De Nederduitsche, Nederlandsche, of, zoo als die ook wel genoemd wordt, Hollandsche Spraakkunst is de kunst om de Nederduitsche, Nederlandsche of Hollandsche Taal naar behooren te spreken en te schrijven.
Er zijn echter onderscheidene soorten van Nederduitsch, behalve die, aan welke wij hopen, dat gij, beschaafde lezers! na dit boek doorwandeld te hebben, de voorkeur zult geven.
Even als men, behalve ‘Ciceroniaansch Latijn,’ nog ‘bastaard-Latijn, Monniken-Latijn,’ en ‘potjes-Latijn'2 heeft, zoo heeft men ook, behalve “beschaafd Nederduitsch:”
Voorzangers-Nederduitsch,’ hetwelk ontstaat door het bezigen van talrijke woorden en taalvormen, waarvan het dagelijksch gebruik afkeerig is, en met welke voorts nog gehandeld wordt als of men ze op een rekbed had uitgestrekt, bij voorbeeld:
‘Mij ne dier ba re doch ter is met ha ren veel ge lief den echt ge noot en der zel ver veel be loo ven de kin de ren ee ne wan de linG gaan doen naar den naast bij ge le ge nen heu vel.’
‘Koffiehuis-Nederduitsch’, hetwelk ontstaat door aan
personen of zaken geheel andere benamingen te geven, dan die, welke hun wettig toekomen, b.v.: ouwe heer voor ‘vader:’ splint, schijven, moppen, oortjes enz. voor ‘geld:’ een taaie voor ‘een glas jenever’ enz.
‘Fatsoendelijk-Nederduitsch,’ hetwelk gesproken wordt door lieden, die zich verbeelden, bijzonder keurig en zwierig te zijn in hun wijze van zich uit te drukken. 't Is eene der verscheidenheden van 't ‘vermakelijk-Nederduitsch,’ en die zich vooral kenmerkt door 't gebruik van zoogenaamde (meest aan 't Fransch ontleende, doch dan nog deerlijk verminkte) bastaardwoorden.
‘Vermengd-Nederduitsch,’ dat ook podding-Nederduitsch zoû genoemd kunnen worden, omdat het, even als een podding, uit allerlei vreemdsoortige bestanddeelen is samengesteld, b.v.:
‘Het is opvallend, hoe deze juffrouw, zachtaardig als zij zich voordoet, niets anders is dan een verkapte Xantippe.’
‘Jordaansch-Nederduitsch,’ aldus genoemd, niet naar de bekende rivier in Palestina, maar naar zeker gedeelte van Amsterdam, waarvan de grachten en straten over 't geheel minder geurig en bevallig zijn dan haar namen schijnen aan te duiden. Voorbeelden van deze soort van Nederduitsch zijn:
‘Hij woont aan gunne kant van de mart. - Degenige, die je dat verteld heit, heit et mis. - 't Is nietes! 't Is alles!’
‘Middel-Nederduitsch’ (of ‘-Nederlandsch’) uitgevonden door de Heeren Alberdingk Thijm, Prof. De Vries, Prof. Jonckbloet en anderen; - doch daar hebt gij
nu, waarde lezer (en, zoo ik hoop, ook in uw verder leven) niets meê te maken.
‘Wetgevend-Nederduitsch’ zich kenmerkende door ineen-smelting der zinsneden, overmatig gebruik van voegen bijwoorden, onduidelijkheid en dubbelzinnigheid, b.v.:
‘Bij den vervoer van het gemalen graan van den molen zal de molenaar of deszelfs daartoe door hem gemagtigde knecht, op den rug, hetzij van het dubbel van het accijns-biljet, hetzij van het consent-biljet op de hiertoe, en in het bijzonder wat het eerstgemelde biljet betreft, onder No. 1 en aldaar door de Administratie aan te wijzen plaatsen, met zwarte inkt, in volle schrijfletters, vermelden’ enz. [Art. 22 van wijlen de Wet op 't Gemaal].
‘Indien een kudde beesten in vruchtgebruik buiten schuld des vruchtgebruikers geheel verloren gaat, is deze alleenlijk verplicht aan den eigenaar verantwoording te doen van de huiden of van derzelver waarde.’ (Art. 851 Burg. Wetb.)
‘Geringe en dagelijksche reparatiën zijn voor rekening van den huurder.’ [Art. 1619 Burg. Wetb.]
Alle, met geene aan den hals hangende en langs den grond slepende ijzeren kruisbouten voorziene losloopende honden zullen worden doodgeslagen [Ontwerp Jachtwet 1853].
‘Wetenschappelijk Nederduitsch.’ Wie het Iödium en zijn verbindingen nog niet kent zal, na het volgende te hebben gelezen, er ongetwijfeld een helder begrip van hebben:
‘Wordt joodzuur met geconcentreerd zwavelzuur verhit, dan ontsnapt er zuurstof en eenige jooddamp. De
jooddamp heeft een eigendommelijke reuk. Bij bekoeling worden er kristallen geboren, die een verbinding daarstellen van zwavelzuur en jood-onderjoodzuur.’ [Zeker scheikundig leerboek].
‘Dagbladen-Nederduitsch,’ gelijk het ons dagelijks in korrespondentie-artikelen en advertentiën wordt opgedischt, b.v.:
‘Voor de hopelijk zoo spoedig mogelijk ook gemeentelijk wegvallenden accijns op de brandstoffen zoude het zeer zeker niet onwenschelijk zijn, eene belasting op de honden te heffen. De ontlasting van eerste levensbehoeften een noodzakelijk vereischte zijnde, zal het niet honden houdend publiek door zulk eene nieuwe belasting ten zeerste gebaat zijn.’
‘De gezondheid van H.K.H. de Prinses van Larifari is na HDz. bevalling derwijze gevorderd, dat zij niets te wenschen overlaat.’
‘Een bewoner van het Schapenplein klaagt, dat de kinderen daar zulk een leven maken, en verzoekt de politie, de kinderen daar te verbieden.’
Bij Fopwat en Co. steeds voorradig de navolgende soort wijn. als, enz.
De Spraakkunst wordt gewoonlijk, even als een sinaas-appel, in vier deelen verdeeld, te weten:
| I. | Spelkunst (orthographie). |
| II. | Woordgronding (etymologie). |
| III. | Woordvoeging (syntaxis). |
| IV. | Klankmaatkunde (prosodie). |