terug  begin  verderprepost
[p. 620]

Verantwoording van de uitgave

Als basistekst voor deze uitgave is gebruikt de eerste druk: De Roos van Dekama, een verhaal, uitgegeven door Mr. J. van Lennep. In twee deelen. Te Amsterdam, bij P. Meijer Warnars. mdcccxxxvi (exemplaar Universiteitsbibliotheek Amsterdam, signatuur 1175 e 4-5).

Tussen de verschillende drukken van de roman bestaan aanmerkelijke verschillen. De spelling en interpunctie zijn in de loop der jaren geüniformeerd en gemoderniseerd. Van Lennep heeft kennelijk nog geruime tijd aan de roman zitten schaven. Zo vervangt hij na de eerste druk de naam van de edelman Harcourt in die van Walcourt, en wordt Seerp Adelen tot Seerp van Adeelen. Ook stilistisch is er onderscheid. Een voorbeeld van een ingrijpende inhoudelijke variant is het volgende.

Wanneer Madzy bewusteloos ontdekt wordt in de laan naar het kasteel Nyenstein en Van Arkel zich over haar ontfermt, staat er in de eerste druk het volgende:

Hij tilde haar behoedzaam van den grond, en zonder aan den ouden Peter te willen toestaan hem in deze bezigheid te helpen, droeg hij zijn lieven last binnen het slot en legde dien, bij gebrek van andere gelegenheid op de legerstede, welke zoo even door hem was verlaten geworden. (p. 265)

In de derde druk, verschenen bij M. Wijt en Zonen (Rotterdam 1857), is deze passage voor de kiese lezer herzien:

Hij tilde haar behoedzaam van den grond, droeg zijn lieven last binnen het slot en legde dien, by gebrek van andere gelegenheid, op zijn legerstede, nadat de oude Peter, door hem vooruitgezonden, die met versch linnen had voorzien (deel ii, p. 53).

Dergelijke varianten wijzen erop, dat Van Lennep met latere drukken bemoeienis heeft gehad. Het probleem is, dat een bewijs van autorisatie dat zou uitmaken welke de uitgave letzter Hand is geweest, ontbreekt. De keuze van de eerste druk ligt daarom voor de hand. Een bijkomende reden is de

[p. 621]

aanwezigheid van handschriftmateriaal, dat uiteraard het best geïnterpreteerd kon worden in vergelijking met de eerste druk.

 

In de tekst zijn consequent de volgende ingrepen verricht:

 

De punt na de hoofdstukaanduiding is weggelaten.

Het gebruik van sierlijnen en verschillende lettertypen in de motto's is niet overgenomen; de motto's worden zonder afsluitende punt weergegeven.

Eigennamen worden niet in klein kapitaal weergegeven, maar in onderkast met een beginkapitaal.

In de eigennamen Bianca di Salerno en Carlo en Francesco della Scala zijn de voorzetsels/voorzetselconstructies niet gecursiveerd: Bianca di Salerno en Carlo en Francesco della Scala. Het gebruik van cursivering om nadruk te geven wordt gehandhaafd. Van Lenneps gewoonte om afwijkend taalgebruik in de personagetekst (dialect, vreemde taal, koeterwaals) te cursiveren, eveneens.

Dubbele aanhalingstekens zijn vervangen door enkele.

Aanhalingen binnen de directe rede zijn weergegeven met dubbele aanhalingstekens. De plaats van het aanhalingsteken ten opzichte van het leesteken is geüniformeerd (in het geval van directe rede staat het aanhalingsteken na het leesteken).

De liggende streepjes die begin en einde van de directe rede markeren zijn niet overgenomen. Liggende streepjes met stilistische functie in de tekst zijn gehandhaafd.

De vorm van het beletselteken is geüniformeerd en het gebruik van spaties ervoor en erachter eveneens.

De positie van het leesteken na het beletselteken is geüniformeerd. Zo wordt: teeken?...’ gewijzigd in: teeken...?’.

De weergave van het nootteken en de typografie van de voetnoten is geüniformeerd.

De een enkele maal in de tekst geplaatste, als zetfout te interpreteren, teksthaken zijn vervangen door ronde haken.

De ‘Misstellingen’ die Van Lennep aan het eind van het tweede deel noemt, zijn in de tekst stilzwijgend verbeterd. Het gaat hier om de volgende ingrepen (het pagina- en regelnummer zijn aangepast aan de huidige editie):

p. 74, r. 6 staat: ik ben onwillekeurig een stap achteruit gegaan.
  lees: een stap vooruit.
p. 195, r. 20-21 staat: vazallen, en [...] Heer
  lees: volgers, en [...] Hoofdeling

[p. 622]

Waarna Van Lennep toevoegt: ‘Het leenstelsel, en dus ook leenmannen waren in Friesland onbekend. De goedwillige lezer gelieve de overige drukfouten zelf te verbeteren’.

 

Spelling en interpunctie van de eerste druk zijn in principe ongewijzigd overgenomen. Het (inconsequente) hoofdlettergebruik eveneens: men ontmoet bijvoorbeeld zowel ‘Vader’ als ‘vader’ Syard, evenals het ‘Roode Klif’ en het ‘Roode klif’.

De voetnoten die Van Lennep geplaatst heeft, zijn als zodanig in de leestekst gehandhaafd, met één uitzondering: een noot (in deze uitgave bij p. 441, r. 38) verwees de lezer naar ‘Dl. i, blz. 120’ als een referentie aan de voorspelling van Barbanera omtrent de dood van Harcourt.

De constitutie van de leestekst vereiste evenwel een aantal editeursingrepen. Het bestek van deze leeseditie stond de opname van een volledige opsomming daarvan niet toe. Hieronder volgt een verantwoording van het type ingrepen dat is verricht, alsmede van de ingrepen in enkele afzonderlijke tekstplaatsen.

 

Evidente zetfouten in de interpunctie, zoals vergeten of ten onrechte geplaatste aanhalingstekens, zijn verbeterd:

p. 441, r. 35 ‘De linker blijft mij over,’ riep Harcourt (was: ‘De linker blijft mij over, riep Harcourt)
p. 245, r. 8 Walger, met drift opstaande (was: Walger, ‘met drift opstaande)
p. 330, r. 25-26 haar op een prachtig paviljoen wijzende, dat gesloten en waar de banier van afgenomen was (was: haar op een prachtig paviljoen wijzende, dat gesloten en! waar de banier van afgenomen was)

 

Een probleem vormde het wisselend en van het moderne Nederlands afwijkende gebruik van de interpunctietekens voorafgaand aan, volgend op, of binnen tussen haakjes geplaatste tussenzinnen of bijzinnen:

p. 447, r. 33-35 want zoodra hij de opening binnen-, en onder eenige dwarsbalken doorgekropen was, (niet zonder zijn hoofd eenige keeren geducht te stooten,) bemerkte hij
p. 127, r. 24-25 de Aartsbisschoppen, (die echter te voren onderricht waren welk bescheid zij bekomen zouden)

Omdat in dit gebruik geen dominante strategie valt aan te wijzen die als norm gehanteerd zou kunnen worden en er soms kleine stilistische of grammaticale nuances zijn aan te wijzen, is in dergelijke gevallen niet genormaliseerd.

[p. 623]

Bij uitzondering is een leesteken toegevoegd ook als er geen evidente zetfout in het geding is, namelijk daar waar het ontbreken ervan tot misverstand aanleiding zou kunnen geven:

p. 30, r. 15 Ei lieve, goede vriend (was: Ei lieve goede vriend)
p. 332, r. 35-38 waarom zoudt gij, uit wier lieve oogen slechts zachtheid en welwillendheid spreken, zoo wreed zijn, om mij de laatste troosteres des menschdoms, de hoop, te ontzeggen? (was: waarom zoudt gij, uit wier lieve oogen slechts zachtheid en welwillendheid spreken, zoo wreed zijn, om mij de laatste troosteres des menschdoms, de hoop te ontzeggen?)

 

Evidente zetfouten in de spelling zijn verbeterd:

p. 209, r. 9 ‘Nu, ja dan’ (was: Na, ja dan)
p. 468, r. 13 pastijen (was: partijen)

 

Evidente spelfouten zijn verbeterd (in een aantal gevallen kon collatie met het handschrift of latere drukken hierbij de doorslag geven):

p. 39, r. 28 volmaaktste (was: volmaakste)
p. 139, r. 16 haastte (was: haaste)
p. 240, r. 7 kloste (was: klostte)

 

Een gezien de context verkeerde lezing is gecorrigeerd:

p. 370, r. 16 ‘Zie eens! hoe beleefd zijn de Friezen geworden!’ (was: ‘Zie eens! hoe beleefd zijn de Friesche geworden!’)

 

Een evident verkeerde woordkeus in de tekst is niet gecorrigeerd, maar in de annotatie aangewezen en verbeterd:

p. 439, r. 19 het brandende dorp (lees: het brandende klooster)

 

Eveneens in de annotatie aangewezen en verbeterd zijn enkele tekstplaatsen waarin op zichzelf geen zet- of spelfout is aan te wijzen, maar die in de context niettemin duidelijk als foutief dienen aangemerkt te worden:

p. 180, r. 20 gonsden (lees: bonsden)

Bij wijze van uitzondering is echter op p. 385, r. 7 het oorspronkelijke ‘luisterde’ stilzwijgend veranderd in ‘fluisterde’, zijnde een binnen de leestekst te storende vergissing.

 

Tot slot dank ik graag de studenten die hebben deelgenomen aan twee werkcolleges over De Roos van Dekama (in 1994 en 2000) voor hun bijdragen aan dit onderzoek.

prepostterug  begin  verder