terug  begin  verderprepost

De Dames Krüseman. Ginneken.
Brussel, 25 Augustus 59.

.........................

Wij hebben het hier zeer goed, en Neef en Nicht doen alles om het ons naar den zin te maken.

Verleden Donderdag hebben wij des morgens om tien uur een plaisiertogtje gemaakt naar Boits-fort, een dorp hier in de omstreken, waar wij koffij gedronken en rondgewandeld hebben. Gij kunt u geen idée maken van de prachtige gezigten, welke men hier binnen zoowel als buiten de stad heeft; midden in de stad zijn de hoogtens tusschenbeide zoo steil, dat het paard stapvoets naar boven moet, anders is het goede dier geheel buiten adem. Toen wij van Boits-fort terug kwamen, moesten wij over eenen beelderigen weg door de bosschen heen. Neef vroeg mij of ik wel eens gereden had, en of ik het kon; natuurlijk was ‘jawel’ het antwoord (ik dacht aan onze togt met ***!) hij gaf mij de lijsels over, en toen ging het zoo prettig in den draf! Het ging nog al goed, (al zeg ik het ook zelf) daar wij nog al rijtuigen en karren tegen kwamen en toch niet ééns gecarremboleerd hebben.

Zondag morgen hebben wij in het Parc een concert gehoord.

[p. 18]

dat voor de armen gegeven werd, en 's avonds zijn wij naar... een bal! geweest in Tivoli. Croustillens! Dat was een bal champêtre, waar de heeren met zweepen en stokken en de dames met hoeden en doeken twee voet van den grond sprongen. Zoo als gij wel begrijpen kunt, gingen wij maar eens kijken, maar zooals het altijd met heeren gaat, als men ze noodig heeft, laten ze je zitten en anders komen zij! Als de raven stoof een edel trio op Jet af, met witte dassen, en ongeprésenteerd; natuurlijk werden zij afgescheept; de laatste scheen echter nog den moed niet op te geven, en vroeg mij, om nog eens afgescheept te worden.

.........................

 

Mina.

prepostterug  begin  verder