.........................
Wat is Parijs toch mooi, en groot, en ruim! Als ik te kiezen had waar ik wonen wilde, dan ging ik hier nooit weer van daan! Nu zullen wij ons maar met de souvenirs behelpen, en later, mogelijk aan het andere einde der wereld zijnde, nog eens terug denken aan al de pracht welke wij hier gezien hebben.
Gij hebt het goed geraden, beste Tante, indien Papa u ten minste niet alles verteld heeft, dat er meer achter mijn besluit, om naar Indië te gaan, zat, dan ik u geschreven heb, maar ik vond het zoo pénible om over dat alles te correspondéren en daarom had ik u liever alles maar pratende bekend; nu gij het toch weet, tant mieux!
Ja, tantelief, ‘hoe ouder hoe gekker,’ zegt het spreekwoord, en ik geloof waarlijk dat het zóó is, want ik ben nog nooit zoo dwaas geweest, als nu op mijn ouden dag; om daar zoo op eens al mijn goede plannen vaarwel te willen zeggen en mij, tête
baissée, in zulk eene schrikverwekkende, hollandsche huishouding te willen werpen, in de volle overtuiging dat dàt alleen mij gelukkig had kunnen maken, dat was al eene heele dwaze streek van iemand die niets bezit, en dus ook, in dezen tijd van tellen en rekenen, zoo verstandig wezen moest van niets te verlangen. Enfin, het is nu geheel uit, en als ik eenmaal in Indië zitten zal en het op mijne wijze druk zal hebben, zal het mogelijk nog wel eens voor mij worden alsof er nooit een *** bestaan had.
Over het afscheid nemen, ons vertrek uit Brussel, enz. enz. enz. zullen wij ook nog maar niet tobben, die tijd is nog niet gekomen, en als hij komen zal, zullen wij er door heen vliegen, zoo schielijk en zoo kalm mogelijk.
Hetgeen ik doen ga is goed, indien het ten minste te verwezenlijken zal zijn; en, daar het altijd mijn wensch geweest is, om op de een of andere wijze in mijn eigen onderhoud te voorzien, zoo hebben wij alle mogelijke reden om maar weder tevreden te zijn dat ik het zoo ver gebragt heb dat ik hiertoe in staat zal zijn.
.........................
Mina.