De Kleine Johannes. In 1905-'6 schreef Van Eeden er een twede en derde deel bij, met een scharenslijper Marcus Vis als Christusfiguur; vergeleken bij het zeldzaam mooiste eerste deel van geen waarde. Daarover een ‘studiebeeld’ van P. Landsberg, 1924.
Verder schreef Van E. zijn Studies, 1890-1908; dan gedichten als Van de Passielooze Lelie; Ellen, een Lied van de Smart, 1891; het wijsgerig gedicht Het Lied van Schijn en Wezen, 1895; vertalingen van Rabindranath Tagore, een Hindoe-wijsgeer. Van 1902 is zijn geschrift Over Woordkunst, een felle aanval op de Nw. Gids, waarin hij betoogde dat de volgelingen van Perk en Kloos door hun rethoriek weer vervallen zijn in dezelfde fouten, door Kloos zo heftig bestreden. Dit werd ook betoogd door Van Deyssel: Over Wankunst.
Verder Langs de Weg, verspreide opstellen. Ook de Brieven aan Henri Borel zijn uitgegeven.
In 1922 ging Van Eeden tot de R.K. Kerk over. Zijn toneelwerk is weinig gespeeld: De broeders, tragedie van het recht, 1894, in verzen; Lioba, drama van trouw, 1897, ook in verzen; Minnestral, 1907, over het communisme; IJsbrand, 1908, de miskende profeet; Het Beloofde Land, 1909, spot met zijn eigen mislukte kolonie Walden; De Heks van Haarlem, 1915, historisch toneelspel.
Van de koele meren des doods, 1901, is een psychologische roman over een zenuwlijderes. Een romantisch toneelwerk leverde Van Eeden in zijn Bokkenrijders, van 1917.
Over hem schreef Dr. G. Kalff Jr., De Psychologie van den Tachtiger, 1927; ‘niets meer dan een zwaarlijvig schotschrift’, schreef Greshoff. Dr. W.H. v. Tricht wijdde 1934 zijn proefschrift aan Van Eeden, Denker en Strijder. Feber schreef over zijn Ontwikkelingsgang, 1922. In 1939 verscheen uit de nalatenschap van Verwey F. v. Eeden, aan de hand van brieven, beoordeling van Van Eedens werken. Zie ook Lieven Nijland en H. Padberg.
Van Eeden was getrouwd met Martha van Vloten, een dochter van Dr. Johannes; hij was de zwager van Albert Verwey. Het huwelijk werd ontbonden.
De studie van Verwey is een vernietigend vonnis (M. ten Braak).
Van Eeden's Dagboek is uitgegeven. Het 9e (laatste) deel verscheen in 1946. In de U.B. te Amsterdam bevindt zich het Van-Eedenmuseum. Liber Amicorum, 1930, aangeboden door Van Deyssel, Verwey e.a. Monument te Bussum, 1950.