terug  begin  verderprepost
[p. 331]

Bijlage III
deelneming aan het wetenschappelijk onderwijs

Gegevens over de doorstroming naar het wo vanuit verschillende typen avo vindt men in bijlage II.

sociaal milieu

Nog sterker dan de mannelijke studenten zijn de meisjesstudenten geconcentreerd in de hogere sociale milieus (tabel 6). Toch is er blijkens tabel 7 wel een ontwikkeling gaande. In de periode 1958-'61 neemt het aantal mannelijke studenten uit lager milieu relatief meer toe dan de aantallen uit middelbare en hogere milieus. Bij de vrouwelijke studenten ziet men in die periode alleen een relatief sterkere groei van de middelbare milieus. In de periode 1961-'64 geven ook de vrouwen een sterke relatieve groei van het lagere milieu te zien.

studierichting

De meisjes kiezen andere studierichtingen dan de jongens (tabel 8). De verschillen liggen voornamelijk in de geringe belangstelling van de meisjes voor technische wetenschappen en economie en hun grote interesse voor letteren. Ook de sociale wetenschappen, de psychologie, de pedagogie en de rechtsgeleerdheid hebben verhoudingsgewijs grote aantrekkingskracht voor meisjes. Er zijn geen grote milieuverschillen in keuze van studierichting. Voor beiderlei kunne geldt dat de juridische studie relatief minder studenten trekt naarmate het milieu daalt. Bij de meisjes zien we hetzelfde verschijnsel voor de letteren en de economie, bij de mannen voor de geneeskunde. Bij de vrouwelijke studenten in de geneeskunde doet zich een tegengestelde beweging voor: relatief veel meisjes uit lager milieu studeren medicijnen. Speelt hier een rol dat in dit beroep zich voor vrouwen

[p. 332]

meer perspectieven openen door het toenemend aantal artsen in loondienst?

geografische herkomst

Het platteland had (heeft) een achterstand in de levering van studenten die van 1954/'55 tot 1961/'62 weinig veranderde. Die achterstand is groter bij de vrouwelijke dan bij de mannelijke studenten. (Volgens pag. 31 van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek verzorgde publikatie De sociale en regionale herkomst der studenten bij het wetenschappelijk onderwijs, 1961/'62, 1965).

godsdienst

De nederlands-hervormden en de rooms-katholieken stonden in 1964/'65 wat deelneming aan het wo betreft nog steeds achter bij de overige gezindten en bij de onkerkelijken. Oorspronkelijk was deze achterstand onder rooms-katholieken veel groter bij de vrouwen dan bij de mannen. De laatste jaren lopen de vrouwen iets in op de mannen. (Volgens staat 9 op pag. 32 van de C.B.S.-publikatie Statistiek van het wetenschappelijk onderwijs 1964/'65, 1967).

[p. 333]

tabel 6: de studenten* naar sociaal milieu en naar geslacht per 100 studenten van elk geslacht (1964/65)

totaal M V
totaal** abs. 54.190 44.575 9.165
  %    100 100 100
hoger milieu: 43 40 59
academische beroepen 14 13 20
hoogleraren en leraren 6 6 9
fabrikanten en hogere leidinggevenden 23 21 30
middelbaar milieu: 47 50 37
gesalarieerden 27 28 23
administratief en techn. personeel 22 23 19
onderwijzers 5 5 4
zelfstandigen 20 22 14
agrariërs 6 6 3
winkeliers en ambachten 15 15 11
lager milieu: 10 11 4
arbeiders 8 9 3
overige 2 2 1

bron: c.b.s., Statistiek van het wetenschappelijk onderwijs 1965/'66,1967, pag. 27
[p. 334]

tabel 7: gemiddelde jaarlijkse groeipercentages van de aantallen studenten naar sociaal milieu en geslacht voor de perioden 1954-1958, 1958-1961, 1961-1964 en 1954-1964

periode
1954
-1958
1958
-1961
1961
-1964
1954
-1964
tot. M V tot. M V tot. M V tot. M V
totaal 5 5 6 8 8 7 12 12 12 8 8 8
hoger milieu 6 6 7 6 6 6 8 8 8 6 6 7
middel-
baar milieu
4 4 4 9 9 10 13 12 16 8 8 10
lager milieu 7 7 7 12 13 7 15 15 21 11 11 11

bron: c.b.s., Statistiek van het wetenschappelijk onderwijs, 1965/66, 1968, staat 2, pag. 26
[p. 335]

tabel 8: de studenten(1)naar sociaal milieu en naar geslacht, per faculteit en/of studierichting, per 100 studenten van elk sociaal milieu, 1964/65

Mannen
totaal(5) hoger milieu middelbaar milieu lager milieu
gesala-
rieerden
zelf-
standigen
arbeiders overige
totaal abs. 44.575 17.381 12.174 9.490 3.726 980
  %    100 100 100 100 100 100
god-
geleerdheid
2 2 2 2 2 1
letteren 8 6 9 7 9 8
geneeskunde 12 17 10 10 8 8
tand-
heelkunde
2 3 2 3 1 1
dier-
geneeskunde
1 1 1 3 0 0
wiskunde en natuur-
wetenschappen
17 14 19 15 23 21
techn. weten-
schappen
23 20 26 22 26 26
landbouw-
kunde
3 2 2 7 2 1
rechts-
geleerdheid
8 12 6 6 4 6
econ. weten-
schappen(2)
13 12 11 15 12 12
sociale weten-
schappen(3)
5 4 6 6 6 5
psychologie 3 3 3 3 4 5
opvoedkunde 1 0 1 1 1 1
aardrijks-
kunde
2 1 2 2 2 3
overige(4) 0 0 1 0 0 1

[p. 336]

tabel 8: de studenten(1) naar sociaal milieu en naar geslacht, per faculteit en/of studierichting, per 100 studenten van elk sociaal milieu, 1964/65 (vervolg)

Vrouwen
totaal (5) hoger milieu middelbaar milieu lager milieu
gesala-
rieerden
zelf-
standigen
arbeiders overige
totaal abs. 9.615 5.585 2.163 1.372 279 104
  %   100 100 100 100 100 100
god-
geleerdheid
1 1 1 1 0 3
letteren 28 29 29 24 22 18
geneeskunde 15 14 15 16 22 17
tand-
heelkunde
1 1 1 1 1 -
dier-
geneeskunde
1 1 1 1 1 2
wiskunde en natuur-
wetenschappen
12 11 12 11 15 15
technische weten-
schappen
1 1 2 1 2 1
landbouw-
kunde
3 3 2 5 1 -
rechts-
geleerdheid
12 14 10 11 4 9
econ. weten-
schappen (2)
1 1 1 1 1 1
sociale weten-
schappen (3)
10 9 10 12 10 14
psychologie 9 9 11 9 13 8
opvoedkunde 4 4 4 5 4 4
aardrijkskunde 3 2 2 3 3 7
overige (4) 0 0 0 0 - 1

bron: c.b.s., Statistiek van het wetenschappelijk onderwijs, 1965/66, 1968, staat 11, pag. 30

*uitsluitend studenten van Nederlandse nationaliteit beneden 35 jaar
**incl. onbekend milieu; de verhoudingscijfers zijn berekend van het totaal aantal studenten excl. onbekend milieu

(1)Uitsluitend studenten van Nederlandse nationaliteit beneden 35 jaar
(5)Incl. onbekend milieu
(2)Incl. econometrie
(3)Excl. psychologie en opvoedkunde
(4)T.w. prehistorie, actuariële wetenschappen, studie voor belastingconsulent en centrale interfaculteit: wijsbegeerte

(1)Uitsluitend studenten van Nederlandse nationaliteit beneden 35 jaar
(5)Incl. onbekend milieu
(2)Incl. econometrie
(3)Excl. psychologie en opvoedkunde
(4)T.w. prehistorie, actuariële wetenschappen, studie voor belastingconsulent en centrale interfaculteit: wijsbegeerte
prepostterug  begin  verder