De roos van Dekama

Jacob van Lennep

Bezorgd door Joke van der Wiel


Inhoudsopgave

De roos van Dekama Voorwoord

Eerste hoofdstuk

Tweede hoofdstuk

Derde hoofdstuk

Vierde hoofdstuk

Vijfde hoofdstuk

Zesde hoofdstuk

Zevende hoofdstuk

Achtste hoofdstuk

Negende hoofdstuk

Tiende hoofdstuk

Elfde hoofdstuk

Twaalfde hoofdstuk

Dertiende hoofdstuk

Veertiende hoofdstuk

Vijftiende hoofdstuk

Zestiende hoofdstuk

Zeventiende hoofdstuk

Achttiende hoofdstuk

Negentiende hoofdstuk

Twintigste hoofdstuk

Een en twintigste hoofdstuk

Twee en twintigste hoofdstuk

Drie en twintigste hoofdstuk

Vier en twintigste hoofdstuk

Vijf en twintigste hoofdstuk

Zes en twintigste hoofdstuk

Zeven en twintigste hoofdstuk

Acht en twintigste hoofdstuk

Negen en twintigste hoofdstuk

Dertigste hoofdstuk

Een en dertigste hoofdstuk

Twee en dertigste hoofdstuk

Drie en dertigste hoofdstuk

Vier en dertigste hoofdstuk

Vijf en dertigste hoofdstuk

Zes en dertigste hoofdstuk

Aantekeningen

Nawoord

Het voorwoord: ‘te voet door oud-Nederland’

De handschriften: ‘eerst de stek en dan 't invoegen, verplaatsen en lappen’

De historie: ‘de raadpleging van overleveringen, geschiedenissen en localiteiten’

De bewerking: ‘in den vorm eener doorlopende geschiedenis’

De roman: ‘iets schitterends heeft het verhaal’

Waardering: ‘ken-je onzen Van Lennep dan niet?’

Verkenning van de drukgeschiedenis

Verantwoording van de uitgave

Lijst van geraadpleegde literatuur

Verantwoording van de Deltareeks