.........................
Fi is in de loop van den dag weêr minder wel geworden. Zij heeft last van benaauwdheden en klaagt over de linker zijde en over een vreeselijk gevoel van zwakte, dat zij maar niet overwinnen kan, ofschoon zij den geheelen dag door niets doet dan versterkende middelen gebruiken, ijs eten en op de canapé liggen.
En nu heb ik u niets meer te vertellen, niets dan dat wij u hartelijk groeten, en hopen dat gij in ons lieve Indië regt gelukkig wezen zult, en niet te veel zult tobben over ons, die toch maar sukkels zijn en heel ons leven sukkels blijven zullen.
.........................
Sedert gisteren is Fi weder erg verzwakt en van morgen hebben wij gelukkig eindelijk eene soeur de charité gekregen, daar wij haar geen oogenblik alleen konden laten en ik onmogelijk alle nachten bij haar kon blijven waken, ook al was ik sterk genoeg geweest om haar zoo handig op te tillen en te verplaatsen, als Sientje1 alleen maar doen kan.
Adieu nu, Papa heeft aan Neef van Deventer geschreven en mogelijk den tijd gehad om in meer bijzonderheden te treden dan ik gedaan heb.
.........................
Mina.