men Gerrit de Clercq, 1843-'49, en Mr. Vissering, 1843-'51; er waren toen 400 intekenaren. Sedert 1845 kwamen ook de beoordelingen van zaken van godsdienst, staatkunde en wetenschap; nu kwamen er geleidelijk 700 intekenaren.
Zo werd De Gids het liberale tijdschrift, dat Thorbecke verdedigde tegenover Da Costa, Willem de Clercq en Groen van Prinsterer. In 1849 traden Dr. Riehm en Miquel in de redactie; in 1851 Schimmel. Sedert 1860 de staatkundige artikelen van de liberale professoren Vissering en Buys; in 1860 het bekende artikel van Prof. Veth over Max Havelaar. Over het vertrek van Potgieter en Busken Huet, zie Een Avondje aan het Hof, 1865.
In 1885 tegenover De Gids opgericht De Nieuwe Gids. Desondanks is De Gids ook nu nog altijd een der belangrijkste tijdschriften.
In 1886 schreef F. v.d. Goes van De Gids: ‘In het literaire uitgepraat, verdeeld in het staatkundige, in beide zonder idealen, beginselen of zelfs voornemens’. Doch De Gids kwam door de moeilijkheden heen onder leiding van de secretaris J.N. v. Hall. Reeds in 1890 schreef Couperus in De Gids; weldra ook Van Eeden en Van Deyssel en vooral Van Nouhuys en De Meester. In 1950 verenigd met het ts. Ad Interim. Tegenwoordige redactie: E.J. Dijksterhuis en Jaap Romijn. Redactieraad: Anton van Duinkerken, B.A. van Groningen, C.J. Kelk, K. Kuypers, Ferdinand Langen, Emmy van Lokhorst, A.N. Molenaar, Gabriël Smit, Bert Voeten en J.W.F. Werumeus Buning.
Studie van Albert Verwey, 1897, Toen de Gids werd opgericht.