De gegevens betreffen steeds de jaartotalen. Hoewel dat hier niet altijd weergegeven is, werden ook steeds de kwartaaltotalen bekeken ter controle op de conclusies uit de jaartotalen. De schommelingen per kwartaal kunnen aanzienlijk zijn. Dergelijke schommelingen indiceren specifieke seizoensgebonden ontwikkelingen in vraag en aanbod, die doorwerken in het bestand en die men moet elimineren om gevolgtrekkingen te kunnen maken over het tot uiting komen in het bestand van de rolconflictproblematiek.
In 1964 was het totaal aantal inschrijvingen van vrouwen 70.961 en van mannen 304.429. De inschrijvingen van mannen en van vrouwen waren niet geheel gelijk verdeeld over de kwartalen. Tabellen la en lb geven de leeftijdsverdelingen van het mannelijk en het vrouwelijk bestand. Er zijn relatief veel minder mannelijke inschrijvingen in de leeftijdsgroep 14-24 jaar dan vrouwelijke. Bij de mannen overheerst de groep 25-39 jaar en in tegenstelling tot de verwachting is de categorie 50 jaar en ouder onder de mannen sterker vertegenwoordigd dan onder de vrouwen.
Vergelijken we nu de leeftijdsverdeling in het bestand met de leeftijdsverdeling van de beroepsbevolking 1960 (zie tabel III) dan zijn de mannen van 14-24 jaar oververtegenwoordigd, de vrouwen nauwelijks. De mannen in de categorieën boven 40 jaar zijn sterk ondervertegenwoordigd, de vrouwen echter veel minder. (Er is veel kritiek te leveren op het gebruik van de beroepsbevolking als vergelijkingsmaatstaf. In de eerste plaats worden inschrijvingen gerelateerd aan personen, in de tweede plaats is de beroepsbevolking van 1960 niet gelijk aan die van 1964 en in de derde plaats bestaat niet de gehele beroepsbevolking uit potentiële arbeidsbureaucliënten. Mijn conclusies zijn evenwel zo globaal, dat ik meen mij met deze maatstaf te kunnen behelpen.)
De mate waarin het arbeidsbureau geconfronteerd wordt met bepaalde categorieën van werkzoekenden loopt dus niet parallel met de hulpbehoefte onder vergelijkbare categorieën van beroepsbeoefenaars. De hulp-
behoefte is onder jonge vrouwen kleiner dan onder jonge mannen en onder oudere vrouwen veel groter dan onder oudere mannen.
Het aandeel van de gehuwden in het vrouwelijk bestand (tabel 2) is boog vergeleken met hun aandeel in de beroepsbevolking 1960 dat toen 19% bedroeg, maar dat in 1964 waarschijnlijk groter geweest zal zijn. Het percentage kostwinners onder de werkende gehuwde vrouwen is niet bekend. Absoluut genomen maken de gehuwden een flink deel van de inschrijvingen uit.
Bij de mannen varieert het percentage inschrijvingen voor positieverbetering tussen 3% (leeftijdscategorie 14-15 jaar) en 9% (leeftijdscategorie 19-24 jaar). Ook voor de vrouwelijke inschrijvingen ligt het toppercentage voor positieverbetering in de groep 19-24 jaar, maar het percentage ligt voor de vrouwen in elke leeftijdsgroep steeds ongeveer l½ tot 2 maal zo hoog als bij de mannen. Dit is dus overeenkomstig de verwachting. Een verband tussen opleiding en behoefte aan positieverbetering is niet te leggen, omdat de opleiding alleen bekend is voor hen die van school komen. De groep die van school komt, bestaat bij de vrouwen voor een belangrijk deel uit ulo-leerlingen zowel met als zonder diploma. (Vakantie-plaatsingen blijven buiten beschouwing.) Van het no (nijverheidsonderwijs) komt slechts een gering deel. Bij de vergelijkbare groep mannen komt echter meer dan tweederde van het no en circa 15% van het ulo. Absoluut genomen lopen echter de aantallen mannelijke en vrouwelijke inschrijvingen van ulo-abituriënten niet sterk uiteen.
In tabel 3 worden het mannelijk en het vrouwelijk bestand verdeeld naar beroepsklasse. Het vrouwelijk bestand bestaat voor een groter deel uit ongeschoolden en geoefenden dan het mannelijk bestand. Toch zijn deze vrouwen vermoedelijk niet vertegenwoordigd naar rato van hun aandeel in de beroepsbevolking. Onder de mannen vindt men relatief meer minder geschikten en minder validen als ook meer geschoolden.
Er is een zwakke tendens dat de duur van inschrijving toeneemt met de leeftijd. Deze is bij mannen zelfs sterker dan bij vrouwen, wat niet strookt met de verwachtingen (tabel 4). In alle leeftijdscategorieën worden relatief meer mannen geplaatst in een ander beroep dan het beroep van inschrijving dan vrouwen. Bij de vrouwen is het relatief aantal plaatsingen in een ander beroep het laagst in de groep 14-15 jaar (20%) en in de groep boven 50 jaar (24%). In alle andere leeftijdsgroepen ligt het op ongeveer 30% (bij de mannen circa 45%). Nu is dit een gegeven dat met voorzichtigheid gehanteerd moeten worden. Plaatsing in beroep van inschrijving
kan het gevolg zijn van: (1) het aangepast zijn van de cliënt aan de vraag op de arbeidsmarkt; (2) uitzonderlijke inspanning van de bemiddelaar, omdat ingeschrevene niet alleen in het beroep van inschrijving maar ook in een ander beroep moeilijk geplaatst kan worden hetzij wegens ongeschiktheid daartoe, hetzij wegens gebrek aan plaatsen (in het laatste geval zal men verwachten dat de duur van de inschrijving stijgt).
Hoewel vrouwen boven 50 jaar minder in een ander beroep geplaatst worden dan vrouwen beneden 50 jaar, verhoogt dit de duur van inschrijving van deze groep niet bijzonder. Als ik verband leg tussen plaatsing in beroep van inschrijving of in een ander én de duur van de inschrijving, dan blijkt met plaatsing in een ander beroep meer tijd gemoeid te zijn. De toeneming ligt bij mannen en vrouwen in ongeveer dezelfde verhouding. Nu blijkt ook dat bij plaatsing in beroep van inschrijving de leeftijd van meer belang is voor de duur van de inschrijving dan bij plaatsing in een ander beroep, althans bij de vrouwen (tabel 5). Bij de mannen geven de cijfers een minder duidelijk beeld. - Oudere vrouwen leveren dus wel degelijk plaatsingsmoeilijkheden op. Zij kunnen minder gemakkelijk in een ander beroep terecht dan jongeren en het kost derhalve meer tijd om hen toch in het beroep van inschrijving onder te brengen.
Van de gehuwde vrouwen niet-kostwinners wordt rond 25% geplaatst in een ander beroep en vergeleken met de mannen en de ongehuwde vrouwen is dit het laagste percentage. Betekent dit, dat deze categorie zo aangepast is aan de vraag op de arbeidsmarkt? Het tegendeel, want zij blijken oververtegenwoordigd te zijn bij de inschrijvingen langer dan drie maanden. Gehuwde vrouwen boven 50 jaar worden nog iets minder geplaatst in een ander beroep dan dat van inschrijving dan gehuwde vrouwen beneden 50 jaar. De gehuwde vrouwen kostwinners hebben in alle leeftijdsklassen de hoogste percentages inschrijvingsduur langer dan drie maanden. Zij vormen kennelijk een moeilijk plaatsbare groep. Het aandeel der gehuwden niet-kostwinners is het grootst in de ongeschoolde beroepen, met uitzondering van de groep artiesten, musici e.d. waar het aandeel der gehuwde vrouwen hoger is dan dat der ongehuwden.
| leeftijd | 14-15 | 16-18 | 19-24 | 25-34 | 35-39 | 40-49 | 50 jaar en ouder | totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e kwartaal | 4 | 25 | 31 | 14 | 6 | 10 | 10 | 100 |
| (14436) | ||||||||
| 2e kwartaal | 5 | 26 | 28 | 14 | 5 | 12 | 10 | 100 |
| (10972) | ||||||||
| 3e kwartaal | 12 | 39 | 24 | 9 | 3 | 7 | 6 | 100 |
| (19570) | ||||||||
| 4e kwartaal | 6 | 27 | 29 | 13 | 5 | 11 | 9 | 100 |
| (16167) |
| leeftijd | 14-15 | 16-18 | 19-24 | 25-34 | 35-39 | 40-49 | 50 jaar en ouder | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1e kwartaal | 1 | 10 | 21 | 27 | 9 | 15 | 17 | 100 |
| (57.460) | ||||||||
| 2e kwartaal | 2 | 11 | 21 | 25 | 9 | 15 | 17 | 100 |
| (42.287) | ||||||||
| 3e kwartaal | 9 | 29 | 17 | 18 | 6 | 10 | 11 | 100 |
| (62.831) | ||||||||
| 4e kwartaal | 3 | 11 | 22 | 23 | 9 | 14 | 18 | 100 |
| (77.379) |
| gehuwd, niet kostwinner | gehuwd kostwinner | ongehuwd | totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| abs. | % | abs. | % | abs. | % | abs. | % | |
| 1e kwartaal | 4.081 | 26 | 640 | 4 | 11.132 | 70 | 15.853 | 100 |
| 2e kwartaal | 3.426 | 26 | 546 | 4 | 9.185 | 70 | 13.157 | 100 |
| 3e kwartaal | 3.309 | 14 | 552 | 2 | 19.298 | 84 | 23.159 | 100 |
| 4e kwartaal | 4.678 | 25 | 700 | 4 | 13.414 | 71 | 18.792 | 100 |
| totaal | 15.494 | 22 | 2.438 | 3 | 53.029 | 75 | 70.961 | 100 |
| ongeschoolden | geoefenden | geschoolden | ||||
| M | V | M | V | M | V | |
| 1e kwartaal | 20 | 29 | 25 | 27 | 35 | 32 |
| 2e kwartaal | 19 | 29 | 23 | 28 | 37 | 28 |
| 3e kwartaal | 21 | 24 | 18 | 30 | 47 | 40 |
| 4e kwartaal | 22 | 41 | 26 | 25 | 36 | 25 |
| totaal | 21 | 30 | 23 | 28 | 39 | 32 |
| middelb. en ac. niveau | mind. gesch. mind. val. | art., musici, e.d. | totaal | |||||
| M | V | M | V | M | V | M | V | |
| 1e kwartaal | 2 | - | 9 | 3 | 9 | 9 | 100 | 100 |
| (70426) | (15853) | |||||||
| 2e kwartaal | 2 | - | 8 | 3 | 11 | 12 | 100 | 100 |
| (58457) | (13157) | |||||||
| 3e kwartaal | 2 | - | 6 | 2 | 6 | 4 | 100 | 100 |
| (80573) | (23159) | |||||||
| 4e kwartaal | 1 | - | 7 | 2 | 8 | 7 | 100 | 100 |
| (94973) | (18792) | |||||||
| totaal | 2 | - | 7 | 3 | 8 | 7 | 100 | 100 |
| (304429) | (70961) |
| Vrouwen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| korter dan 1 week | 1-4 weken | 1-3 maanden | langer dan 3 mndn | totaal | |
| 14-15 jaar | 62 | 26 | 11 | 1 | 100 |
| (2.991) | |||||
| 16-18 jaar | 52 | 31 | 16 | 1 | 100 |
| (10.953) | |||||
| 19-24 jaar | 47 | 31 | 18 | 4 | 100 |
| (8.572) | |||||
| 25-34 jaar | 49 | 24 | 20 | 7 | 100 |
| (3.305) | |||||
| 35-39 jaar | 50 | 23 | 19 | 8 | 100 |
| (1.211) | |||||
| 40-49 jaar | 50 | 22 | 19 | 9 | 100 |
| (2.561) | |||||
| 50 jaar en ouder | 48 | 20 | 20 | 12 | 100 |
| (2.011) | |||||
| onbekend, massa- inschrijvingen |
100 | - | - | - | 100 |
| (9.968) | |||||
| totaal | 63 | 21 | 12 | 4 | 100 |
| (41.572) |
| Mannen | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| korter dan 1 week | 1-4 weken | 1-3 maanden | langer dan 3 mndn | totaal | |
| 14-15 jaar | 68 | 20 | 12 | - | 100 |
| (6.708) | |||||
| 16-18 jaar | 62 | 22 | 15 | 1 | 100 |
| (22.632) | |||||
| 19-24 jaar | 57 | 28 | 13 | 2 | 100 |
| (22.950) | |||||
| 25-34 jaar | 51 | 28 | 16 | 5 | 100 |
| (23.531) | |||||
| 35-39 jaar | 45 | 30 | 18 | 7 | 100 |
| (7.410) | |||||
| 40-49 jaar | 42 | 29 | 19 | 10 | 100 |
| (12.217) | |||||
| 50 jaar en ouder | 39 | 28 | 20 | 13 | 100 |
| (13.447) | |||||
| onbekend, massa- inschrijvingen |
100 | - | - | - | 100 |
| (66.190) | |||||
| totaal | 70 | 17 | 10 | 3 | 100 |
| (175.085) |
| Vrouwen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geplaatst in beroep van inschrijving | geplaatst in ander beroep | |||||||
| korter dan 1 week | 1-4 weken | langer dan 1 mnd | totaal | korter dan 1 week | 1-4 weken | langer dan 1 mnd | totaal | |
| 14-24 jaar | 56 | 29 | 15 | 100 | 41 | 34 | 25 | 100 |
| (16041) | (6475) | |||||||
| 25-39 jaar | 55 | 21 | 24 | 100 | 38 | 29 | 33 | 100 |
| (3155) | (1361) | |||||||
| 40 jaar en ouder | 52 | 20 | 28 | 100 | 40 | 26 | 34 | 100 |
| (3365) | (1207) |
| Mannen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| geplaatst in beroep van inschrijving | geplaatst in ander beroep | |||||||
| korter dan 1 week | 1-4 weken | langer dan 1 mnd | totaal | korter dan 1 week | 1-4 weken | langer dan 1 mnd | totaal | |
| 14-24 jaar | 63 | 23 | 14 | 100 | 55 | 27 | 18 | 100 |
| (34012) | (18278) | |||||||
| 25-39 jaar | 52 | 29 | 19 | 100 | 47 | 28 | 25 | 100 |
| (17356) | (13585) | |||||||
| 40 jaar en ouder | 43 | 29 | 28 | 100 | 38 | 28 | 34 | 100 |
| (13737) | (11927) |