Tomben


auteur: Jan Kuijper


bron: Jan Kuijper, Tomben. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1989  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 18]

de tombe van joost van den vondel

 
De mens eet wat hij is. Gulzig of kalm,
 
de zangerige mond is altijd vol
 
hersenen opgelepeld uit de bol.
 
Is alles op, dan zijn ijdele galm
 
en klare taal de tekenen van hol,
 
fatsoenlijk gapen. Een laatste strohalm
 
voor de -isten van zo'n goddeloze psalm
 
is wel te vallen, maar niet uit de rol.
 
 
 
Vereerd met zilveren bazuin en bom
 
houden de handen beelden van het lot,
 
zij heffen en zij dalen. Om en om
 
twee kappersspiegels, het niets en het niets,
 
de duizelende oneindigheid - die iets
 
te raden overlaat. Het gat van God.