begin  verderprepost
[p. IX]

De Vermakelijke Spraakkunst.

[p. XI]



illustratie

DE VERMAKELIJKE
SPRAAKKUNST,
bevattende
de meest noodige regels en voorschriften
om

DE NEDERDUITSCHE TAAL,
gelijk die uit den mond van beschaafde lieden gehoord
wordt, te leeren spreken en shrijven, en zelfs om daarin
te dichten
.

samengesteld
TEN GEVALLE VAN OUD EN JONG,
zonder geleerde verwijzingen
naar

HET SANSKRIET, HEBREEUWSCH, GRIEKSCH, LATIJN,
IJSLANDSCH, MESOGOTISCH, ANGELSAKSISCH,
ARABISCH EN PERZISCH,
door
EEN LID VAN DE AKADEMIE.

opgehelderd door een aantal leerzame en opwekkende houtsneden.
geteekend door
E. VERVEER.

DERDE DRUK.

Gedrukt en Uitgegeven te
AMSTERDAM bij GEBROEDERS BINGER.

[p. 1]
 
Geen Engelsch, Duitsch of Fransch,
 
Geen Russisch of Japansch,
 
Verwint in zwier of praal
 
De Nederlandsche taal.
 
Hoewel haar 't noodlot bant
 
In 't enge moederland
 
En zij haar schatten nooit
 
Naar buiten om zich strooit,
 
Hoewel haar ieder schrijft,
 
Al naar de wind hem drijft,
 
Haar, als een wassen neus,
 
Naar eigen gril en keus,
 
Verfonfaait en verdraait
 
- Hetgeen haar niet verfraait -
 
Hoewel schier iedereen,
 
Geleerde en brekebeen,
 
Haar ongepermitteerd
 
Mishandelt en verneêrt,
 
Toch blijft ze ons eerbiedwaard,
 
Toch, ons de liefste op aard; -
 
En wie, op dees - of andren - grond,
 
Tot heden haar zoo lief niet vond,
 
Ik wed, als hij dees Spraakkunst leert,
 
Dat hij geen taal zoo hoog waardeert.
prepost  begin  verder