terug  begin  verderprepost
[p. 97]

VIII. De schrijver en het succes

Soms heeft een mens principes. Deze principes dienen niet om nageleefd te worden, maar om iemand te vertellen waar hij staat. Bakens, die hem, als hij is afgedreven, de weg doen terugvinden.

Een van de principes van een schrijver is dat hij een boek, eenmaal geschreven, en uitgegeven - vergeet. Elk nieuw boek van hem zal, eenmaal gelanceerd, als ware het een ruimtevaartuig, gevolgd worden door een eindeloze stilte. De stilte van de lezers. De schrijver kent ze, via zijn boeken. Voor deze mensen schrijft hij en als hij dat tot zijn dood kan doen, is hij een gelukkig mens.

Hij zou volmaakt gelukkig zijn als hij zeker wist dat alle mensen zijn boeken lazen, in alle landen, tot in eeuwigheid. In het begin denkt hij dat ook. Maar is zijn eerste boek eenmaal gepubliceerd, dan ontdekt hij dat er mensen zijn die het niet lezen, en niet zullen lezen ook. Dat is zijn eerste kennismaking met de werkelijkheid. De tweede kennismaking is daarmee bijna simultaan: de ontdekking dat het boek dat hij geschreven heeft niet het beste boek van de wereld is. Gelukkig ontdekt hij dat pas achteraf, daar is hij nu juist schrijver voor: een boek schrijven is belangrijker dan inzicht in wat dat boek te betekenen heeft. Maar is het eenmaal gepubliceerd, dan zet hij die switch om. Hij stelt zich open voor de suggestie die de grote wereld hem levert: dat het geen meesterwerk was. Hij gaat dus opnieuw aan de gang: weer een boek schrijven, weer vanuit een sterke zekerheid, die nu echter samengesteld is uit twee componenten: de zekerheid dat hij weer bezig is het beste boek ter wereld te schrijven en de zekerheid dat bijna niemand het

[p. 98]

zal lezen en dus bijna iedereen het, desgevraagd, een onbelangrijk boek zal vinden.

Twee zekerheden die door hun tegengestelde aard een normaal mens in verwarring brengen, die is er niet tegen opgewassen en een schrijver, voor zover hij een normaal mens is, ook niet. Hij valt af. Maar de echte schrijver telt beide zekerheden gewoon bij elkaar op en gaat door.

Tweede boek dus. Het tweede boek onderscheidt zich van het eerste door het effect dat het heeft op de schrijver zelf. Liet het eerste boek hem kennismaken met iets nieuws: dat hij niets waard is in de wereld, ook al heeft hij een boek geschreven - het tweede boek bevestigt die ervaring. De meeste schrijvers ontdekken pas na hun tweede boek dat ze beter kunnen ophouden, of na hun derde...

We zien nu hoe van een echte schrijver de motor allengs op gang komt: geremd door een accumulatie van negatieve ervaringen, tegengehouden door een groeiend trauma, kan hij alleen maar voort als hij gevoed wordt, gedreven mag je wel zeggen, door de zekerheid dat hij, noodzakelijk, - het wordt eentonig - bezig is met het beste boek dat hij tot nu toe geschreven heeft, een boek dat beter is naarmate er meer mensen zijn die het niet zullen lezen - zo'n boek kan alleen nog maar geschreven worden na een kick down.

Kick down - plankgas in een automaat - brengt je motor, terwijl je al een flinke snelheid hebt, plotseling op een zeer hoog toerental, zodat je als een kogel vooruitschiet. Hoe dit technisch werkt weet ik niet. Hoe het bij een schrijver werkt weet ik wel. Hij scheurt gewoon een nieuw deel van zijn ziel open. De noodzaak om dat te doen ken ik ook: er van uitgaan dat hij nog geen boek geschreven heeft.16 Er zijn maar betrekkelijk weinig schrijvers die dit extra vermogen in zich hebben: eenvoudig omdat de voorwaarde ertoe bij hen ontbreekt. Zij denken dat ze met hun vorige boeken al iets bereikt hebben, doordat ze ‘zulke goede kritieken hadden’ o.i.d. Aangezien bijna elke schrijver goede kritieken

[p. 99]

krijgt, kan dit voor zijn succes geen graadmeter zijn. Zijn succes meet hij af aan de mate waarin zijn reserves hem toestaan succes te negeren.

16Wat een schrijver wil, als hij schrijft, is: onbekend zijn. Niet dat dit goed is voor hem, maar het is goed voor het boek waar hij mee bezig is. Daarom: al die activiteiten waar een schrijver zodra hij bekend is zich aan overgeeft: voorlezen, prijzen in ontvangst nemen... hij hoort 't eigenlijk niet te doen.
Nou ja, voorlezen, daar wil hij nog wel 's voor tekenen. Een zaal vol mensen stil krijgen, of aan het lachen maken - heerlijk vindt hij dat. Hij kiest er de goede stukjes voor uit. Niet alles wat hij geschreven heeft kan hij gebruiken. Het beste dat hij geschreven heeft kan hij niet voorlezen - omdat het gelezen moet worden. In de zaal zitten dan ook geen echte lezers, die zitten thuis. Zo ook de echte schrijver. Voorlezen is iets dat hij een tijdje doet, om te weten waar hij tegen is en daarom houdt hij er na een tijdje mee op.
Prijzen in ontvangst nemen. Meestal uit handen van mensen die zijn werk niet gelezen hebben. Geen genoegen dus. Het belangrijkste van een prijs is de grootte van het bedrag. Hoe meer geld, des te belangrijker de prijs. Maar toch, de schrijver zou het niet waarderen geprezen te worden als hij geen waardering had voor de juryleden. Dus, minstens zo belangrijk als het geld is de kwaliteit van de jury. Die twee. En daar zou het bij moeten blijven. Een prijstoekenning moet bestaan uit: een brief waarin je e.e.a. wordt meegedeeld + de vraag hoe je het geld wilt ontvangen + een rapport dat je vertelt hoe de jury over je boek(en) denkt + publikatie van dit rapport. De uitreiking zelf is overbodig.
prepostterug  begin  verder