlakkig. Daarover hebben we het nooit. Andere romans hebben diepte, maar geen diepte is interessant als je geen maatstaf hebt en geen referentie om te meten hoe diep de wereld is waarin je kijkt: de oppervlakte dus. Je staat aan de rand, je zit in je stoel en alles wat je leest is oppervlakte, maar het komt uit de diepte - als de roman diepte heeft.

Een schrijver die zichzelf beschrijft is, in deze functie, niets anders dan een soort Jacobsladder, een goudmijn, een waterput of een baggermolen, al naar gelang de beoordeling van de lezer: of hij wat hij leest mooi vindt, helder of vies. Zulks ook ter beoordeling van de schrijver overigens, want die is de uitvoerder van het karwei en hij heeft zijn methoden. Hij snijdt en hij weet waar hij snijden moet en hij weet wat hij moet laten zitten. Het belangrijkste criterium dat hij daarbij aanhoudt is niet de waarheid zoals je zou denken, maar de beschrijfbaarheid. Wat hij niet beschrijven kan laat hij zitten en de rest haalt hij naar boven - door het te beschrijven, zo echt en zo eerlijk mogelijk, maar als hij het daarmee toch niet helemaal aan de oppervlakte krijgt, laat hij het vallen en hij verzint er iets voor in de plaats.

De schrijver die dat voor het eerst doet, verzinnen, ervaart dit als een opluchting: het hoeft niet allemaal echt gevoeld te zijn om te overtuigen en ook de zaken die werkelijk gevoeld zijn geeft hij de vleug van het verzinsel mee, en de lezer maar denken dat hij 's schrijvers naakte ziel beschre-

[p. 77]

ven ziet en zo hoort het.

De schrijver heeft er geen moeite mee. Hij is een keizer en wie goed toekijkt ziet: hij heeft, net als wij, kleren aan.

Er is een verwant begrip dat veel problematischer is: de intimiteit. Schaamte voel je in je eentje, maar intiem ben je met z'n tweeën. De schrijver is niet alleen, hij heeft een vrouw bij zich. (We hebben de schrijver steeds een ‘hij’ laten zijn, zijn intieme gezelschap is dus een ‘zij’). Er treedt nu een complicatie in. Hij kan niet meer schrijven wat hij wil. Niet uit fatsoen of andere ethische overwegingen, dat is de reden niet. Tegenover de wereld kan hij altijd volhouden dat de beschreven intimiteit verzonnen is, maar tegenover de ene met wie hij samen was kan hij dat niet. Zij zal zich in die intimiteit herkennen, niet door de beschrijving maar door de - sterke - herinnering eraan. M.a.w. zij herkent de intimiteit nog voor de beschrijving ervan goed en wel is aangevangen.

En dit is nu net de reden dat de schrijver, in plaats van die beschrijving te geven, zijn pen neerlegt. Bang dat hij, in plaats van een beschrijving te geven van zijn eigen gevoelens, in zijn sportiviteit een beschrijving geeft van háár gevoelens. Dat moet hij natuurlijk niet doen.

Daarom: nooit is een schrijver eenzamer dan wanneer hij zijn intimiteiten beschrijft. Intiem in zijn boeken is hij alleen met een vreemde vrouw. In elk geval iemand die nooit zijn boeken lezen zal.