terug  begin  verderprepost

Dames Krüseman. Ginneken.
Brussel, 10 September 1859.

.........................

Hoe is het toch met de pensioenen-prekara1... afgeloopen? Wij hebben hier alle couranten nagekeken, maar er nergens iets over gevonden, en daar gij er ook niets meer over geschreven hebt zijn wij geëindigd?... met het Ginneken?! - Wij hebben hier nog al naar verscheidene dingen geïnformeerd, en zou dat nu niet noodig zijn geweest?

Gisteren avond in de opéra moest eene actrice débuteren, die men wel en niet wilde aannemen, zoodat een oorverdoovend applaudissement en een alles overtreffend gefluit den voortgang van het stuk beletteden. Toen het opgewondene, brusselsche publiek weder een weinigje tot kalmte gekomen was, begon de ongelukkige actrice weder met vernieuwden moed te zingen, totdat een geheel leger fluitjes haar midden in eene roulade dwong te zwijgen. Eerst hield zij zich nog al goed, maar toen het air uit was, en men haar werkelijk mooije, maar door angst trillende stem, met dat helsche leven beantwoordde, werd zij doodsbleek en viel flaauw. De actrices gaven haar elk eenen zoen, de acteurs vlogen allen om haar henen, en het publiek riep: ‘le rideau!’2

[p. 19]

Eenige oogenblikken later ging het scherm weder op, en kwam men het publiek aankondigen dat zij hare rol weder vervolgen zou. Bleek en bevend kwam zij als koningin weder te voorschijn. Eene menigte heeren en eenige medelijdende dames applaudisseerden uit al hunne magt, maar niettegenstaande de schelle krassende fluitjes, welke men boven alles uithoorde, bleef zij deze keer bewegingloos staan, totdat het geschreeuw enz. het hoogste toppunt bereikt had, toen maakte zij voor allen (fluiters ook) een tiental diepe dienaresses en vervolgde hare rol.

.........................

 

Mina.

1In dien tijd stond het een gepensioeneerd Indiesch officier nog niet eens vrij zijn pensioen, dat hij toch ver van Nederland verdiend had, buiten Nederland te verteren!
1877.
2Ik herinner mij niet ooit zóó verontwaardigd te zijn geweest als dien avond! Ik had dezelfde chanteuse den vorigen avond als Rosine in den Barbier, hooren applaudisseeren, dat het théater er van sidderde; en nu, juist 24 uren later, werd zij zoo gemeen beleedigd door het zelfde publiek! Eerst was ik zoo verwonderd dat ik niets zei, toen vroeg ik aan allen die om mij zaten (in de stalles) ‘Waarom? - Waarom? - Maar zeg mij dan toch waarom?’ Niemand antwoordde; daar viel mijn oog op een van de dandies, die fluiten wilde; met één klap sloeg ik hem het fluitje uit den mond. ‘Comment osezvous siffler? Vous, qui ne savez pas plus de musique que mon chat!’ De consternatie was zoo groot, dat mijn geheele omgeving niet meer gesiffleerd heeft.
1877.
prepostterug  begin  verder