[Bijlagen]
Bijlage I.
Algemeene prologen, enz.
In de Inleiding is aangetoond, dat het slot van den Esmoreit niet van den dichter is, maar van den afschrijver. Ook de afschrijver van het spel van Sint Trudo voegde tusschen de beide deelen van dat spel eenige regels in, die hij blijkbaar uit een ander tooneelstuk overnam, omdat hij ze hier goed te pas vond komen. Nog mooier was het wanneer men eene voorafspraak kon vinden, die bij elke opvoering gebruikt kon worden. In de voor deze uitgave gebruikte hss. worden er twee zoo gevonden. De eerste staat in het Hulthemsche hs., bl. 230vo en 231ro na die Hexe met het opschrift Een beginsel van allen spele en is uitgegeven in Horae Belgicae VI, bl. 1 en 2.
Naar aanleiding daarvan gaf Hoffmann, bl. 162-213 eene reeks, grootendeels ook nu nog belangrijke, aanteekeningen over allerlei spelen.
De andere met het opschrift Sottelicke boerde gaat in het Gentsche hs. aan de tafelspelen vooraf en is uitgegeven in het Vaderlandsch Museum V, bl. 368.
+A
Een beginsel van allen spele.
+Ghi heren, God daert al an staet,
Die moet u gheven sulken raet,
Dat ghi met peise in eendrachticheden
Goet gheselscap altoes moet leden.
5
Minne ende blisscap sonder scheiden
Gheve ons God in sijn ewecheiden.
Men siet ghemeinlic ende hets waer,
Dat alle die liede hier ende daer
Haer herte in eneghe dinc vervroyen:
10
In steecspele ende in borde of in tornoyen,
In dansen, in hoven, in wel varen;
Die ander in valken ende in sporwaren,
Te vliegene met haveken ende met muschetten.
Som liede vochelen metten nette.
15
Selc houden sotte daer si met foelen.