terug  begin  verderprepost

Dames Krüseman en Van Deventer. Batavia.
Brussel 10 Januarij 1867.

Beste zusjes! zal ik maar zetten, want of ik nu al boven elke pagina een anderen naam zet, of dat ik drie vliegen in een klap neem, dat komt toch op het zelfde neer, daar ik toch niets te vertellen heb dat gij niet alle drie zoudt mogen weten.

.........................

zijn A. en N hier geweest. Hij, nog magerder, nog bleeker, nog vlugger dan vroeger; zij, mooi, frisch, charmante als altijd. ‘Les affaires vont très bien,’ zeide zij vóór dat ik hem gezien had, ‘et cependant c'est N. tout seul qui travaille et qui donne des leçons, car moi, je ne fais rien que soigner mon excellent petit mari.’ Dáárop zag ik hem. Ik had haast gevraagd: ‘hoe kan je man dan nog zoo mager zijn?’ Maar zij kwam fier met hem bin-

[p. 84]

nen stappen en zag hem met zoo'n admiratie aan, dat ik mij maar stil gehouden heb, toch in mijn vuistje lagchende om de goed gesoigneerde N., zóó als ik hem mij voor had gesteld en zóó als hij daar voor mij stond!

.........................

en hoe het u op den duur in Indië bevalt en hoe alles is. Zoo'n echte Indische brief, dat ik mij nog eens verbeelden kan bij u te zijn in het ‘apen-land’, zoo als zij in het eenden-land zeggen. Wij maken het goed. Papa ziet er perfect uit, en ik ben ook weer geheel hersteld.

.........................

 

Mina.

prepostterug  begin  verder