Bij het schrijven van een boek waarin veel verspreid materiaal bijeengebracht wordt, moet men een beroep doen op veler bereidwilligheid om hulp en steun te geven. Ik heb die bereidwilligheid ook alom gevonden en ben daar zeer erkentelijk voor. In de beginfase van deze studie heb ik mij meermalen gewend tot het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging, waar de ontvangst altijd hartelijk en de medewerking groot was. In die tijd heeft ook drs. P. de Bel een belangrijk aandeel gehad in de materiaalverzameling. Van het departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid ontving ik op verschillende manieren medewerking, met name van mevr. mr. drs. J.J. Steup-Marsman en van de heren D.M. van den Heuvel, drs. E.J. Sekrève en drs. J.I.C.M. Daniëls. Voor informatie en/of kritiek dank ik ook prof. dr. J.A.A. van Doorn, mevr. M.H.P. Ringeling-Coesel, mevr. mr. P. Tegelaar en mevr. dr. A. de Waal. Mej. A. Joon was in het stadium van de afwerking een grote hulp.