terug  begin  verderprepost
[p. 103]

Dertiende hoofdstuk. Van de afleidingen.

Zij, die Sanskriet, Hebreeuwsch, Arabisch, Koptisch, Grieksch, Latijn, Mesogotisch, Angelsaksisch, Baskisch, Italiaansch, Luikerwaalsch, Broek-op-Langendijksch en alle andere zoo oude als nieuwe talen verstaan, behoeven geen onderricht in woord-afleidingen; en voor hen, die ze niet verstaan, zou zulk onderricht abracadabra zijn. Op welke wijze 't eene Hollandsche woord van 't andere komt - als b.v. kindermeid van kind en van meid, pruimetaart van pruim en van taart - begrijpen de lieden, zonder dat wij 't hun vertellen. Intusschen bestaan er woorden en uitdrukkingen, waarvan het nuttig is, den oorsprong na te vorschen: niet enkel, uithoofde zulks op zich zelf reeds een aangename bezigheid is voor een onderzoekenden geest, maar ook, omdat wij, langs dien weg, een onfeilbaren toetssteen bekomen, door middel waarvan wij, bij 't hooren eener uitdrukking, die ons nieuw is, haar oorsprong en natuur kunnen bepalen.

Verscheidene woorden zijn er in 't Nederduitsch, oorspronkelijk kunsttermen, die men langzamerhand, bij wijze van beeldspraak, in 't gemeene leven is gaan toepassen. Zoo zegt men b.v., dat iemand ‘van een slechte gewoonte (als “van een ziekte”) genezen is’: zoo heet het, dat men ‘balsem, giet in het leed (als in een wond)’: zoo vertelt an Alphen, ‘dat hij, die leugens voor zijn gebreken zoekt, nooit verschoond wordt’ - wat heel vuil en viesch zou wezen, indien 't letterlijk werd opgevat en nagekomen -: zoo behoeft een meisje dat aarzelt om ‘ja’ te zeggen, de onfatsoenlijke beweging niet

[p. 104]

te maken, die in 't woord ligt opgesloten. Deze en dergelijke uitdrukkingen nu hebben sedert eeuwen het burgerrecht verkregen; maar wij bezitten er andere, die, ofschoon geenszins onzedelijk, toch geen gangbare munt zijn in fatsoenlijke kringen. Bij den eersten opslag laat de ongenade, welke die woorden aldaar ondervinden, zich niet gemakkelijk verklaren; doch let men op de herkomst, dan wordt de zaak duidelijk. Die uitdrukkingen behooren oorspronkelijk t'huis bij bedrijven, beroepen of ambachten, waar zij in letterlijken zin worden opgevat: en het is klaar, dat het bezigen daarvan, zij het dan ook in overdrachtelijken zin, de gruwzaamste vermoedens doet ontstaan aangaande de geboorte, de opvoeding, de manieren en de konversatie van hem, die er zich aan schuldig maakt. Ten einde de waarheid van 't geen wij hier beweeren boven allen redelijken twijfel te stellen, voeren wij de navolgende voorbeelden aan:

Uitdrukkingen afgeleid van of ontleend aan
De plaat poetsen: militaire oppassers.
Zijn naadje naaien: schoenlappers.
Ik zal dat varken wel wasschen: spekslagers,
Een graantje pikken: kippeboeren.
Van de graat vallen: vischvrouwen.
Opdokken: scheepstimmerlieden.
Een kolfje naar mijn hand: kolfbaanhouders.
Hij is om zeep: koomenijs-lui.
Hij is vet (beschonken): slagers.
Hij heeft een vestje aan (dito): snijers.
Hij is gaar (dito): gaarkeukenhouders.
Ergens een punt aan zuigen: bakers.
Er is een steek aan los: snijers.
Hij valt uit de koets: palfreniers.
Wat een rommel: uitdragers.
Op de flesch zijn: tappers.

[p. 105]

Talrijke voorbeelden van dezelfde soort als de hier opgegevene zullen ongetwijfeld den nadenkenden lezer voor den geest komen. Wij hebben echter hiermede het punt, dat wij aanroerden, nog niet afgehandeld. De innerlijke onhebbelijkheid van alle spreekwijzen, waarvan de herkomst van lage en ongeächte beroepen kan worden nagespeurd, zal wel niet in twijfel worden getrokken; maar het beginsel, waar de afkeer op steunt, dien een beschaafd gemoed voor dergelijke slecht riekende uitdrukkingen koestert, is van uitgebreider toepassing, dan men oppervlakkig wel denken zou. Wij willen dit, niet door een omslachtige redeneering, maar door een sprekend voorbeeld bewijzen, en te dien einde ons een verliefd vrijer voorstellen, die aan het voorwerp zijner aanbidding schrijft. Stel, A B. is de vrijer en zendt den volgenden brief af:

‘Maria! al mijn hoop is op u gevestigd. Gij behoeft niet aan mij te twijfelen: mijn hart is onveranderlijk en bestendigt naar u gericht als de zonnebloem naar de zon. Woorden kunnen niet uitdrukken, hoe teeder ik u bemin. Mijn liefde is geen alledaagsche neiging: 't is een verhevener, een duurzamer gevoel dan wat men gewoonlijk met dien naam bestempelt. Zie daar wat ik te zeggen heb. Ik ben niet welsprekend: ik herhaal alleen, dat ik u lief heb, en liefhebben zal tot aan mijn laatsten snik.’

Dit geschrijf zal door hen, die er zich op verstaan, nog al redelijk treffend, en - het onderwerp in aanmerking genomen - niet al te belachlijk gevonden worden. - Maar nu eens gesteld dat Y X de vrijer is, en zich in dezer voege uitdrukt:

‘Maria! het kapitaal van mijn bestaan is bij u vastgezet. UEd. behoeft niet bang te wezen, mij krediet te verleenen: zijnde mijn hart zoo sekuur als de Nederlandsche Bank. Het totaal mijner min gaat alle becijfering te boven: zijnde mijn liefde

[p. 106]

bovendien geen inkoerant artikel: staat op de prijskoerant als puik puik genoteerd. Mijn magazijn van woorden is opgeruimd: ben in dat vak slecht gesorteerd. Zegge dit alleen, ik een ruime proviand genegenheid ter UEds dienst hebbe ingeslagen. Wachte UEds orders af met belofte van pronte en akkurate bediening.’

In deze laatste uitboezeming zijn de effektebeurs, de tafel van vermenigvuldiging en de winkelnering geplunderd om de gedachten des minnaars in te kleeden, en, ten gevolge van een ongelukkige keus van woorden, de beminnelijkste en liefelijkste aandoeningen, zonder welke het leven een woestenij zou wezen en de mensch aan een beer gelijk, in een lachenswaarde vermomming gestoken.

Lang zouden wij nog kunnen uitweiden over de stof, door ons in 't voorbijgaan aangeroerd, maar zoo doende ons te verre begeven op 't gebied der Redeneerkunst of Rhetorika, bij welke wetenschap meer dan bij de Spraakkunst de figuurlijke uitdrukkingen te huis behooren. - Ook is het tijd een eind te maken aan dit gedeelte van ons boek. Wij zijn hier aan een halt gekomen, en met uw verlof, waarde lezer, zullen wij eens pleisteren, en versche paarden voorspannen.

prepostterug  begin  verder