De eend op de pot


auteur: Nannie Kuiper


bron: Nannie Kuiper, De eend op de pot. In: Nannie Kuiper & Dagmar Stam, De eend op de pot. Leopold, Amsterdam 2003 (vierde druk), p. 33-59.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 33]

De eend op de pot

 


illustratie

[p. 35]
 
Marijke is gek
 
op honden en katten.
 
Marijke houdt veel
 
van haar kleine marmot.
 
‘Maar mijn lievelingsdier,’
 
zegt Marijke,
 
‘staat hier!
 
En dat is de eend op mijn pot.’
 


illustratie

[p. 36]
 
De eend aan de muur
 
en de eend op de kast,
 
de eend met de kuikentjes
 
op de gordijnen,
 
de andere eenden
 
- grote en kleine -
 
zijn ook wel lief,
 
maar toch niet zo lief
 
als de eend waar Marijke op plast.
 


illustratie

[p. 37]
 


illustratie

[p. 38]
 
De eenden in bad
 
kunnen zwemmen en duiken.
 
Ze pikken de zeep
 
met hun snavel kapot.
 
Ze zeggen heel trots
 
dat ze lekkerder ruiken
 
dan de eend
 
op Marijke d'r pot.
 


illustratie

[p. 39]
 
Buiten - ‘Kwaak, kwaak’ -
 
schreeuwen eenden om brood.
 
Ze weten niet eens
 
van die andere eenden.
 
Ze happen en schrokken,
 
op zijn de brokken.
 
De eenden gaan waggelend weg
 
naar de sloot.
 


illustratie

[p. 40]
 
De eend op de pot
 
zit zielig te kijken.
 
Hij staat al zo lang
 
op de grote wc.
 
En niemand doet aardig,
 
behalve Marijke.
 
Ze zegt:
 
‘Kom maar mee!’
 


illustratie

[p. 41]
 
Mee naar de kamer
 
omdat er bezoek is.
 
Marijke moet vreselijk nodig
 
een plas.
 
En je weet het maar nooit -
 
grote mensen
 
hebben soms iets
 
voor een kind in hun tas.
 


illustratie

[p. 42]
 
De eend op de pot
 
moet natuurlijk wel helpen.
 
Met blokken versjouwen
 
en vrachtauto zijn.
 
Toet-toet... boem,
 
een botsing!
 
‘Ga weg, gekke tafel.
 
Je doet met je poten
 
ons alletwee pijn.’
 


illustratie

[p. 43]
 
Haar vader en moeder zeggen:
 
‘Marijke, iedereen gaat
 
naar de grote wc.
 
Daar is hij toch voor.
 
Daarna trek je door.’
 
Marijke zegt boos:
 
‘Ik doe het niet - NEE!’
 
(Ze durft niet te zeggen
 
waarom ze niet durft:
 
als je erdoor zakt,
 
neemt het water je mee.)
 


illustratie

[p. 44]
 
De eend op de pot
 
zit ook in de auto;
 
Jasper is jarig vandaag.
 
Hij heeft op de kaart
 
aan Marijke geschreven:
 
‘Ik ga voor mijn vriendjes
 
een feestje geven.
 
Als je wilt komen
 
- heel graag!’
 


illustratie

[p. 45]
 


illustratie

[p. 46]
 
Jasper zegt:
 
‘Mag ik jouw pot eens proberen?
 
Dan krijg je van mij
 
een rolletje drop.
 
Broek laten zakken,
 
piemeltje pakken...
 
‘Pas op,’ schreeuwt Marijke,
 
‘je plast op zijn kop!’
 


illustratie

[p. 47]
 
De pot is de pan
 
om soep in te koken.
 
Het gras is de groente,
 
het zand is het zout.
 
Marijke is moeder
 
en Jasper is vader.
 
De eend is het kind
 
- maar soms wel heel stout!
 


illustratie

[p. 48]
 
De bel gaat, en nog eens,
 
en daarna alweer.
 
Hallo, kom maar binnen,
 
het feest gaat beginnen.
 
Met slingers en pakjes,
 
limonade, gebakjes,
 
met spelletjes spelen
 
en met nog veel meer...
 


illustratie

[p. 49]
 


illustratie

[p. 50]
 
‘De eend op de pot
 
is weg!’ schreeuwt Marijke.
 
‘We moeten hem zoeken,
 
en vlug!’
 
Allemaal gaan ze
 
overal kijken.
 
Maar als het te laat wordt,
 
als het donker op straat wordt,
 
komen ze zonder pot terug.
 


illustratie

[p. 51]
 
De eend op de pot
 
zit niet in de auto.
 
Jasper blijft zwaaien
 
zo lang als hij kan.
 
Hij denkt: Als Marijke
 
vanavond moet plassen,
 
en als er geen pot is
 
- wat dan?
 


illustratie

[p. 52]
 
De eend aan de muur
 
en de eend op de kast,
 
de eend met de kuikentjes
 
op de gordijnen,
 
de andere eenden
 
- grote en kleine -
 
weten de volgende morgen
 
heel zeker
 
dat ze in bed heeft geplast.
 


illustratie

[p. 53]
 
De eenden in bad
 
denken: Eindelijk zonder,
 
eindelijk zonder die eend op de pot.
 
Voor straf duwt Marijke
 
ze flink kopje-onder.
 
‘Jullie krijgen geen zeep,’
 
zegt ze boos,
 
‘blijf eraf!’
 


illustratie

[p. 54]
 
Buiten - ‘Kwaak kwaak’ -
 
schreeuwen eenden om brood.
 
Ze weten niet eens
 
van die andere eenden.
 
Ze happen en schrokken,
 
op zijn de brokken.
 
Ligt de eend op de pot
 
in een andere sloot?
 
 
 
Jasper belt op:
 


illustratie

[p. 55]
 
‘Dag Marijke,
 
ik heb een verrassing voor jou!
 
De eend op de pot
 
stond gewoon bij de buren.
 
Ik ga hem vanmiddag
 
als pakje versturen,
 
dan krijg je hem vast
 
heel gauw.’
 


illustratie

[p. 56]
 
De grote wc is opeens
 
niet zo groot meer.
 
Marijke is niet meer
 
zo bang als ze was.
 
Als de eend op de pot
 
morgen weer thuiskomt,
 
denkt Marijke,
 
durf ik misschien
 
nu wel een plas.
 


illustratie

[p. 57]
 
Dat durft ze gelukkig,
 
en ook nog wel meer.
 
Plassen en drukken,
 
alles gaat lukken;
 
broek naar beneden,
 
broek weer omhoog...
 
Vannacht blijft Marijke
 
wel droog!
 


illustratie

[p. 58]
 
Marijke is gek
 
op honden en katten.
 
Marijke houdt veel
 
van haar kleine marmot.
 
‘Maar mijn lievelingsdier
 
staat gelukkig weer hier,’
 
zegt Marijke,
 
‘en dat is de eend op mijn pot.’
 


illustratie

[p. 59]
 


illustratie