terug  begin  verderprepost

Mejufvrouw Henriette Krüseman. Ginneken.
Haarlem, 3 Maart 1861.

Lieve, beste Heintje!

 

Het zoude toch niet heel hartelijk wezen als ik uwe verjaring zoo maar voorbij liet waaien, zonder hier ten minste een paar woordjes bij te schrijven om u geluk met dezen heugelijken dag te wenschen .................. maar voor deze keer wil ik u dan toch nog wel eens vertellen dat ik hoop dat het u verder in de wereld goed zal gaan, en dat gij zóó veel schik in uw leven moogt krijgen, dat gij, als

[p. 25]

oud wijfje, nog blijde zult wezen, dat gij het zoo ver hebt kunnen brengen.1

Als gij dezen ontvangt zal Papa mogelijk wel reeds in Brussel zijn bij ***. Hè! ik ben haast blijde dat ik dan niet te huis zal zijn, daar anders alle angsten van verleden jaar nog eens terug zouden komen. Weet gij nog hoe wij toen gevlogen en de brieven in stukken gescheurd hebben, alleen om te hooren - ‘Wij gaan niet’! - Dit laatste woordje hoop ik maar dat niet terug zal keeren, want dan zoude ik geen raad meer weten. Dan geloof ik dat wij onze carrière nog als de gezusters s.u.f. zullen eindigen.

Provisioneel moet gij mij nog maar niet te huis verwachten, als Papa mij ten minste niet om de eene of andere reden laat op ontbieden.

.........................

Gij ziet dat men hier wel uit kan gaan als men wil, want het is zoo razend druk van den winter, dat er tusschenbeide drie, vier invitaties voor eenen avond komen.

A propos, ik heb nog eens over de thee nagedacht, dat is een formidable pak, zoo als gij weet, dat zeer slecht in mijne koffer kan, die toch reeds meer dan vol was; als ik dat gevaarte dus met mij mede sleep over den Haag en Rotterdam naar Breda, zal de port nog veel hooger komen dan dat ik het u regelregt toezond en dus..... de thee is in aantogt.

Adieu enz.

 

Mina.

1Dit is haar laatste geboortedag geweest.
prepostterug  begin  verder