.........................
L' Histoire Morale des Femmes heeft fureur gemaakt bij de Huygensen, waaraan ik haar geleend had en die haar nu ter lecture aan de goede kennissen mede geven, om zooveel nut te stichten als mogelijk is. Gij ziet dat men hier zoo geheimzinnig niet met zulke goede boeken omgaat; enkel slechts in den winkel waar ik het bestellen ging, heb ik aanstoot moeten lijden. De man van het vak namelijk vroeg mij of ik dat boek ter inzage dan wel in koop verlangde. ‘In koop natuurlijk,’ antwoordde ik, vrij verbaasd.
‘Kent gij het dan?’
‘Ja.’
Daar bleef het bij; hij zoude het boek uit Parijs laten komen, en ik zoude acht dagen later weêrkeeren om het te halen.
Toen de tijd om was, ging ik, met Papa, mijn boek halen. Er stond nog een heer in den winkel.
‘Je viens de le recevoir,’ zeide de boekverkooper, en hij las een lijstje na om te weten waar hij het gelaten had. De heer achter ons stond ondertusschen druk te bladeren, het was als had hij verscheidene boeken te gelijk in handen. Toevallig viel mijn oog in het spiegelglas van eene der kasten en toen zag ik, tot mijne groote verbazing, dat de goede man niets dan één enkel velletje postpapier in handen had. De boekverkooper bleef nog steeds voort lezen, en eindelijk kwam het hooge woord er uit: ‘Je ne vois plus... je ne l'ai pas encore.... mais voulezvous que je l'envoye chez vous?... demain?... après demain?’
‘Non, merci Monsieur, je le ferai chercher dans quelques jours.’
Ik dacht aan het adres dat *** aan den commissionnair van den Majoor had opgegeven, en waagde mij dus niet, dat rammelend papiertje was suspect. Een paar dagen later liet ik mijn boek halen en ontving het geheel opengesneden en gelezen, hetgeen men aan een paar ezelsooren etc. zien kon.
Dien zelfden dag was Papa op de wandeling naar de societeit gegaan, en moest ik dus een goed eind alleen loopen om naar
huis te gaan. Het was zeer warm dien dag en daarom had ik mijnen parasol op. In eens zie ik een leelijk, oud gezigt onder mijnen parasol gluren, dat was de vriend uit den winkel, die zich waarschijnlijk met mijn boek geamuseerd had, en er zulke goede gedachten omtrent de vrouwen uit geput had, dat hij mij een keer of zes zoo digt voorbij liep, dat ik genoodzaakt was om te blijven stilstaan, wilde ik hem niet op zijne hielen of teenen trappen; toen riep hij Lili (de hond) en eindelijk pousseerde hij de brutaliteit zóó ver dat hij een praatje begon, maar wat hij zeide weet ik niet, ik was veel te woedend om er iets van te verstaan, en tot eenig antwoord deed ik mijnen parasol neder en bleef ik geduldig over hem heen zien tot dat hij gepasseerd was.
.........................
Ziedaar nu le Gouvé's morale in practijk gebragt! De belgische heeven lezen met vrucht!
.........................
Mina.