terug  begin  verderprepost
[p. 26]

Tweede boek. Woordgronding of etymologie.

Eerste hoofdstuk. Van de soorten van woorden.

De Etymologie leert ons de herkomst der woorden, met de wijzigingen, die zij hebben ondergaan.

Wanneer wij spreken van de herkomst der woorden, dan bedoelen wij hun herkomst als zoodanig; want wat hun herkomst als klanken betreft, dat is een geheel andere zaak.

Sommige woorden toch komen uit het hart; dan zijn zij roerend: andere uit den neus; dan zijn zij belachelijk. De vermakelijkste plaats, waar woorden van daan komen, is de maag; daarom hebben weinige sprekers zulk een toeloop als buiksprekers.

De Etymologie leert ons de woorden verdeelen in Stamwoorden: dat zijn woorden, die hun oorspronkelijken vorm behouden hebben, of die tot geen ander korter woord worden terug gebracht, als rijk, rot, arm.

Afgeleide woorden: dat zijn woorden, verkregen door een voor- of achtervoeging van klanken, die op zich zelve geen woorden zijn, als rijkelijk, rottig, geärmd.

Ook wel in

Eenvoudige, die niet door samenstelling ontstaan zijn, als huis, hout, dief, knoop.

[p. 27]

Samengestelde, die, welke men verkrijgt door twee of meer woorden tot een te verbinden, als pakhuis, hakhout, hoender díef, knoopedraaier.

Aanm. Hoewel domoor tot de samengestelde woorden behoort, wordt het zelden anders toegepast, dan op een zeer eenvoudig slag van wezens.

Spraakkunstig gesproken zijn er net zoo vele soorten van woorden als vingers aan onze twee handen, wat er de optelling van zeer gemakkelijk maakt. Bij den duim af beginnende, krijgen wij

rechts: links:
Het zelfstandig naamwoord. Het werkwoord.
Het bijvoegelijk naamwoord. Het bijwoord.
Het voornaamwoord. Het voorzetsel.
Het lidwoord. Het voegwoord.
Het telwoord. Het tusschenwerpsel.

Wat des te gemakkelijker te onthouden valt, om dat wij de belangrijkste uit elk vijftal aan den duim - wij hopen ook mettertijd onder den duim - krijgen.

Niet spraakkunstig gesproken zijn er ook woorden, die wij onder geene van de bovengenoemde soorten zouden weten te rangschikken: en wij moeten dus trachten, algemeene of hoofdklassen uit te denken, waar zij onder gebracht kunnen worden. Zoo zijn er b.v.:

Woorden, die in de Jordaan gesproken worden, en die Hebreeuwsch klinken in de ooren van elders wonende Amsterdammers.

Woorden, in gebruik bij lieden, die hoofdzakelijk met paarden omgaan.

Woorden, gewisseld tusschen loterijjoden, groen-, fruit- of vischvrouwen, die 't oneens zijn.

Woorden, in een staat van dronkenschap uitgesproken.

[p. 28]

Woorden, voorkomende in dagvaardingen, vonnissen en andere processale stukken.

Woorden. gesproken tegen kindertjes in de lange kleêren.

Woorden, in drift geüit.

Woorden, in wetten, besluiten, keuren, belastingbiljetten enz. voorkomende, en waarbij men vermoedelijk zich ten doel heeft gesteld, den lezer het spoor bijster te maken.

Woorden, die onder de benaming van ‘teeder, zacht, half gebroken, gloeiend, smachtend,’ enz. tegen jonge juffrouwen - al naar omstandigheden - gefluisterd, gelispt, gezucht of bezworen worden.

Woorden, door schoen- en kleêremakers gegeven, en die, even als de laatst aangehaalde woorden, alleen schijnen te dienen om gebroken te worden.

En nog meer woorden, die 's lezers verbeelding wel zal aanvullen.

Wij gaan over tot de afzonderlijke beschouwing der tien hoofdsoorten van woorden, die wij zoo even hebben opgenoemd, en die men ook wel gewoon is, de deelen der rede te noemen.

prepostterug  begin  verder